Voorpublicatie Astrid Holleeder: Dagboek van een getuige

Vrijdag komt onder de titel 'Dagboek van een getuige' het tweede boek uit van Astrid Holleeder, waarin ze schrijft over haar geschil met justitie. Hieronder een deel uit het boek.

Beeld anp

15 juli 2017: Kars

Ik wandel met Sonja en Sandra over straat als er een fietser langs ons rijdt, zijn hoofd omdraait en stopt.

'Hey As!' zegt een bekende stem. Het is Kars. Kars van Stella, twee vrienden die ik al ruim vijfentwintig jaar ken. De eerste paar jaar los van elkaar, later als stel. We studeerden samen, begonnen gelijktijdig aan een werkend leven en deelden de belangrijke en minder belangrijke gebeurtenissen die we op ons pad tegenkwamen.

Mijn scheiding, hun huwelijk, Miljuchka's eindexamen en de geboorte van hun dochter. We kennen elkaar een leven lang, op een manier die mijn familie niet gewend is. Kars komt naar ons toe, omhelst mij, groet Sonja en ik stel Sandra aan hem voor.

'Hoe gaat het met je?' vraagt hij aan de Astrid die hij kent. 'Goed,' hoor ik de Astrid die Sonja en Sandra kennen antwoorden, en ik voel me direct ongemakkelijk.

Ik kan de vraag uit mijn wereld met Kars niet beantwoorden in mijn wereld met Sonja en Sandra. Dat past niet, dat klopt niet en ik vraag Kars daarom of hij even met mij apart van de anderen komt staan.

Ik kijk naar hem, gezeten op zijn fiets, nog in pak, net afkomstig van het advocatenkantoor waar hij werkt. Hij komt rechtstreeks uit mijn andere leven gefietst en ik voel de tranen opkomen.

'Sorry Kars, dat ik huil, maar het is best wel heftig voor me zo geconfronteerd worden met mijn oude leven.' 'Ik begrijp het,' zegt Kars. 'Je hebt heel veel moeten opgeven.' 'Best wel,' snik ik.

'Sippenhaft,' zegt hij en hij kijkt me meelevend aan. Sippenhaft: aansprakelijkheid volgens verwantschap, een collectieve bestraffing van zelf onschuldige bloed- of aangetrouwde verwanten voor een misdaad die iemand in een familie heeft begaan.

We hebben het er vaak over gehad, we vonden elkaar in die veroordeling. Ik, verwant aan het crimineel verleden van mijn broer, hij verwant aan het oorlogsverleden van zijn grootouders. Hij had de onrechtvaardigheid gezien en zelf beleefd. Het garandeerde me zijn, en Stella's, onvoor waardelijke steun en liefde.

Ik leg hem uit dat het niet meer zo makkelijk is het contact te onderhouden. Hij begrijpt het. Terwijl ik met hem praat, kijk ik continu om me heen wie er langskomt. Twee jongens op een scooter. Een man op een scooter. Een man op een fiets met aan zijn stuur een tasje met daarin iets zwaars.

Kars praat honderduit over het leven, terwijl ik let op de dood. Als hij mijn leed probeert te verzachten door te vertellen over een dode Romein die in gevangenschap de mooiste teksten had geschreven, zie ik de man op de fiets omkeren.

Het wordt tijd om te gaan. Ik moet rekening houden met Kars. 'Ik moet nu echt weg.' 'Het was fijn je even te spreken,' zegt hij. 'Ja.' Maar hij is niet meer in gesprek met de Astrid die hij kent. Hij is in gesprek met de Astrid die ik ben geworden door wat ik ben gaan doen.

Ik neem afscheid van Kars en loop terug naar mijn huidige leven, dat niet lang geleden maar een klein stukje van mijn leven was. 'Leuk hè, om Kars even te zien,' zegt Sonja. 'Nee. Dat is helemaal niet leuk.'

Ik had Kars en Stella, en Menno en Bianca, en Ilona en Pieter, en al mijn collega's en mijn basketbalvriendinnen. Sonja's wereld was sinds de dood van Cor al grotendeels leeg. Die leegte vult ze nu met mij, maar mijn leegte blijft leeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden