Plus

Voor deze marathonlopers was de finish net te ver

Langs de Amsterdam Marathon verlenen 130 vrijwilligers in vijftien posten plus zes mobiele teams eerste hulp aan gestrande lopers. Daar waar uitputting en pijn een gezicht krijgen.

Bij het Rode Kruis wordt het pas 's middags druk: 'Aan de wedstrijdlopers heb je geen werk' Beeld Jean-Pierre Jans
Bij het Rode Kruis wordt het pas 's middags druk: 'Aan de wedstrijdlopers heb je geen werk'Beeld Jean-Pierre Jans

René Bergschneider (51) uit Maarn is een bikkel. Zeker, aan de marathon van Amsterdam doen meer bikkels mee, maar Bergschneider is een volbloed. Hij is in een moment van onoplettendheid al langs de Amstel gestruikeld over zo'n lampje in een bocht - die krengen op het wegdek die iedere hardloper kent die weleens naar Ouderkerk jogt. Hij viel op zijn linkerschouder. Die hangt sindsdien naar beneden. Waarschijnlijk uit de kom.

Toch, Bergschneider was vastberaden dit jaar zijn tiende marathon te lopen en liep nog een kilometer of vijftien door. Tot hij na 33 kilometer toch echt aan zichzelf moet toegeven dat dit zo niet gaat. Hij haakt af bij eerste hulppost Lima van het Rode Kruis, aan de Archimedesweg in de Watergraafsmeer. Al ver voorbij het omslagpunt waar de mannen en vrouwen zich van de jongens en de meisjes hebben gescheiden.

Welk cijfer Bergschneider de pijn geeft, op een schaal van nul tot tien, vraagt teamleider Hester Becx van de hulppost. Hij kan best wat hebben, maar dit is wel een achtenhalf.

Rotgevoel
Becx informeert of een ambulance kan komen, maar daarvoor is een schouder uit de kom net niet ernstig genoeg. Bergschneider moet het doen met een busje dat hem terugbrengt naar het Olympisch Stadion, waarna hij vanaf de Sporthallen Zuid onder begeleiding van familie naar een ziekenhuis of huisartsenpost zal moeten.

Waar het tot Bergschneiders komst rustig was in de post, met vooral krampgevallen en lopers die vaseline, tijgerbalsem of wat tape kwamen vragen, komt na zijn vertrek zo tegen half twee de ene na de andere uitvaller aanstrompelen - vijf lopers in nog geen kwartier.

Onwillige knie, al vanaf kilometer dertien.

Te pijnlijke heup, ook al kilometers.

Onderkoeling en een algeheel rotgevoel.

Het ergste ongemak dat alle uitvallers delen: ze zijn al zo ver gekomen, maar nog negen kilometer hinken zou gekkenwerk zijn. Dan is de conclusie hard: alles voor niets, trainen voor de volgende poging. Een uitvaller kijkt een tikje jaloers naar de passerende loper die de hele marathon met ballen jongleert. Hem lijkt het mákkelijk af te gaan...

Uitputting
Hester Becx en haar collega nemen met een thermometer in het oor de lage temperatuur van laatstgenoemde loopster op en besluiten dat 36,5 graden niet ernstig is, maar wel iets om op te letten bij iemand die net 33 kilometer heeft hardgelopen. Ze krijgt een isolatiedeken en knapt stukje bij beetje op tot ze in een aardig gevuld busje wordt afgevoerd.

Het gaat zoals Becx ons na tien jaar Rode Kruis en acht marathons had voorspeld: de hele dag is het rustig en ineens zit je 'met allerlei situaties'.
Dat zitten ze halverwege de middag ook in behandelpost Bravo, in een forse, omheinde Rode Kruistent tussen het stadion en het tankstation - dus voorbij de finish.

Daar krijgt uitputting een gezicht.

Op de zeven stretchers liggen bleek weggetrokken lopers met holle ogen in hun warmte­folie gewikkeld, braakbakje bij de hand.

42,2

Dit jaar liepen 12.180 lopers de Amsterdam Marathon van 42,2 kilometer uit

"In de ochtend is het rustig, want aan de wedstrijdlopers heb je geen werk. Nu loopt het vol. Hoe later op de dag, hoe schoner het volk," zegt teamleider Remco Voogd, die om de halve zin routineus zijn opdrachten en adviezen geeft.

Wie een tijd rondhangt bij deze tenten, krijgt niet bepaald zin zich voor de volgende marathon in te schrijven.

Een man die door zijn vrouw en een EHBO'er wordt ondersteund, leegt zijn maag in en naast een braakbakje en een emmer. Haar vriend krijgt een wankelend en rillend meisje met haar blik op oneindig nog nét op tijd ordentelijk op een stretcher. Twee renners worden in rolstoelen de tent in gereden - hun afgepeigerde gezichten vol zoutstrepen van het zweet.

Rust en liefde
Lopers melden zich met kramp, stukgelopen voeten, blaren, schaafwonden, maar vooral met wat Voogd 'algehele onwelwording' noemt.

"Fysiologisch kun je door zo'n marathon aardig ontregeld raken. Ik zou het niet kunnen hoor, 42 kilometer rennen. Maar met wat rust, liefde en een kleine behandeling krijgen we de meesten wel weer op de been."
'Op de been' kan ook betekenen dat je kreupel, hangend tussen je geliefden weer de hekken uit strompelt.

Toch, waar het er met die warmtefolie op zo'n stretcher al snel serieus uitziet, heeft Voogd zo tegen het einde van de middag nog geen zware calamiteiten te melden. "Hier achter post Bravo hebben we een team van de ambulancedienst staan, waarvan een verpleegkundige direct kan helpen als dat nodig is, maar zo ver is het gelukkig nog niet gekomen."

'Relatief rustig' dagje

De 130 vrijwilligers van het Rode Kruis behandelden zondag tijdens de 41ste editie van de Amsterdam Marathon in totaal 320 van de ongeveer 37.000 lopers (12.180 finishten na een hele marathon, de rest liep een halve of acht kilometer).

Dat geldt voor het Rode Kruis als 'een relatief rustige inzet'. Verreweg de meeste lopers lieten zich aan kleine problemen helpen, er waren geen ernstige incidenten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden