Voorzitter Amsterdamse Kunstraad stapt op

De Amsterdamse Kunstraad moet zichzelf heruitvinden, nu het zijn macht als subsidieverdeler kwijtraakt, vindt voorzitter Gerard de Kleijn (64). Daarom maakt hij plaats voor een opvolger.

De Kleijn: 'Er is behoefte aan het ontwapenende van cultuur.' Beeld Harmen de Jong
De Kleijn: 'Er is behoefte aan het ontwapenende van cultuur.'Beeld Harmen de Jong

Vandaag kondigt de directeur van Museum Gouda, naar de hoofdstad gehaald als 'eigenwijze buitenstaander', zijn vertrek aan als voorzitter van de onafhankelijke Amsterdamse Kunstraad. Op 1 januari zet hij er een punt achter. Na zes (van maximaal acht) jaar is het mooi geweest.

Onder de nieuwe wethouder van Cultuur, Kajsa Ollongren (D66), is de ooit zo machtige raad op een zijpad gemanoeuvreerd. Er mag nog worden geadviseerd over de 'basisinfrastructuur', de grote instellingen als het Concertgebouw en het Muziektheater, maar over wat de kunst spannend maakt, het experiment en de vernieuwing, gaat in het vervolg het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK). Die bepaalt wie in dat segment straks het geld krijgt.

Nieuwe publiek
Daarmee moet een einde komen aan de vriendjespolitiek, aan het eindeloze naar elkaar spelen van de bal in de toch wat naar binnen gekeerde kunstwereld van Amsterdam, en aan de neiging van gemeenteraadsleden op het laatste moment nog wat geld tevoorschijn te toveren voor hun persoonlijke hobby's.

'Dat is een verbetering,' zegt De Kleijn. 'Alleen heb je daar helemaal geen nieuw stelsel voor nodig. Als er nou iets is wat ik goed heb gedaan, is het wel dat ik een einde heb gemaakt aan de schijn van belangenverstrengeling.'

De belangrijkste kwestie waar de gemeenteraad zich nu over zou moeten buigen: hoe trek je het nieuwe publiek, de jongeren, de nieuwe Nederlanders? 'Die hebben heel andere culturele interesses,' zegt De Kleijn. 'Nu gaat ongeveer twee derde van de beschikbare tachtig miljoen euro naar de canonieke kunst, de opera, het Concertgebouw, het klassieke ballet. Je moet je afvragen of dat zo moet blijven. Dan houd je je tenminste bezig met echte politiek.'

Gezaghebbende kunstenaars
Het werk van de Kunstraad wordt ernstig verschraald, erkent De Kleijn. Maar de zaken zijn gedaan en die nemen geen keer. Hij heeft, zegt hij, 'geen zin de koe nog in de kont te kijken'. 'In gesprekken met Ollongren heb ik het gehad over een nieuwe Kunstraad. Amsterdam kan zo'n onafhankelijk adviescollege goed gebruiken, alleen moet de raad zich dan wel heruitvinden.'

Het nieuwe vergezicht, volgens De Kleijn, nu het bij de Kunstraad toch niet meer om de subsidies hoeft te draaien: een verzameling gezaghebbende kunstenaars en kunstkenners uit binnen- én buitenland die zich uitspreekt over wat de kunst op de lange termijn voor de stad kan betekenen. Een club die zich niets gelegen laat liggen aan grenzen tussen genres, tussen hoge en lage kunst en tussen instellingen die door het rijk of de stad worden gesubsidieerd.

En om te voorkomen dat we straks denken dat De Kleijn voor zichzelf 'een mooi plekje op het pluche' heeft zitten bedenken, stapt hij zelf maar vast op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden