Vluchteling vindt niet snel een baan

Vluchtelingen met een verblijfsvergunning zijn na 2,5 jaar nog nauwelijks aan het werk. Ervaring leert: het helpt als je Nederlandse vrienden hebt.

Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) is in de Bijlmerbajes in gesprek met vluchtelingen die worden begeleid naar een reguliere baan Beeld ANP

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in kaart gebracht hoe het statushouders, vluchtelingen met een verblijfsvergunning, vergaat die in 2014 de procedure zijn ingegaan. Het onderzoek verschijnt dinsdag.

Tweeënhalf jaar na de start van hun procedure heeft 11 procent van de statushouders een betaalde baan. Afghanen presteren het best: van deze groep werkt 29 procent. Het kan meespelen dat sommige Afghanen in een eerdere procedure waren afgewezen, en dus bij deze meting al langer in Nederland waren.

Eritreeërs zijn hekkensluiter met 6 procent. Onder de instroom waren vooral veel Syriërs (13.250) en Eritreeërs (3935) .

Woningnood
Martijn van der Linden van Vluchtelingenwerk Nederland vindt 11 procent statushouders met een baan nog veel.

"Door de woningnood in Nederland blijven veel vluchtelingen ook als ze een status hebben in het azc. Dan is het lastig werk te vinden. De meeste azc's zitten in het oosten of het noorden, de meeste statushouders krijgen een huis in de Randstad. Heb je net werk gevonden, moet je ergens anders opnieuw beginnen. Dat is voor werkgevers niet aantrekkelijk."

Regelwerk
De cijfers bevestigen dat beeld: na een jaar had van de Syriërs 70 procent een huis, na 18 maanden 90 procent. Heb je eenmaal een huis, dan volgt allerlei regelwerk en de inburgeringscursus.

Van der Linden: "Als je drie dagen in de week in de schoolbankjes zit, en in de andere twee dagen zonder netwerk en met een taalachterstand een baan hebt weten te bemachtigen, dan zeg ik: knap gedaan van die elf procent."

Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat de inburgering voor veel statushouders stress veroorzaakt. Ze hebben moeite de juiste cursus te vinden en lijden onder de tijdsdruk: als ze niet binnen drie jaar de examens halen, lopen ze tegen enorme boetes aan.

Adrenaline
Gebrekkige taalbeheersing speelt een rol bij het niet vinden van werk, maar ook de oorlogstrauma's, zegt Fleur Bakker van de Refugee Company, die statushouders aan werkt helpt. "Vluchtelingen leven de eerste tijd op adrenaline, in een overlevingsstand," zegt Bakker.

"Als alles is geregeld, komt er opeens tijd voor de emoties. Dan kunnen ze last krijgen van hun trauma's." Ze geeft het voorbeeld van een vluchteling die editor werd bij een nieuwszender, maar toen depressief raakte, en nu weer zonder werk zit.

Albert Heijn
Amsterdam houdt zelf cijfers bij, en schetst een rooskleuriger beeld. Van de 3797 statushouders die sinds 2013 zijn geplaatst, werkt 20 procent. Het COA helpt door in de azc's vooral mensen te plaatsen die worden toegewezen aan Amsterdam. Zo verdwijnen zij niet na een tijdje naar een ander deel van het land.

Ook krijgen statushouders een taalcursus, toegespitst op wat nodig is op de werkvloer. Werkgevers als Albert Heijn zijn daar al vroeg bij betrokken.

Beeld Laura van der Bijl

Van Syrië naar Wehkamp

Als het verhaal van Saeed al Hammad (25) iets duidelijk maakt, is het dit: het helpt om Nederlanders te kennen. Al Hammad volgde de kunstacademie in Syrië. In 2014 ontvluchtte hij Aleppo; in 2015 kwam hij in Nederland. Hij zat in meerdere azc's en kreeg zijn verblijfsstatus na een dag of 40. In Luttelgeest leerde hij zijn Nederlandse vriendin kennen toen hij als vrijwilliger muziekles gaf. Hij haalde zijn inburgering in 2017.

"Een eitje," noemt hij het. "Het hangt ervan af hoe goed je Nederlands is. Ik had een Nederlandse vriendin, sprak al Engels, maar ik heb gezegd: ik wil hier blijven, dus ik spreek geen Engels meer. Dat heeft geholpen."

Na zes maanden kreeg hij een huis op IJburg. Nu werkt hij fulltime als fotograaf bij Wehkamp. Dat is snel gegaan, met dank aan zijn vriendin. "Ik spreek wel Nederlands, maar niet genoeg voor een nette brief. Die heeft zij netjes gemaakt; ik ben na een gesprek en een proefdag meteen aangenomen."

Hij heeft ook veel meegemaakt, zegt hij. "Ik word soms 's nachts schreeuwend en huilend wakker. Ik heb hulp gezocht bij de huisarts, en ben niet depressief. Wat gebeurd is, is gebeurd. Ik probeer positief te blijven en vooral naar de toekomst te kijken."

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden