Voor wie bestaat het Idfa eigenlijk?

Enjoy poverty, waarmee het Idfa morgenavond van start gaat, is één van de weinige Nederlandse documentaires op het festival. Daar is kritiek op.

Dat ze drie jaar geleden in een interview in deze krant Nederlandse documentairemakers navelstaarderij verweet, blijft haar achtervolgen, zegt Idfa-directeur Ally Derks. Ze merkte toen op dat Nederlandse documentaires engagement ontberen. ''Het is allemaal mijn moeder en mijn hond en ik.''

Drie jaar later staan de zaken er volgens haar beter voor. ''Nederlandse documentaires zijn minder navelstaarderig geworden. En de kwaliteit is hoog.'' Als voorbeeld noemt ze Karin Jungers A better life. ''Een prachtige film over eerste en tweede generatie Marokkaanse immigranten in Nederland.''

Ze prijst ook Renzo Martens Episode 3 - Enjoy poverty, de openingsfilm van het festival. ''Dat is het soort film dat bij ons festival past. Hij houdt een spiegel voor door de westerse blik op Afrika ter discussie te stellen.''

Toch is van Derks' opgetogenheid weinig terug te vinden in de vijf competitieprogramma's van het festival. In de Joris Ivens Competitie - het belangrijkste festivalonderdeel - vinden we één Nederlandse maker, namelijk Mercedes Stalenhoef met Carmen meets Borat. Verder bevatten drie andere competitieprogramma's elk één Nederlandse film.

Vier Nederlandse films op bijna tachtig competitiefilms. Is Derks te streng voor Nederlandse makers? ''Nederlandse films worden bij ons juist voorgetrokken,'' klinkt het resoluut. ''Ik heb er begrip voor dat makers mopperen als ze worden afgewezen, want hun films zijn hun baby's, maar de concurrentie is nu eenmaal zwaar.''

Dat er toch meer dan vier nieuwe Nederlandse films op het Idfa zijn te zien, is te danken aan het programma Premières from the Lowlands. Het is geen competitieprogramma, maar een selectie van zestien nieuwe Nederlandse documentaires. Het door Derks genoemde A better life zit in dit programma.

Alleen wereldpremières komen voor selectie in aanmerking. Films die al ergens hebben gedraaid, zijn uitgesloten. Zo ontbreekt Heddy Honigmanns El olvido, omdat die film vorige maand op het filmfestival van San Sebastian in première ging. De maakster ('Ik moet elk jaar filmen, want anders vind ik het leven niet leuk') noemt het triest dat het Idfa zo gespitst is op premières. ''Goede documentairefestivals zijn trots op hun nationale productie en willen die juist laten zien. Wat maakt het uit of een Nederlandse film al in het buitenland te zien is geweest? Kan dat Idfa-bezoekers iets schelen?''

Ook Coco Schrijber, die dit jaar op het Nederlands filmfestival in Utrecht met Bloody mondays & strawberry pies het Gouden Kalf voor de beste documentaire won, begrijpt de premièrejacht van het Idfa niet. ''Ik vind het krampachtig. Ik ken geen ander festival dat zo'n eis stelt. Waarom vertoont het Idfa niet gewoon een jaaroverzicht van de beste Nederlandse documentaires?''

John Appel, die in 1999 met André Hazes, zij gelooft in mij de Joris Ivens Award won, is het met Schrijber eens. ''Het Idfa moet de beste films vertonen. Dat doe je niet als het criterium de vraag is of een film een première is. Het is vreemd dat een paar van de beste films van het jaar niet te zien zijn op het Idfa.''

Derks is niet onder de indruk van de kritiek. ''In feite doen we het al tien jaar op deze manier. Alleen vorig jaar golden andere regels, maar dat was een overgangsjaar. Toen zaten er films in het programma die al in de bioscoop hadden gedraaid.''

Waarom Derks aan Nederlandse premières hecht?
''Het filmfestival in Utrecht vertoont een jaaroverzicht van beste documentaires. Het is zinloos om dat te herhalen, want iedereen in Nederland heeft die films al kunnen zien.''

De directeur krijgt steun van Pieter van Huystee, die maar liefst zeven van de Nederlandse films produceerde die op het Idfa zijn te zien. Lachend: ''Ik voel me net zwemmer Mark Spitz die in 1972 zeven gouden medailles won op de Olympische Spelen.'' Serieus: ''Het Idfa is een publieksfestival en een festival voor professionals. Voor die laatste groep moet je premières hebben, want anders komen ze niet.''

Van Huystee vindt dat Nederlandse documentairemakers beter het belang van het Idfa moeten beseffen. ''Het is het mooiste en grootste documentairefestival ter wereld. Internationaal richt iedereen zich op het Idfa. Het is de Bijenkorf onder de festivals. Je bent iemand in het wereldje als je voor de Joris Ivens Competitie wordt geselecteerd. Als je wint, heb je echt een gouden medaille. En dan de sfeer: ik ken geen festival waar publiek en makers zo dicht bij elkaar staan.''

Honigmann: ''Iedereen is trots op het Idfa, maar louter lof is hypocriet. Zo'n megagroot festival floreert niet zonder opbouwende kritiek. Het verleden heeft uitgewezen dat een overzicht van de allerbeste Nederlandse documentaires door het Nederlandse publiek en buitenlandse professionals op prijs wordt gesteld. Nu gaat het festival een ridicule strijd om premières aan met het Nederlands filmfestival in Utrecht. Voor wie is dat goed?'' (JOS VAN DER BURG)

WWW.IDFA.NL

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden