Voetbalclubs zijn op zoek naar geld en handjes

Kleine Amsterdamse voetbalclubs hebben moeite hun vereniging draaiend te houden, terwijl het totaal aantal voetballers nog steeds groeit. De gemeente schiet kwakkelende clubs te hulp.

2 juni, het Onder 12-toernooi bij FC Abcoude. Langs de kant welgeteld één schreeuwende vader Beeld Dingena Mol

Het geheim van een gezonde voetbalvereniging? "Geld en handjes," zegt verenigings­manager Marcel Grapendaal van SDZ. De club in West verkeert in de gelukkige omstandigheid dat het beide in overvloed heeft, met 1300 betalende leden en, ook belangrijk, een bataljon vrijwilligers, die zich met hart en ziel inzetten voor de vereniging.

"Wij hebben een ome Eddie," geeft Grapendaal als voorbeeld. "Als er iets moet worden geschilderd, kunnen we hem altijd bellen. We hopen dat hij honderd wordt, maar als hij onverhoopt omvalt, hebben we hier nog wel een paar ome Eddies rondlopen. Die mensen zijn hun gewicht in goud waard. Maar de meeste clubs moeten het zonder ome Eddie doen."

Er zijn meer voetbalverenigingen in Amsterdam die het in alle opzichten prima doen, maar de naam van SDZ valt opvallend vaak als voorbeeld van een club die zijn zaakjes op orde heeft. Dat is ook een kwestie van geluk, zegt Grapendaal. "Wij hebben een mooie mix van leden. Omdat we goed draaien, willen mensen graag bij ons komen voetballen. We hebben een wachtlijst met vierhonderd namen."

"Omdat kinderen graag bij ons willen voetballen, kunnen we eisen stellen aan ouders. We verwachten van hen dat ze af en toe een bardienst draaien of op een andere manier meehelpen. Als ze dat niet willen of kunnen, kunnen ze die dienst afkopen voor 75 euro per jaar. Dat levert weer extra inkomsten op."

Kookproject voor statushouders
Dat stevige fundament stelt SDZ in staat ook sociale activiteiten te ontplooien. De club is bijvoorbeeld gastheer van een kookproject voor statushouders. Zij koken maaltijden die in de kantine worden verkocht. Grapendaal: "Een van die jongens werkt tegenwoordig bij Ajax in de keuken. Dat is toch prachtig?"

Het is niet alleen maar goed nieuws. Ook bij SDZ kan het rommelen, zoals dit voorjaar bleek, toen de voorzitter het veld moest ruimen na aanhoudende kritiek op zijn functioneren.

"Er is een wisseling van de wacht geweest," vertelt de verenigingsmanager. "Dat zorgde voor spanning, maar de problemen zijn op redelijk beschaafde wijze opgelost. De mensen stonden elkaar niet naar het leven."

Een andere situatie dan bij DWS dus, waar een conflict tussen het bestuur en een groep leden vorige week een kookpunt bereikte. De vereniging uit Nieuw-West heeft elftallen die op hoog niveau spelen, maar kan alleen maar dromen van een sterke organisatie zoals SDZ die heeft. Volgens DWS-voorzitter Remko de Jong is dat een van de oorzaken van de problemen: "Waar andere clubs brandjes intern kunnen blussen, is er bij ons al snel een uitslaande brand."

SDZ-verenigingsmanager Grapendaal noemt de situatie bij DWS uitzonderlijk, maar ziet in de stad meer kleine verenigingen kwakkelen. "Ik zou willen dat het anders was, maar veel kleine clubs drijven bijna als vanzelf richting de gevarenzone. Minder leden, minder inkomsten, minder kantineomzet, minder kandidaten voor een bestuursfunctie. Het is heel moeilijk om uit die negatieve spiraal te komen."

Veilig sportklimaat
Niet toevallig bevinden veel van deze clubs zich in de stadsdelen die meer dan gemiddeld te maken hebben met sociale problemen: Nieuw-West, Noord en Zuidoost. "Meer dan de helft van onze jeugdspelers heeft recht op een bijdrage van het jeugdsportfonds," zegt DWS-voorzitter Remko de Jong over de draagkracht van de achterban. "En de betrokkenheid van de ouders is zeker niet vanzelfsprekend."

Gemeentelijk beleidsadviseur Ed Degenkamp herkent het beeld van. "Van de zestig verenigingen die we in Amsterdam rijk zijn, hebben er misschien vijftien extra aandacht nodig. Die krijgen ze ook van ons. Dat kan hulp zijn om een stevige organisatie op te zetten, maar ook hulp om een veilig sport­klimaat binnen de vereniging te ontwikkelen. Dat gaat van agressie langs de lijn tot seksuele intimidatie."

Degenkamp benadrukt dat clubs met een groot ledenbestand sneller een stevige organisatie kunnen neer zetten, maar dat er ook kleine clubs zijn die prima reilen en zeilen. "Kijk naar Devo '58 op het sportpark Ookmeer. Die heeft één veld en nog geen tien elftallen, maar ze doen het prima. Juist die lappendeken van grote en kleine clubs vind ik een van de charmes van het Amsterdamse voetbal. En vergeet niet: een club als SDZ staat nu bovenop de berg, maar stond tien jaar geleden ook aan de rand van de afgrond. Clubs maken een eigen ontwikkeling door."

Sportverzamelgebouw
Degenkamp erkent dat de kleine clubs wel hulp nodig hebben. "We koesteren als gemeente de verenigingen die het zelfstandig kunnen rooien, en we steunen de clubs die dat niet kunnen. In Zuidoost en Nieuw-West hebben we tegenwoordig sportverzamelgebouwen voor de verenigingen die niet voldoende middelen en vrijwilligers hebben om zelfstandig een clubgebouw overeind te houden. Daarvan zullen er meer ­komen, om te beginnen in Sloten."

Een ontwikkeling voor de komende jaren noemt Degenkamp de uitbouw van de buurtfunctie van voetbalverenigingen. "Het is natuurlijk doodzonde dat de sportcomplexen het grootste deel van de week verlaten zijn. Wij zijn met een aantal verenigingen in gesprek over meer sociale activiteiten. De Dijk in Noord is daar een mooi voorbeeld van. Daar staan nu allerlei activiteiten op stapel voor bijzondere doelgroepen als statushouders en verslaafden, maar ook voor senioren en vrouwen met over­gewicht. De club krijgt daar subsidie voor en wordt er dus ook beter van."

140 voetbalvelden
Amsterdam telt 140 voetbalvelden, die bijna allemaal in bezit zijn van de gemeente. Alleen HBOK in Zunderdorp en Ajax met De Toekomst hebben hun velden in eigendom.

Op de gemeentelijke velden zijn nu nog zestig voetbalverenigingen actief. Zij betalen jaarlijks een bedrag voor het gebruik van de velden: 3400 euro voor kunstgras en 2550 voor natuurgras.

Dat is veel minder dan de werkelijke kosten van een voetbalveld - circa 14.000 euro per jaar - maar de gemeente vindt het belangrijk dat voetbalclubs hun contributie laag kunnen houden.

Om dezelfde reden kunnen jeugdspelers met een Stadspas een beroep doen op een gemeentelijk sportfonds voor een bijdrage in de contributie.

In het verleden was dat nogal een papierwinkel voor vereniging en ouders, maar er wordt momenteel een systeem getest waarbij de subsidie automatisch wordt overgemaakt naar de club.

Op de helft van alle velden wordt inmiddels op kunstgras gespeeld, en het beleid is erop gericht op nog veel meer sportvelden kunstgras te leggen.

Dat is jammer voor de liefhebbers van natuurgras, maar de voordelen van kunstgras zijn gewoon veel te groot. Er kunnen op jaarbasis twee keer zo veel wedstrijden op worden gespeeld.

Dat is nodig, want de Amsterdamse clubs tellen samen 27.000 spelende leden, dat aantal groeit nog steeds. Nooit eerder zaten zo veel basis­scholieren op voetbal - en dat is nog buiten de duizenden jonge leden van de razendpopulaire voetbalscholen in de stad gerekend.

De gemeente streeft daarom naar een maximale bezetting van de velden. Er wordt met belangstelling gekeken naar de uitkomst van de discussie binnen de KNVB om competitiewedstrijden ook op doordeweekse dagen te laten spelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden