PlusAchtergrond

Voetbal is in de VS allang geen bijzaak meer. ‘Ik zou niet verrast zijn als Amerika Nederland verslaat’

Voetbal verovert langzaam de VS, zaterdag de tegenstander van Nederland in Qatar. Over het WK heerst optimisme in New York. ‘We hebben ongelofelijke stappen gezet in de afgelopen dertig jaar.’

Karlijn van Houwelingen
Fans zien hoe de VS van Iran wint in de groepsfase van het WK, afgelopen dinsdag. Beeld Yuki IWAMURA/AFP
Fans zien hoe de VS van Iran wint in de groepsfase van het WK, afgelopen dinsdag.Beeld Yuki IWAMURA/AFP

Een voetbalshirtje scoren is nog niet zo makkelijk in New York – de meeste sportzaken hangen vol tenues van spelers uit het honkbal, basketbal en American football. De beste kansen heb je als voetballiefhebber waarschijnlijk in de zaak waar Amsterdammer Mickey Voll geregeld de scepter zwaait, Pelé Soccer midden op Times Square.

De winkel doet goede zaken, tijdens het WK. De minitribune voor het gigascherm aan de wand zit bij zo’n beetje elke wedstrijd vol en het shirt van het Amerikaanse mannenteam ‘gaat als een tierelier’, zegt Voll.

Voetbal is dan ook allang niet slechts een bijzaak meer in de VS. President Joe Biden vierde openlijk mee dat het nationale team de groepsfase heeft doorstaan, en voor de wedstrijd Amerika-Engeland schakelden vorige week meer Amerikanen dan ooit de tv in. Onder jongeren van 18 tot 24 jaar is voetbal nu zelfs de op één na meest gespeelde teamsport, volgens branchevereniging SFIA.

“Maar er is een hardnekkig vooroordeel: Europeanen, mensen buiten Amerika, denken dat Amerikanen er niks van kunnen,” klaagt Volls collega Omar Camara, met het voetbalvirus besmet door zijn familie uit Senegal en Gambia. “Dat moeten we nu doorbreken.”

Amerikaanse voetbalvolgers zijn optimistisch. ‘Voetbalwereld, maak plaats,’ kopt The New York Times boven een artikel waarin sportjournalist Will Leitch bejubelt dat het voetbal op het Noord-Amerikaanse continent ‘ongelofelijke stappen’ heeft gemaakt in de afgelopen dertig jaar. Dat begon, denkt hij, met het WK in de VS in 1994.

Nu het Amerikaanse team kans maakt op een plek in de kwartfinale en opnieuw een WK op eigen bodem in aantocht is, zet de groei alleen maar door, is de verwachting. In 2026 komt het WK weer naar Amerika, dat het toernooi dan organiseert met buurlanden Canada en Mexico.

Op pleintjes

Als je wilt weten wat de Amerikaanse fans denken over de wedstrijd tegen Nederland, dan moet je op de gokkantoren in Las Vegas letten, zegt Matt Rybaltowski, sportjournalist die verslag doet van de gokmarkten. “Nederland is een grote favoriet,” ziet hij. Rybaltowski houdt voor de deur van een van de weinige voetbalwinkels van het land even halt om het einde van de wedstrijd tussen Japan en Spanje te zien op het scherm aan de gevel. Rybaltowski vindt Nederland ‘sterk op het middenveld, met Frenkie de Jong, Virgil achterin is heel goed, en Memphis Depay is van wereldklasse’.

Veel New Yorkers die zich verdiepen in het voetbal hebben wortels buiten de VS. Voetbal is hier door immigranten uit Europa, Latijns-Amerika en Afrika naartoe gebracht. Maar het is de immigrantenwijken ontgroeid – bars in de hele stad zenden ’s ochtends vroeg wedstrijden uit de Premier League uit. Met New York City FC heeft de stad sinds 2015 ook een profclub binnen de stadsgrenzen. Nu leent dat team nog het honkbalstadion van de Yankees, maar deze maand kondigde de club aan dat het eindelijk ook een echt voetbalstadion kan gaan bouwen.

Alleen spontaan en laagdrempelig voetballen op pleintjes, dat ziet Mickey Voll zelden in de stad. Hij is de marketingmanager van Pelé Soccer, maar probeert New York ook aan het straatvoetbal in Amsterdamse stijl te krijgen. “Als je naar buiten gaat zie je overal straatbasketbal, maar heel zelden voetbal. Je moet eigenlijk altijd betalen, 10 dollar voor pickup soccer.” Zijn straattoernooien in New York zijn in de afgelopen zomers flink gegroeid, tot soms zo’n 80 deelnemers.

De voetbalcultuur is vooralsnog niet vergelijkbaar met de Europese – Amerika schakelt vooral in bij grote toernooien. Het American football blijft in de VS nummer 1, ziet Jonathan Bosch, een Nederlander die in New York tot voor kort de Amerikaanse commerciële tak van FC Barcelona runde. “En daarna basketbal. Maar we zien hele sterke groei en heel veel positief momentum rond het voetbal.”

Bitterballen

Bosch voelt zich na vijftien jaar Amerika ‘half Amerikaans’, zegt hij, maar rekent alvast op een klinkende zege van Oranje. “Amerika heeft wel een mooi collectief en heeft eigenlijk niets te verliezen. Heel veel mensen hier dachten: we komen de groepsfase niet door.”

Mike, een in Amsterdam geboren Amerikaan uit Minnesota die zich Ruud Gullit herinnert uit zijn jeugd, verzekert op Times Square dat hij nog steeds voor Nederland juicht. Maar heel optimistisch is hij niet. “De laatste keer dat ik Nederland zag spelen leken ze niet zo hot.” Het tempo valt hem tegen. “Niet zoals de teams waar ik aan gewend ben van vroeger. Ik duim voor Nederland, maar ik zou niet verrast zijn als Amerika wint.”

Twee Amerikanen hopen stiekem van niet. In het hart van Manhattan hebben Paul Barbey en Anne Calimano het rood-wit-blauw al aan de gevel van hun saloon gehangen. De vlag is nog discreet opgerold, maar op verzoek rollen ze hem even uit. De slingers met rood-wit-blauwe banen hangen ook al achter de bar van Hurley’s Saloon.

Zaterdag komen hier Nederlandse New Yorkers bij elkaar om de wedstrijd te zien. Al jaren is Hurley’s voor hen een vaste uitvalsbasis, en dat blijft zo, ook als Oranje tegen de VS speelt. Barbey heeft er speciaal bitterballen voor laten inkopen. Hij kijkt uit naar een massa blije mensen die veel Heineken bestellen. “Ik hoop eigenlijk dat Nederland wint, dat zou goed zijn voor Hurley’s.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden