Plus

Vluchteling op de Zuidas: 'Werken is deel van je integratie'

De Zuidas is van oudsher een bolwerk van witte mannen. Stukje bij beetje komt daar verandering in. Deze week het slot: Tigranne Hakobjan, analist mediamanagement bij Accenture. 'Mijn moeder heeft me enorm gepusht.'

Tigranne Hakobjan Beeld Niels Blekemolen

Ga er maar aan staan: met een taalachterstand de havo doen als je in een asielzoekerscentrum woont. Tigranne Hakobjan (28) kwam op haar elfde naar Nederland en bracht haar pubertijd door in verschillende azc's.

In sommige centra deelde ze een kleine kamer met haar moeder: dan deed ze haar huiswerk op haar bed, boek op schoot. Op andere plekken moesten ze de eet­tafel delen met acht mensen. "Als wij klaar waren met avondeten, schoof een ander gezin aan. Dan kon je daar dus ook niet leren."

Dat nomadische bestaan heeft ook voordelen, zegt ze monter: "Ik ken Nederland beter dan heel veel Nederlanders." Al blijft de achtergrond cynisch. Zonder verblijfsvergunning mag je nu eenmaal het land niet uit, dus waar anderen misschien een weekendje Londen zouden doen, of gaan kamperen in Frankrijk, ging zij een dagje naar Zwolle of Deventer.

Hakobjan vluchtte begin 2002 uit Armenië, om politieke redenen waar ze niet op in wil gaan. Ze kwam met haar moeder, 'twee stoere vrouwen'; haar vader was al overleden. Ze werd opgevangen in een oude kazerne op de Veluwe, vlak bij Arnhem. Via een internationale schakelklas kon ze door naar de havo. "Mijn mentor was zo trots. Het was voor het eerst in 15 jaar dat zij een leerling had die meteen naar de havo kon."

Commerciële economie
Na haar middelbare school wilde ze eigenlijk ­geschiedenis gaan studeren, of archeologie. Maar haar docent zei: je hebt talent voor economie, hoe je dingen beredeneert en analyseert. "En mijn Nederlands was nog niet zo goed, en met geschiedenis zou ik heel veel moeten lezen." Het azc waar ze woonde zou gaan sluiten, en ze wist nog niet waar ze daarna heen zou gaan.

"Ik ben dus helemaal niet naar open dagen gegaan. Het was zo stressvol. Mijn decaan zei: we moeten jou toch ergens inschrijven. Ze kwam met drie folders aanzetten: bedrijfseconomie, economie en recht en commerciële economie. Ik had een half uur om te beslissen. Bedrijfseconomie vond ik te veel cijfers, economie en recht ging te veel over taal, dus bleef commer­ciële economie over. Ik heb nooit spijt gehad."

Het was leuk om te studeren. Fijn om je aandacht ergens anders op te richten dan op het azc. Via een lening van vluchtelingenfonds UAF kon ze haar collegegeld en reiskosten betalen - zonder verblijfsvergunning krijg je geen studiefinanciering of ov-jaarkaart. In het tweede jaar kregen Hakobjan en haar moeder een verblijfsvergunning.

"Mijn moeder heeft me enorm gepusht. Haar gezondheid was niet goed, in Nederland kon zij haar eigen dromen niet meer waarmaken. Ik moest wel iets bereiken."

Mentor
Accenture, waar ze nu klanten adviseert over hun media-inkopen, leerde ze al tijdens haar studie kennen. "Accenture deed veel met vluchtelingen, ook al voor de grote crisis van 2014." Zo had de student Hakobjan een mentor van het bedrijf.

"Als vluchteling heb je geen ouders, of in mijn geval geen moeder, die in een bedrijf werken. Die kunnen je dus niet helpen, niet vertellen hoe dingen gaan. Zij kennen die wereld niet. Het was heel fijn dat ik dat aan mijn mentor kon vragen."

Op haar eerste werkdag, nu bijna drie jaar geleden, kreeg ze een mail van de Nederlandse baas van Accenture: welkom, wat goed dat je er bent. Ze werd meteen betrokken bij de activiteiten voor vluchtelingen, en ook bij de oprichting van de Refugee Talent Hub (zie kader). Eigenlijk kwam ze er toen pas achter dat ze de eerste vluchteling binnen de muren van Accenture was. Het viel ook niet op: er werken tientallen nationaliteiten.

Ze is gaan wonen in Almere-Poort. "Wonen in Amsterdam is een droom van mij. Maar ik ben alleen, ik kan hier geen huis betalen." Wel geeft ze als een soort amateurgids rondleidingen in Amsterdam, aan Armeniërs die hier bijvoorbeeld op familie­bezoek zijn. Ze voelt zich nu net zo Armeens als Nederlands. Terug wil ze niet, niet nu in elk geval. "Dat lijkt me te emotioneel."

In de afgelopen jaren zijn nog ongeveer twintig vluchtelingen in dienst gekomen. De meeste komen uit Syrië, sommigen uit landen in Afrika. De taal is nog wel een punt: de meesten spreken goed Engels, maar voor functies waar Nederlands als spreektaal wordt gevraagd, komen ze niet altijd in aanmerking. Ze grinnikt. "Ze werken vaak in de IT, en daar heb je natuurlijk vooral te maken met programmeertaal."

Inmiddels is zij degene die de mailtjes stuurt naar nieuwe vluchtelingen: welkom, ik zit daar-en-daar, kom vooral naar me toe als je vragen hebt. Je vergeet nog weleens waar je vandaan komt als je een volgende stap hebt gezet, zegt ze. "Dan zie ik een vluchteling in een hoekje staan bij de borrel, en denk ik: o ja, dat klopt, zo was ik ook! Ik heb ook in zo'n hoek gestaan, I've been there!"

Koffie drinken
De Nederlandse cultuur van borrelen en netwerken, die kende zij eerst ook niet. "Mensen met elkaar in contact brengen, kopjes koffie drinken, of met je collega's afspreken om op vrijdagmiddag de afgelopen week te bespreken. Die lifestyle heb ik helemaal overgenomen!"

Waarom ze het zo belangrijk vindt dat er vluchtelingen werken bij Accenture? "Ik vind het belangrijk dat vluchtelingen werken," klinkt het gedecideerd. "Werken is goed voor je ontwikkeling, voor je zelfvertrouwen: het is goed om te weten dat je van toegevoegde waarde bent. En werken is onderdeel van je integratie. Bij de koffieautomaat leer je de Nederlandse cultuur kennen."

3797

Vluchtelingen vinden over het algemeen moeilijk een baan, blijkt uit onderzoek van het CBS. Amsterdam vormt een relatief gunstige uitzondering: van de 3797 statushouders die hier sinds 2013 (peildatum april 2018) zijn geplaatst, werkt 20 procent.

Netwerk is onontbeerlijk

In 2016 spraken grote bedrijven als Arcadis, Accenture, Albert Heijn en AkzoNobel met de gemeente Amsterdam af statushouders (vluchtelingen met een verblijfsvergunning) aan het werk te helpen. De gemeente maakte 6 miljoen euro vrij voor scholing en training. Heel hard gaat het nog niet. Bouwbedrijf Arcadis heeft één vluchteling in dienst, in het kantoor op Sloterdijk. AkzoNobel heeft, voor zover was na te gaan, geen vluchtelingen in dienst; accountancybedrijf PwC één (in Rotterdam).

Arcadis, Accenture en Baker McKenzie zijn partners van de Refugee Talent Hub, een stichting die bemiddelt tussen statushouders en bedrijven. Het idee: er is krapte op de arbeidsmarkt en er is onbenut arbeidspotentieel van vluchtelingen. Zij komen vaak niet aan de bak doordat ze geen goed netwerk hebben. Baker McKenzie levert pro bono juridisch advies.

ABN Amro heeft een eigen programma, Reboot, waarmee vluchtelingen in dienst kunnen komen. De bank heeft 12 statushouders, vooral IT'ers, aangenomen. Accountants- en adviesorganisatie EY had twee statushouders in dienst, maar dat is onder meer wegens taalproblemen stukgelopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden