Voor Holland zou ik willen strijden en sterven

PlusTheodor Holman

Nee, ik mocht vroeger niet van mijn land houden, maar de afgelopen dagen was ik op Texel en wandelde ik in de storm. Wat genoot ik.

De schapen die nergens last van schenen te hebben en achter de ‘tuunwallen’ graasden. De bomen die naar me zwaaiden. De groene weilanden die nog mooier worden als het regent. De paarden op de dijk. De wind die je kon horen fluiten, wat ik eigenlijk in de stad nooit hoor.

Landschapsbeschrijvingen zijn niet mijn kracht, en dat vind ik jammer, want ik liep in een tijdloos schilderij.

Ik merk dat ik pas de laatste jaren van het Nederlandse landschap en van Nederland geniet. Verliefdheid op een oude vriendin.

Als kind van vlak na de Tweede Wereldoorlog was het ongepast om van je eigen land te houden. Nationalisme vond men een broertje van fascisme. En bij ons thuis was Indië het paradijs en Holland een saai betegeld voortuintje. Maar naarmate ik ouder word, neemt mijn ‘nationalisme’ toe.

De Slufter, het strand bij Paal 12, de Hoge Berg – ik noem maar wat – ik kan er geen genoeg van krijgen. En het moet eeuwig zo blijven. Een gevoel dat me beangstigt.

Ooit wilde ik dat we allen één zouden zijn, en vond ik – omdat Sartre zoiets wilde – dat er een ‘wereldregering’ moest komen. Ik was naïef door mijn jeugdige idealisme; nu lijd ik aan een vorm van knagende wijsheid die mij naar een bevrijdend cynisme duwt, maar waarin wel oprechte vaderlandsliefde past.

Ik ben geen Fransman, geen Engelsman, geen Duitser, ik ben Hollander. Hier hoor ik thuis. Tegelijkertijd besef ik dat mijn bloed uit pakweg zeven nationaliteiten bestaat.

Vaderlandsliefde heeft consequenties. Voor een liefde wil je vechten. Voor Holland – en dan bedoel ik niet alleen het landschap, maar ook zijn tradities en verworvenheden – zou ik willen strijden en dus ook willen sterven. (Pas de laatste tijd, hoor.) Wil ik dat voor Europa? Ach, wie weet.

Wanneer ik naar een ander land zou moeten vluchten of verhuizen (zoals mijn ouders) zou ik dat kunnen. Maar altijd zou ik dat verlangen naar ‘huis’ houden. Het verlangen naar Indië deed mijn ouders pijn. Zo zullen alle asiel­zoekers eveneens naar hun eigen land verlangen, naar hun huis, hun eigen tradities en rituelen. De liefde voor een nieuw land duurt twee generaties.

Mijn ouders wilden Indië hier. Ze kwamen niet verder dan de eettafel.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden