Plus

Voedselonderzoek: sponsoring of wetenschap?

Onderzoek naar wat gezond voedsel is, moet onafhankelijk zijn. Toch kan samenwerking tussen overheid, wetenschap, bedrijfsleven en burger wel degelijk van nut zijn - als er maar een heldere taakverdeling is.

Beeld Nanne Meulendijks

Vertrouwen van de burger in de wetenschap is relatief groot
Het vertrouwen van burgers in instituties staat al jaren onder druk. Voor een peiling van het Rathenau Instituut deelden Nederlandse burgers afgelopen jaar rapportcijfers uit; kranten, televisie, politiek (Tweede Kamer en regering) en grote bedrijven scoorden alle tussen de 5 en 6. De rechtspraak kreeg met een 6,5 een wat hoger cijfer, de wetenschap kreeg met een 7,1 het meeste vertrouwen.

Bij mengvormen, zoals samenwerking tussen wetenschap en grote bedrijven, slonk het vertrouwen in de integriteit van de wetenschappers. Ook dacht een ruime meerderheid dat het bedrijfsleven probeert te voorkomen dat voor hen ongewenste onderzoeksresultaten naar buiten komen - en ook de overheid wordt hiervan verdacht.

Sommige takken van wetenschap worstelen meer met onzekerheden en complexe vraagstukken dan andere. In de exacte en technische wetenschappen zijn er makkelijker algemene conclusies te trekken uit de bevindingen dan bijvoorbeeld bij onderzoek naar oorzaken van en oplossingen voor gezondheidsproblemen of klimaatverandering.

Voedingswetenschappers moeten zich behelpen met beperkte onderzoeksmethoden om complexe vraagstukken over voeding en gezondheid te beantwoorden. Alleen daarom al is enig wantrouwen bij de resultaten gerechtvaardigd. Daarnaast spelen allerlei commerciële en ideële belangen bij de financiering van de voedingswetenschap.

Onderzoeksresultaten worden beïnvloed door financiers
Dat de wijze van financiering een enorme invloed kan hebben op onderzoeksuitkomsten, is goed gedocumenteerd.

Een paar voorbeelden: door de industrie gefinancierde overzichtsartikelen (die de wetenschappelijke stand van zaken weergeven) naar het effect van kunstmatige zoetstoffen op het lichaamsgewicht, waren in drie van de vier gevallen positief. Bij 23 niet door de industrie gesponsorde overzichtsartikelen liet er slechts één gunstige resultaten zien. Een groot deel (42 procent) van de wetenschappers met strijdige financiële belangen meldde deze niet.

Ook bij onderzoek naar de invloed van suikerhoudende dranken op het lichaamsgewicht bleek een sterke invloed van de sponsor. In door de industrie gefinancierde studies werd liefst 57 keer vaker vastgesteld dat er geen of maar een zwak verband was tussen de inname van suikerdrank en lichaamsgewicht, dan in studies die geen geld kregen van het bedrijfsleven.

Commerciële belangen maken uitkomsten minder bruikbaar
Bij de totstandkoming van het in november gepresenteerde Nationaal Preventieakkoord van staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid beoordeelden wetenschappelijke adviseurs of er maatregelen moeten komen tegen overgewicht door suiker in dranken te vervangen door zoetstoffen.

Daarvoor gingen ze voor elk onderzoek na wie het gefinancierd had, omdat de resultaten vertekend konden zijn. Ook bij de totstandkoming van de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad werd onderzoek gesponsord door de industrie voorzien van een sterretje, zodat rekening kon worden gehouden met vertekening van de uitkomsten.

Dat men bij de beoordeling van de wetenschappelijke literatuur steeds op zijn hoede moet zijn voor de invloed van commerciële belangen, is nogal opmerkelijk. Er wordt geregeld voor gepleit dat voedingsonderzoek niet mag worden gefinancierd door bedrijven die finan­ciële belangen hebben bij de uitkomst. Dat betekent dan wel een streep door een groot deel van het onderzoek.

Als de overheid wil weten of bepaald voedsel veilig is of gezond, kan ze het beste onafhankelijke instanties inschakelen. Uit een recent rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid blijkt overigens dat ook de politiek en ambtenarij zich vaak bemoeien met de onderzoeksvragen, de bevindingen en de conclusies van onafhankelijke onderzoekers.

De voedselindustrie presenteert marketing als wetenschap
De Amerikaanse hoogleraar Marion Nestle stelt het duidelijk in haar recent verschenen boek Unsavory truth: door de industrie betaald onderzoek moet worden gezien als een onderdeel van hun marketing.

Beeld Nanne Meulendijks

De vertekening van de uitkomsten is schadelijk voor de wetenschap, de volksgezondheid en het vertrouwen van de burger. In haar boek geeft ze talloze voorbeelden van commerciële beïnvloeding van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek, maar ook van de inhoud van richtlijnen, politieke besluitvorming en maatschappelijke discussies.

In Nederland zijn er diverse 'kenniscentra' die volledig gesponsord door bijvoorbeeld de bier­sector, de zuivelindustrie of de suikerindustrie bijeenkomsten organiseren of nieuwsbrieven schrijven voor wetenschappers en zorgprofessionals. Zo worden die voorzien van wat onafhankelijke wetenschappelijke informatie lijkt, maar in werkelijkheid vaak gekleurde informatie is.

De overheid stimuleert financiering van onderzoek door de industrie
Hoewel bekend is dat het vertekende onderzoeksresultaten oplevert, vindt de Nederlandse overheid het een goed idee dat wetenschappers innig samenwerken met de industrie. De overheidsinstellingen die wetenschappelijk onderzoek op universiteiten subsidiëren, eisen steeds vaker dat er een commerciële partner betrokken is bij de financiering van een onderzoeksproject.

Bedrijven zijn ook vaak betrokken bij het opstellen van onderzoeksprogramma's - zoals bij het topsectorenbeleid, waarbij de regering innovaties wil stimuleren in sectoren die belangrijk zijn voor de economie en werkgelegenheid.

Veel grote voedingsmiddelenbedrijven slaan hun tenten op op de campus van universiteiten. Vaak gebeurt dat met aanvullende subsidie van het ministerie van Economische Zaken, zodat er makkelijker kan worden samengewerkt, maar waardoor potentiële belangenverstrengeling waarschijnlijker wordt.

Bedrijven zijn bij uitstek in staat zelf nieuwe voedingsmiddelen te ontwikkelen, maar om hun effecten op gedrag en gezondheid op zuivere wijze te onderzoeken, zijn onpartijdige onderzoekers nodig. Zo heeft de EU een instituut (Efsa) opgericht waar onafhankelijke commissies moeten beoordelen of gezondheidsclaims van voedingsmiddelenbedrijven wel kloppen. Die commissies wijzen meer dan negentig procent van die claims af omdat ze onvoldoende wetenschappelijk zijn onderbouwd.

Het is overigens lastig om voldoende leden voor die commissies te vinden die volstrekt onafhankelijk zijn. Wetenschappers worden behalve als onderzoeker ook regelmatig door het bedrijfsleven gevraagd als adviseur. Ook hier geldt dat onafhankelijk advies per definitie niet een door de industrie betaalde functie kan zijn.

Private partijen kunnen helpen ons voedselaanbod gezonder te maken
Aan onderzoek in opdracht van het bedrijfsleven kleven potentiële complicaties, maar dat wil niet zeggen dat voedingsonderzoek alleen in de ivoren torens van de wetenschap moet worden uitgevoerd.

Bij het gezonder maken van ons voedsel, zoals de overheid nastreeft, zijn ook private bedrijven nodig. Voor het produceren, verwerken, transporteren en aanbieden van gezond eten zijn bedrijven nodig die dat werkelijk kunnen doen. Dat ze daarbij ook voor een inkomen voor zichzelf zorgen, is vanzelfsprekend.

Bedrijven kunnen naast financiële doelen ook ideële doelen nastreven. Als ze gezamenlijk hetzelfde doel voor ogen hebben, kunnen overheden, bedrijven en wetenschappers elkaar versterken.

Zo doen wij bij de Vrije Universiteit Amsterdam onderzoek naar gezondere voedselkeuzes onder verschillende realistische omstandigheden, zoals in instellingen voor gezondheidszorg, scholen, kantines, kinderdagverblijven en supermarkten. Er zijn vaak geen mensen die beter weten hoe je een aanbod zo kunt organiseren dat gezondere keuzes makkelijk worden, dan de mensen die er dagelijks in werken. Beleid, onderzoek en praktijk kunnen elkaar op die manier versterken.

Bij dat onderzoek is het essentieel ook de burgers te betrekken. Op die manier krijg je betere en bruikbaarder voedingswetenschap, die het vertrouwen van de burger kan verdienen.

Jaap Seidell is hoogleraar voeding en gezondheid bij de VU Amsterdam. Jutka Halberstadt is psycholoog en universitair docent kinderobesitas bij de VU. Van de auteurs verscheen het boek Jongleren met Voeding - kleine en grote vragen over een leven lang gezond eten (Uitgeverij Atlas Contact).

Rol frisdrank op gewicht verzwegen

Een voorbeeld van beïnvloeding van onderzoek is het in 2015 door Coca-Cola gesponsorde Global Energy Balance Network. In dat netwerk kregen wetenschappers van naam en faam veel geld van Coca-Cola om onderzoek te doen naar de rol van lichamelijke activiteit bij het ontstaan van overgewicht.

De onderzoekers kregen de opdracht om in de wetenschappelijke literatuur en in de media te benadrukken dat overgewicht toch vooral het gevolg was van te weinig lichaamsbeweging. Op zich was met dat bewegingsonderzoek niets mis, maar het resulteerde uiteindelijk wel tot minder aandacht naar de rol van frisdrank als dikmaker. Vanwege ophef in de media over deze praktijken besloot Coca-Cola het netwerk te stoppen.

Gunstige effecten
Een ander voorbeeld is het door de alcoholindustrie (onder meer Heineken) gesponsorde onderzoek naar de relatie tussen alcohol en gezondheid. De studies werden zodanig opgezet dat er vooral mogelijke gunstige effecten van matig alcoholgebruik op risicofactoren voor hart- en vaatziekten uit zouden komen, maar er werd niet gekeken naar bijvoorbeeld het mogelijk vergrote risico op kanker.

Het in Nederland gevestigde Kennisinstituut Bier, dat gefinancierd wordt door bierfabrikanten, publiceert regelmatig over gunstige effecten van matig alcoholgebruik. In het bestuur zitten drie hoogleraren en de directeur van de Nederlandse Brouwers.

Een soortgelijke instantie is het Kenniscentrum Suiker en Voeding. In de wetenschappelijke raad zitten daar eveneens bekende wetenschappers en de ceo van de Suikerunie. Het instituut sponsort onderzoek, wetenschappelijke bijeenkomsten en nascholingen van professionals en ze publiceren een nieuwsbrief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden