Plus

Vluchtelingen in Bijlmerbajes: 'Dit voelt als een hotel'

De eerste 250 asielzoekers wonen inmiddels in de Bijlmerbajes. Dat het een oude gevangenis met tralies voor de ramen is, deert hen niet. 'Ik heb een privékamer met een sleutel. Ik ben veilig.'

Hossein (35) en zijn vrouw Roja (21) en pasgeboren baby Sam (twee maanden): 'Het was in het begin wel een verrassing dat het een gevangenis was.' Beeld Rink Hof

De voormalige Bijlmerbajes is afgelopen zomer omgebouwd tot asielzoekerscentrum (fotoserie). Er is plaats voor maximaal duizend vluchtelingen en statushouders. Momenteel wonen er ongeveer 250 mensen, merendeels uit Syrië, Eritrea, Iran en Irak. De eerste bewoners kwamen een maand geleden binnen.

Twee torens zijn inmiddels in gebruik. De bedoeling is alle zes torens in te richten. In de voormalige cellen verblijven alleenstaanden en stellen. De voormalige kantoren worden gebruikt als gezinskamers. De luikjes in de celdeuren zijn dichtgetimmerd en het gebouw is opgevrolijkt met kleuren en schilderingen.

Het COA mag tot eind volgend jaar de voormalige gevangenis gebruiken. Alle noodopvanglocaties in de stad zijn inmiddels gesloten.

Drie vluchtelingen met een plek in de Bijlmerbajes vertellen hun verhaal:

Ghada (45) uit het Syrische Aleppo

Haar vlucht vanuit Aleppo legde Ghada, secretaresse van beroep en inmiddels statushouder, negen maanden geleden in haar eentje af.

Via Libanon bereikte ze Turkije, waar ze in een bootje voor acht mensen stapte om naar Griekenland te varen. "Het was midden in de nacht en ineens zei iemand dat we in het water moesten springen. Daar lagen we. Na een tijd redde een Iraanse man mijn leven. Ik zal hem nooit vergeten. Sam heet hij."

Tijdens de vlucht verloor ze haar bagage: een jurk, pyjama, ondergoed, handdoek en telefoon. Alleen haar geld had ze nog over. Ze vloog vanuit Griekenland naar Schiphol. "Ik wilde per se naar Nederland. Ik was hier acht jaar geleden als toerist en vond het fijn. Zulke aardige mensen," zegt Ghada.

Haar ouders zijn inmiddels overleden. Ze heeft vier zussen. Een woont in Barcelona en de drie anderen zijn op de vlucht naar een ander land.
Twee weken geleden kwam Ghada na een omzwerving via Nijmegen, Leeuwarden en Zaandam in het Amsterdamse asielzoekerscentrum aan.

Het deert haar niet dat het een voormalige gevangenis is en er tralies voor de ramen zitten. Ze wuift het weg. "Ik heb een privékamer met een sleutel. Ik ben veilig. Het maakt me niet uit of ik in een tent moet slapen of een paviljoen. Dit voelt voor mij als een hotel."

In haar kamer staan een bed, stoel, tafel en tv. Op de plank staat een koran. "Die kreeg ik in Nederland. Een cadeautje op kerstdag." Haar toekomst ziet ze rooskleurig tegemoet. "Ik blijf hier voor altijd. Dat wil iedere vluchteling.

In mijn land zijn al mijn vrienden en familieleden vertrokken," zegt Ghada, die haar nagels rood- wit-blauw heeft gelakt. Ze wil graag nog een ding zeggen: "Dank je wel, Nederlanders." De woorden heeft ze via een taalprogramma op YouTube geleerd.

Ghada (45) uit het Syrische Aleppo Beeld Rink Hof

Basem (45) en Anas (23), vader en zoon uit de Syrische hoofdstad ­Damascus

Vader en zoon zitten er tamelijk relaxed bij. De 'death road', zoals Basem zijn tocht noemt, is achter de rug. Hij is blij dat zijn vrouw en vier andere kinderen, in de leeftijd van drie tot negentien jaar, die niet hoeven af te leggen. Zij vliegen volgende week naar Nederland. Basem en Anas zijn statushouders en krijgen over een maand een huis in Haarlem. "Ik heb ze verteld over Holland. Het is hier veilig, het land is mooi en de mensen zijn aardig. Ze houden van vreemdelingen zoals wij," zegt Basem.

Ze zijn al eens bij mensen voor eten uitgenodigd. Ze vinden het fijn om Nederlanders te ontmoeten. Maar op straat voelt hij zich weleens bekeken. "Ze kijken soms naar ons alsof we terroristen zijn. Dat is niet goed.

Zij weten dít niet," zegt Basem terwijl hij een papiertje met ­Arabische zinnen omhoog houdt. "Damascus is de oudste stad in de ­wereld. Het christendom begon vanuit Syrië, het eerste alfabet ontstond er, de olijfboom komt uit dit gebied, de eerste muziek komt hier vandaan en ons brood is beroemd. Mensen zijn verbaasd als ik dit vertel. Ze weten wel over de oorlog in ons land maar niets van de geschiedenis van Syrië."

Dat stelt Basem, die in het toerisme werkte, wel teleur. "Nederlanders weten wel over Israël maar niets over Syrië. Sommigen zijn bang voor ons."

Hij weet niet wat de toekomst brengt en waar hij over vijf jaar zal zijn. "Mijn hart en ziel zijn in Damascus. Ik hou van mijn land. Misschien kan ik terug. Maar mijn kinderen blijven misschien hier."

Anas, die in Syrië een opleiding tot ­accountant volgde, is getrouwd. Ook zijn vrouw zal naar Nederland komen. "Ik wil hier verder studeren en werken," zegt hij. Samen met zijn ouders wil hij hier een Syrisch restaurant beginnen. "Mijn vrouw kan heerlijk koken," zegt Basem.

Basem (45) en Anas (23), vader en zoon uit de Syrische hoofdstad ­Damascus Beeld Rink Hof

Hossein (35) en zijn vrouw Roja (21) en pasgeboren baby Sam (twee maanden), vluchtelingen uit Iran

Hossein en zijn vrouw Roja moesten ongeveer negen maanden geleden vanwege religieuze problemen uit Iran vluchten. Het echtpaar, voorheen moslim, had zich bekeerd tot het christendom.

"De regering doodde ­jaren geleden mijn broer en zwager. Zes jaar geleden besloten we christenen te worden. In mijn sofafabriek hing een kruis met ­Jezus aan de wand. Een van mijn medewerkers vertelde het aan de politie. Ze waren bang dat ik mensen zou bekeren. We kregen zoveel problemen. Er kwamen mensen die het kruis van de muur haalden en onze bijbel meenamen. We waren vanaf dat moment niet meer veilig en besloten te vluchten."

Hossein en zijn twee maanden zwangere vrouw gingen met een boot vanuit Turkije naar Lesbos. Per trein kwamen ze uiteindelijk in Duitsland aan, maar ze vonden het daar te druk. Nederland werd hun nieuwe bestemming. Van het land wist hij niets. Of hij hier wil blijven? "Ik bid dat we terug kunnen naar ons eigen land."

Via Ter Apel ging het echtpaar door naar Den Helder, waar baby Sam twee maanden geleden werd geboren. Sinds een paar weken wonen ze in de voormalige Bijlmerbajes, waar ze een grote kamer hebben in een voormalige kantoorruimte. Hossein: "Het was in het begin wel een verrassing dat het een gevangenis was."

Ze zijn officieel nog vluchteling, toch kan Roja binnenkort bij Amsterdam University College aan een cursus ­Nederlands beginnen. "Dan zorg ik voor de baby," zegt Hossein.

Het echtpaar is inmiddels verschillende keren naar het centrum van de stad geweest. "Wat een leuk en warm land is dit. Iedereen zegt gedag, terwijl we niet eens uitgenodigd zijn. Maar ja, we moesten hiernaartoe vluchten. Straks kan ik van nut zijn voor Nederland. Ik ben ingenieur."

Roja (21) en Hossein (35) Beeld Rink Hof
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden