Ten Slotte

Volgens vriend en vijand had Piet van Altena (1944-2014) de beste haring

Zijn haring moest de Amsterdammer al veel langer missen, maar nu is 'Haringkoning' Piet van Altena er zelf ook niet meer. In 2007 sloot Altena zijn beroemde haringkar naast het Rijksmuseum, na een lange vete met het stadsdeel Zuid.

Piet van Altena in 2009 Beeld Floris Lok
Piet van Altena in 2009Beeld Floris Lok

Van Altena had toen al lange tijd last van zijn bloedvaten. Maar wat hem echt velde, zei hij, was de onbuigzaamheid van de Amsterdamse ambtenaren. 'Het zijn bloedzuigers,' zei Altena nadat hij zijn haringkar had laten fijnpersen en afvoeren.

Hij woonde boven de viswinkel in de Jan Tooropstraat, die hij in de jaren tachtig sloot toen de wijk verarmde en de winkel niet meer rendeerde. Daarna kreeg Van Altena zijn haringkar naast het Rijksmuseum, op de hoek van de Jan Luijkenstraat. Hij verkocht, zo zeggen vriend en vijand, de beste haring van het land. Zijn benadering was altijd zeer persoonlijk.

Had je iets verkeerd gezegd, of je kop stond hem niet aan, dan kreeg je van hem geen haring. Buitenlandse bezoekers, die zeiden dat ze met zijn haring op reis gingen, werd de vis afgepakt; die kregen hun geld terug.

Van Altena had het toch al niet zo begrepen op toeristen die vanuit het museum bij hem kwamen snacken. Dan was hij spontaan uitverkocht, hoewel er voor trouwe klanten een nieuwe voorraad bleek te zijn. Zij die voor het eerst kwamen en de haring zo lekker vonden dat zij een tweede bestelden, kregen te horen dat zij daar nog niet aan toe waren.

Serieus probleem
Als iemand per ongeluk bekende eens elders haring te hebben gegeten had hij een serieus probleem. Aan de andere kant kon Van Altena ook behulpzaam zijn. Hij vertelde klanten waar ze konden parkeren, paste op hun fiets, en hield sowieso ongevraagd al hun spullen in de gaten.

Volgens Van Altena zat er een lichtjaar aan kwaliteitsverschil tussen zijn haring en die van anderen. Plastic emmers waren uit den boze: de vis zou erdoor bederven. Bij het ontdooien zou plastic voor oxidatie en een ranzige smaak zorgen. Zijn haring zat daarom in stalen pannen.

Begrip
Van Altena, wiens opa kuiper, vader visboer en oom visroker was, vertelde hoe zijn vader nog met houten tonnen werkte. 'Toen werd de vis nog niet ingevroren. Vriezen kan wel, maar dan moet je bij het ontdooien de temperatuur en de zoutbalans in de hand houden. Bij hoge temperaturen gaan bacteriën zich als een gek vermenigvuldigen, zoals in plastic.'

Hij zei dat hij contacten had met onderzoekers van universiteiten, en dat hun bevindingen eens gepubliceerd zouden worden. Intussen was zijn zaak, die hij een aantal jaren runde met zijn zoon Bart, een begrip.

Johannes van Dam
Wat bleef was een fanatisme dat Van Altena altijd bij zich had. Johannes van Dam had bij hem afgedaan toen deze hem bij een haringtest niet op nummer één zette, omdat de vis niet goed zou zijn schoongemaakt.

Op 23 juli kreeg Van Altena te horen dat hij ernstig ziek was. Vorige week donderdag overleed hij, vandaag is hij gecremeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden