Plus

Voor telefilm Hope moest flink geïmproviseerd worden

Hope is de eerste van zes Telefilms die de NPO uitzendt. Erik de Bruyn (53) is trots op zijn film, geïnspireerd op het verhaal van Heleen Mees, maar ook bezorgd. 'De politiek moet inzien dat kwaliteit geld kost.'

Beeld Hope is opgenomen in Amsterdam, Rotterdam en New York

Aanvankelijk was Erik de Bruyn helemaal niet betrokken bij Telefilm Hope. Actrice Monic Hendrickx en scenarist Marcel Lenssen waren al vergevorderd met het script, en Mijke de Jong was de regisseur.

Het verhaal, geïnspireerd op econome Heleen Mees, was min of meer rond. Daarin draait het om Hannah Binnenkamp, een talentvolle en uitgesproken econoom met sterke feministische opvattingen, die in New York haar naam verandert in Hannah Hope. Als zij de topbankier Ben Elzen (Eugene Bervoets) ontmoet, storten de twee zich in een hartstochtelijke affaire, die uitloopt op een schandaal.

Met een grijns terugkijken
Toen regisseur De Jong moest afhaken vanwege een ander project, kwam De Bruyn in beeld ­- maar hij kon zich niet helemaal vinden in het script. Na een aantal sessies met scenarist Lenssen kwamen ze tot een nieuw scenario. De grootste aanpassingen: meer fictie, minder dialogen en meer beweging.

Nu de film er eenmaal ligt, kan De Bruyn op het terras van het Lloyd Hotel met een grijns terugkijken op een paar hectische maanden. Hij is absoluut tevreden over het eindresultaat, maar is gedurende de draaiperiode ook regelmatig tegen de muren van de haalbaarheid opgelopen. Eerst een positieve noot.

Beeld Monic Hendrickx in Hope

Kanttekeningen
"Het is heel goed dat het Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO) blijft vechten voor de Telefilms. Hopelijk blijven de netmanagers er ook de waarde van inzien. Het levert veel werkgelegenheid op en je kunt verhalen vertellen die ergens over gaan." Dan de onvermijdelijke kanttekeningen.

"De budgetten van de Telefilms (acht ton per film, red.) zijn volgens mij de afgelopen vijftien jaar niet meer omhoog gegaan. Bij facilitaire bedrijven stijgen de prijzen wel. Daardoor zie je dat de ambities van de scenaristen soms te hoog zijn voor wat haalbaar is. Maar dat gaat niet alleen op bij Telefilms, het is iets dat ik ook vaak hoor van andere regisseurs - van zowel films als televisieseries."

Minder draaidagen
Het is onzinnig om de vergelijking met Deense series als The Bridge en Borgen - die hogere budgetten en meer draaitijd hebben - te trekken, maar De Bruyn ziet het aantrekken van de teugels in Nederland rechtstreeks terug in het aantal draaidagen: had hij voor zijn debuut Wilde Mossels (2000) nog 42 dagen, voor Nadine (2007) waren het er 33, De President (2011) moest het doen met 29, en voor zijn laatste speelfilm J. Kessels (2015) waren 26 dagen uitgetrokken.

Voorzichtig: "We zouden er met zijn allen voor moeten waken dat het vak niet gaat devalueren door steeds de ondergrens op te zoeken. De politiek moet wel inzien dat kwaliteit geld kost." Hij zegt het niet om te zeuren.

Bij Hope beleefde De Bruyn echter ook veel plezier aan het noodzakelijke improviseren. Een voorbeeld: Hope speelt zich zo ongeveer in zijn totaliteit af in New York, maar het aantal draaidagen in de Amerikaanse metropool werd beperkt tot vier. In eerste instantie werd nog even aan Rotterdam gedacht als filmlocatie - want daar zijn ook hoge gebouwen. Bij een scène in de studio van talkshow Pauw dienden crewleden als figurant.

Hope (**)
Rechttoe rechtaan, met uitleggerige dialogen doorspekt en tingeltangelmuziek dichtgesmeerd drama over Hannah Hope (Monic Hendrickx). Zij speelt een Heleen Mees-achtige econome die vol idealen en goede voornemens naar New York vertrekt, waar ze een ongezonde affaire krijgt met Ben Elzen, een oudere, getrouwde Willem Buiter-achtige econoom (Gene Bervoets). (Jan Pieter Ekker)

Guerilla draaien
"Natuurlijk, de Telefilms zijn in de basis low-budgetprojecten, dus moet je creatief zijn. Met Monic en de cameraman ben ik in New York een dag voordat de draaidagen begonnen gewoon een taxi ingesprongen om guerrilla te gaan draaien in de stad - zonder geluid. Zo hadden we in ieder geval al shots in de taxi, rijdend over de Brooklyn Bridge. Het is tof dat dat lukt, maar daarvoor ben je dus wel afhankelijk van de goodwill van Monic en de cameraman."

Uiteindelijk is de crew er door locaties in New York, Rotterdam en Amsterdam handig te combineren in geslaagd het verhaal goed te vertellen, vindt De Bruyn. "En hopelijk kan het nog een bijdrage leveren aan de discussies over de graaiers op Wall Street: zou de weelde op de wereld niet eerlijker verdeeld moeten worden?"

Scenarist Marcel Lenssen is inmiddels ook aangeschoven. Wat gezegd is over de budgetten, kan gezegd worden, vindt hij. "Al ken je de kaders voordat je begint. Daar moet je het mee doen."

Lenssen en De Bruyn discussiëren daarna aan één stuk door over de mooiste shots en scènes uit Hope, de interpretatie van het scenario, het gebruik van steadycams, en het geïmproviseer in de straten van New York. Het enthousiasme, daar brengt geen budget verandering in.

Hope wordt zondag om 20.25 uur uitgezonden op NPO 3; alle andere Telefilms beginnen om 21.20 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden