Plus

Vmbo- en vwo-leerlingen komen steeds minder met elkaar in contact

Brede scholengemeenschappen kunnen nauwelijks opboksen tegen de populaire zelfstandige gymnasia en havo-vwo's in Zuid. Maar juist daar komen leerlingen met verschillende achtergronden elkaar tegen.

Leerlingen op het Calandlyceum. Beeld Calandlyceum
Leerlingen op het Calandlyceum.Beeld Calandlyceum

'Er kan hier veel en er gebeurt hier veel," zegt Jan-Mattijs Heinemeijer, directeur van het Calandlyceum, een scholengemeenschap met ruim 1800 leerlingen in Nieuw-West. "Alles loopt door elkaar heen met meer dan zestig ­nationaliteiten, van hoogopgeleid tot laagopgeleid. Het is een weerspiegeling van de stad en dat is de kracht van een scholengemeenschap."

Maar door de grote vraag van ouders en kinderen naar en het oprichten van middelbare scholen waar maar één of twee, meestal hogere, niveaus worden aangeboden, zien de brede scholengemeenschappen hun vwo's krimpen, het vmbo groeien en veel leerlingen doorfietsen richting Zuid.

Scholen worden steeds smaller en de brede scholen verdwijnen, zegt Herman van de Werfhorst, hoogleraar sociologie, gespecialiseerd in ongelijkheid. "Er wordt gedacht dat het risico op afstromen groter is bij een scholengemeenschap: 'Voordat je het weet zit je op het vmbo.' Het is juist de trend om te streven naar beter. Daardoor zie je in een korte tijd een enorme verschuiving, waarbij kinderen wegvluchten bij het vmbo."

Kinderen die al slim zijn, worden met dit systeem alleen maar slimmer. "Terwijl onderwijs in essentie belangrijker is voor diegenen die er minder aan deelnemen. Verschillen die in het begin klein zijn, kunnen door zo'n proces alleen maar groter worden."

Tweedeling op middelbare school Beeld Het Parool
Tweedeling op middelbare schoolBeeld Het Parool

De categorisering is doorgeslagen, denkt Heinemeijer. Zit iedereen op de basisschool nog bij elkaar in de klas, vanaf de middelbare school verandert dat. "In de cruciale levensfase gaan we een reservaten bouwen van slimme mensen en iets minder slimme mensen. Je maakt in groep acht een toets en die bepaalt je toekomst: je gaat naar het gymnasium of niet."

"Maar ik kan genoeg voorbeelden noemen van kinderen die met een vmbo-t-advies binnenkwamen en met een vwo-diploma weggingen. Dan geef je kinderen de ruimte om te ontdekken wat ze kunnen, dat kan niet als je alleen maar scholen bouwt waar je niet door de voordeur mag als je Cito te laag is."

Daar begint volgens de schooldirecteur de uitsluiting. "En hoor je maar vaak genoeg dat je er niet bij hoort, dan ga je je daarnaar gedragen." Juist een brede scholengemeenschap is volgens hem een middel om kinderen met allerlei verschillende achtergronden zich welkom te laten voelen. "Door elkaar op school te zien, ontstaat erkenning en herkenning. Als je in de binnenstad opgroeit en je ziet nooit iemand met een andere nationaliteit, dan worden ze ook eng. Dat vind ik een treurig wereldbeeld."

Parijs
Van de Werfhorst heeft het idee dat ongelijkheid als thema in het onderwijsbeleid in de lokale politiek steeds meer van de kaart is geveegd. "De ongelijkheid neemt toe en het wordt niet eens erg gevonden, terwijl juist gemeentes zouden moeten beseffen dat ze er wat aan kunnen doen. Te beginnen bij het ontwikkelen van visie en een beetje sturing in de samenstelling van de school, maar ook door middel van het beheer van de schoolgebouwen."

Naast het nemen van maatregelen door de politiek gelooft Heinemeijer ook in een maatschappelijke opdracht voor schoolleiders, hijzelf in de eerste plaats: "Je hebt de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de stad in balans blijft. We zeggen allemaal zo trots te zijn op het feit dat we geen Parijs zijn: 'Nee, die voorsteden daar, dat is andere koffie', maar als we niet oppassen hebben we straks dezelfde discussie in Amsterdam."

'Doorgroeien moet op alle niveaus kunnen'

Wethouder Simone Kukenheim van Onderwijs maakt zich zorgen over het lage schooladvies dat de meeste kinderen van laagopgeleide ouders krijgen. "Ik vraag mij af of ons systeem kinderen echt de kans biedt door te groeien. Daar moeten we een beter antwoord op vinden." Ze vindt dat leerlingen te vroeg een keuze moeten maken voor een middelbare school. Wat extra tijd kan betekenen dat een kind misschien naar de havo kan, in plaats van het vmbo. Dit kan bijvoorbeeld door kopklassen, een extra jaar tussen basisschool en voortgezet onderwijs. Ze pleit voor meer samenwerking tussen scholen om leerlingen meer tijd te gunnen. Kukenheim hoopt dat basisscholen vaker de moed opbrengen een kind een jaar langer in de kleuterklassen te houden. "Ze krijgen dan extra tijd om ­bijvoorbeeld aan taal te werken. Ik begrijp dat scholen dit spannend vinden en dat de regelgeving strikt is, maar kinderen hebben recht op laatbloeien."

Marjolein Moorman, PvdA-raadslid, vindt dat het gemeentebestuur met een plan moet komen om segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Volgens haar is het aanbod aan zelfstandige gymnasia en vmbo's, de ­zogenoemde categorale scholen, 'totaal doorgeslagen'. De gemeente moet zorgen dat scholengemeenschappen op de been blijven.

Simion Blom van GroenLinks onderschrijft dit. Hij vindt dat Kukenheim moet voorkomen dat nog meer scholengemeenschappen hun 'zwarte' vmbo afstoten. "De gemeente moet leiderschap tonen."

D66 wil evenmin dat alle scholen categoraal worden, zegt Dehlia Timman. "Maar we moeten vooral zorgen dat de kwaliteit van het onderwijs op alle scholen goed is. Kuddegedrag kunnen we niet tegenhouden."

De SP pleit er vooral voor dat 'hogere' categorale scholen beter toegankelijk zijn voor kinderen van laagopgeleide ouders, zegt Erik Flentge.

Kukenheim stelt dat de gemeente beleid heeft om ­diversiteit op de scholen te bevorderen. De maatregelen richten zich vooral op het primair onderwijs, bijvoorbeeld door kinderen vanaf 2,5 jaar samen naar de voorschool te laten gaan. Ook steunt ze initiatieven die stimuleren dat leerlingen in hun eigen wijk naar school gaan.

De wethouder vindt niet dat scholengemeenschappen in Amsterdam het onderspit delven ten opzichte van categorale gymnasia, havo's en vmbo's. "Ik hoor die geluiden ook, maar wat mij betreft zorgen wij ­ervoor dat én de scholengemeenschappen én de categorale scholen bloeien. Aan beide vormen is behoefte. We breiden juist ook scholengemeenschappen uit, zoals Spinoza, Cartesius en Caland."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden