Plus

Voor straf een rondje om de Oude Kerk

Honderden Amsterdammers werden in de zestiende eeuw veroordeeld tot een boetetocht rond de Oude Kerk. Soms met een biervat op het hoofd. De historische straffen worden beschreven door oud-archivaris Jan Boomgaard in het nieuwe jaarboek van het Genootschap Amstelodamum.

In de Heilige Graf Kapel van de Oude Kerk werd vorige week de laatste hand gelegd aan het kunstwerk van Giorgio Andreotta Calò. Beeld Dingena Mol

Ja, dat komt ervan. Op 6 oktober 1495 verschenen IJsbrant Neef en zijn vrouw voor de schepen in Amsterdam op verdenking van het ontduiken van de belastingen. Het echtpaar had onbelast bier binnengesmokkeld zonder de verschuldigde accijnzen af te dragen. Dat geld moest alsnog worden betaald, maar ook moesten de verdachten op de eerstvolgende zondag meelopen in de processie van de Oude Kerk, IJsbrant met een ton bier op zijn hoofd, zijn echtgenote met een half vat.

Zo'n boetetocht was een gebruikelijke straf in het Amsterdam van de zestiende eeuw, schrijft oud-archivaris Jan Boomgaard in het nieuwe jaarboek van het Genootschap Amstelodamum.

Het jaarboek is in zijn geheel gewijd aan de geschiedenis van de Oude Kerk en Boomgaard, tot zijn pensioen werkzaam op het Stadsarchief, nam een fascinerend hoofdstuk voor zijn rekening over de boetetochten en bedevaarten waarmee allerhande misdrijven indertijd werden bestraft.

Kerk alom aanwezig
Deze kerkelijke taakstraffen onderstrepen de rol van de katholieke kerk in het Amsterdam uit de middeleeuwen. Het gezag in de stad was in handen van de schout, de schepenen en de burgemeesters, maar ook in hun denken en doen was de kerk alom aanwezig.

In de eerste helft van de zestiende eeuw velde de schepenbank 2826 vonnissen, rekent Boomgaard voor. Een op de vijf veroordeelden kreeg een boetetocht naar een kerk opgelegd, vaak in combinatie met andere straffen

In de meeste gevallen moesten zij meelopen in de zondagse processie van de Oude Kerk. Daarbij was voor hen een vaste plaats gereserveerd, lopend voor het kruis, een brandende kaars met zich meedragend of een voorwerp waarmee het misdrijf was gepleegd. In ernstige gevallen moest de tocht blootsvoets worden afgelegd.

Wie voldoende geld had, kon zijn straf afkopen, bijvoorbeeld met een paar duizend stenen voor de uitbreiding van de stad.

Naar Rome
Vaak ging een boetetocht samen met een bedevaart. De bestemming van deze verplichte reis kon Amersfoort of 's Gravezande zijn, maar ook Santiago de Compostela, Keulen, Napels of zelfs Cyprus.

Boomgaard vond in de archieven een vonnis van ene Willem Gijsbertsz, die terechtstond voor de mishandeling van zijn vrouw. De verdachte kreeg van de schepenbank opdracht meteen na de uitspraak naar Rome af te reizen, 'sonder in enighe huse te gaen'.

De boetetocht was bedoeld als corrigerende straf. Zware misdrijven als moord en doodslag werden bestraft met verbanningen, lijfstraffen en zelfs de dood. Ook agressieve bedelaars en landlopers die zich hadden misdragen werden zonder meer gegeseld en verbannen.

Het doen van boete in het openbaar moest de overtreders tot inkeer brengen. Dat werd wel ernstig genomen: als men niet kwam opdagen, kon dat zomaar een oor kosten.

Verlichte wethouder
Hoewel de straffen bepaald niet mals waren, mocht de bevolking van Amsterdam zich gelukkig prijzen met de schout Jan Hubrechtsz. Deze gold als een verlicht man die andersdenkenden het leven niet al te zuur wenste te maken.

Ook burgers die zich weinig respectvol tegenover de kerk en het geloof hadden gedragen, kregen doorgaans een lichte straf, zeker in vergelijking met een stad als Den Haag, waar spijkerhard werd opgetreden tegen echte en vermeende ketters.

Na de doperse oproeren van 1535 verloren de boetetochten snel aan populariteit, net als de bedevaart. Het nieuwe stadsbestuur verkoos de geldboete en de verbanning als straf.

In de archieven kan nog maar één verplichte deelname van een veroordeelde aan de processie rond de Oude Kerk worden gevonden.

De boosdoener was de 14-jarige Joriaen Benthuijsen, die nota bene tijdens de hoogmis in dezelfde kerk was betrapt op het lezen van een boek van Maarten Luther. Daar stond in opdracht van Rome de doodstraf op, maar ook in dit geval toonden de schepenen zich op z'n Amsterdams barmhartig. De ketterse puber kwam er vanaf met een boetvaardig rondje rond de kerk.

Het jaarboek 2018 is te bestellen op www.amstelodamum.nl.

Het rode raam
Als over honderd jaar nog eens een jaarboek aan de Oude Kerk wordt gewijd, zal daarin vast en zeker worden teruggeblikt op de kwestie van het rode raam. Sinds ­afgelopen weekeinde is het kunstwerk van Giorgio Andreotta Calò voor de bezoekers van de kerk in definitieve vorm te bezichtigen. Het raam zet de Heilig Grafkapel in een rode gloed. Voor de beeldenstorm van 1566 was in deze kleine kapel een beeldengroep te zien van de kruisafname van Christus.

De komst van het kunstwerk ging niet zonder slag of stoot. ­Erfgoedorganisaties maakten bezwaar tegen wat zij zien als een verminking van het oudste ­gebouw in de stad. Er loopt nog een ­bezwaarschrift bij de gemeente tegen de plaatsing van het raam. Directeur Jacqueline Grandjean noemt het ­project een voorbeeld van hoe hedendaagse kunst en erfgoed kunnen ­samengaan. "Traditie en ­vernieuwing kunnen niet zonder elkaar."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden