Column

Voor het eerst liet ik de uitslagenavond voor wat hij was en keek naar Messi

 

Theodor HolmanBeeld Jean-Pierre Jans

Ik vond aan de verkiezingen van gisteren alles onrechtvaardig, terwijl ik heus wel besef dat kiezen een grote verworvenheid is.

Onrechtvaardig: als ik zou hebben gestemd, zou ik getrapte verkiezingen ondersteunen voor de Eerste Kamer, terwijl ik tegen die Kamer ben.

Maar als hij al zou moeten bestaan, dan graag rechtstreeks gekozen. En als hij al zou moeten bestaan, dan die Kamer niet gebruiken als politiek instrument. En als hij al zou moeten bestaan, dan een stuk kleiner. En als hij al zou moeten bestaan, dan de leden veel meer betalen dat de 1000 euro per maand die ze nu krijgen, want met zo'n bedrag krijg je nooit echt goede mensen.

Het zijn de bekende argumenten. Maar gisteren kwam er nog iets bij toen ik naar de uitslagen aan het kijken was.

Ik kon niet blij zijn en niet verdrietig. Ik vond het niet heel spannend en ik vond het niet heel vervelend.

Het was de eerste keer in mijn leven dat ik de uitslagenavond liet voor wat hij was en naar het voetbal ging kijken.

Naar Messi. Die speelde een fantastische eerste helft.

In de pauze zapte ik natuurlijk terug naar de uitslagenavond, maar dan zag ik zo'n zelfvoldane backbencher iets reutelen, en dan ging ik maar weer snel naar de voetbalanalyse. Die vond ik interessanter dan de politieke analyses van oude partijkannibalen die elkaar aan het bekluiven waren.

Saai.

Terwijl ik mezelf wijsmaak dat ik een politiek dier ben. Maar het politieke dier in mij bleef in zijn hok en keek naar buiten alsof het regende.

Er moet echt iets veranderen, dacht de oude activist in mij. Wat zou het fijn zijn als er een partij zou komen waarop ik zou kunnen stemmen. Wat zou het fijn zijn als we onze democratie iets anders zouden inrichten. Bijvoorbeeld met minder Tweede Kamerleden en opheffing van de Eerste Kamer. Wat zou het fijn zijn als we ons niet lieten leiden door televisiedebatten - dat zijn steeds vaker slecht geschreven toneelstukken - maar door de daadwerkelijke kwaliteit van de fractieleiders.

Vooral de laatste jaren wordt vooral, ook door mij, de oppervlakte van de politicus beoordeeld: spreekt hij goed, ziet hij er goed uit, is hij niet vermoeid, wat heeft ze heur haar raar... Inhoudelijk betekent de politiek namelijk niet veel.

Het politieke dier dat ik ben, bleef in zijn hok

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Stuur een mail, of scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden