Visé, Hanzestad en ganzenstad

Visé aan de Maas. Foto Annemiek Mommers/GPD

We scheuren meestal langs Visé, of Wezet, zoals de Vlaamse naam van het Waalse stadje luidt. De charmes van de 'ganzenstad' blijven zodoende meestal onopgemerkt. Zonde.

De Duitse soldaten hebben geen oog voor de schoonheid van Visé als ze in de nacht van 15 op 16 augustus 1914 zonder echte aanleiding overgaan tot de bijna complete verwoesting van de stad. Dronken Duitse soldaten schieten die nacht op alles wat op hun weg komt en steken de huizen in brand. De oude stad is één groot inferno.

'Dien aanblik zal ik nooit vergeten. Slechts de Maasstroom scheidde me van den vuurgloed, die onmiddellijk aan den anderen oever woedde. Fel knetterende vlammen, krakend stortten daken en muren in en het levende hout van enkele brandende boomen floot schel tusschen anderen geluiden door,' schrijft de jonge Nederlandse oorlogsverslaggever Lambertus Mokveld van De Tijd in het hoofdstuk over de verwoesting van Visé in zijn in 1916 verschenen boek De overweldiging van België.

'Dakgoten en gevels stortten krakend en brandend naar beneden, zoodat de straten zelve al evenzeer brandden als de huizen,' noteert Mokveld. Zelfs de relieken van de heilige Hadelijn in de Sint-Martinus- en Hadelinuskerk kunnen Visé in die oorlogsdagen niet redden. Sterker nog, ook de kerk wordt door de brand verwoest.

In totaal vallen zo'n zeshonderd huizen ten prooi aan die woede-uitbarsting van de Duitsers. Inclusief alle monumenten, zoals stadhuis, kloosters en gildehuizen.

Visé blijft tot het einde van de oorlog een spookstad. In die vreselijke augustusdagen zijn ongeveer vijftig inwoners geëxecuteerd. Het zijn de eerste martelaren van de Eerste Wereldoorlog. De overige mannelijke inwoners zijn naar een kamp in Duitsland getransporteerd en vrouwen en kinderen zijn door de Duitsers naar het vrije Maastricht gestuurd.

Ruim negentig jaar later is het, wandelend door Visé, moeilijk om je de verwoestingen van toen voor te stellen. Zeker als je in de Rue Basse voor het stadhuis staat. Het is een kopie uit 1925 van het oorspronkelijk begin zeventiende-eeuwse in renaissancestijl gebouwde stadhuis met zijn kenmerkende bolvormige klokkentoren. Aan de gevel wapperen de Europese, de Belgische en de Waalse vlag met de rode haan.

Visé is weer trots, maar Visé vergeet zijn ellende niet. Verderop staat een oorlogsmonument dat herinnert aan de verschrikkingen van twee wereldoorlogen. In dit straatje vallen ook de rood-blauwe wapenschilden op die aan sommige gevels zijn bevestigd. Het blijken de schilden te zijn van de Royale des Anciens Arquebusiers de Visé, oftewel les Rouges, de roden: één van de drie eeuwenoude schuttersgilden van Visé. Deze is van 1579. De blauwen oftewel de Compagnie Royale des Anciens Arbalétriers bestaan zelfs al sinds 1310. Ook het derde gilde, de Compagnie Royale des Francs-Arquebusiers, is meer dan vierhonderd jaar oud.

Verder wandelen we, via het kasseienstraatje Rue Dossin omhoog naar de Martinus en Hadelinuskerk, uit 1338. In de kerk vind je nog steeds de zilveren reliekschrijn van de heilige Hadelijn, de oudste schrijn van het Maasland. Hadelijn is een uit Frankrijk afkomstige monnik, die in de zevende eeuw heidenen kerstende en 21 jaar als kluizenaar leefde in de Ardennen. Er worden wonderen aan hem toegeschreven. Zo zou hij een vrouw uit de dood hebben opgewekt. Om de 25 jaar vieren de inwoners van Visé de komst van de schrijn naar hun stad. De volgende viering is in 2013, maar voor wie niet zo lang wil wachten: de schrijn komt elk jaar even naar buiten voor de processie op de derde zondag van september.

Cité de l'Oie: behalve Hadelijnstad is het 17.000 inwoners tellende Visé ook ganzenstad. Ganzenbeelden en -borden sieren tuinen en gevels en levende ganzen hebben hun eigen ganzenvrijstaat op het Ile de Robinson, het eilandje in de Maas dat tevens een jachthaven voor plezierboten is. Het wemelt er van de oies en hoewel de inwoners van Visé graag gans eten, denkt niemand er aan om die watervogels van het eilandje op te peuzelen. Dat komt door een legende die teruggaat naar het jaar 1376 als troepen van de prins bisschop van Luik plunderend door de streek trekken. Visé lijkt het slachtoffer te worden, maar de inwoners verzetten zich heftig. Een ganzenhoedster slaagt er zelfs in het vaandel van de belagers buit te maken. Het is het begin van de victorie van Visé; sindsdien is de gans het symbool van Visé.

Het is de moeite waard om even de Maas over te steken en een kijkje te nemen in het Quartier Basse-Meuse, het wijkje gelegen tussen het verbindingskanaaltje tussen Maas en Albertkanaal en de spoorbrug. Aan de overkant kun je even lekker ontspannen op het terras van La Capitainerie. Houd er wel rekening mee dat de rust af en toe een beetje verstoord wordt door het gerommel van goederentreinen op de goederenlijn Antwerpen-Aken een eindje verderop. Aangelegd in opdracht van diezelfde Duitsers die in 1914 Visé in puin schieten. (WIEL BEIJER)

www.vise.be
www.basse.meuse.be
www.lafermedartagnan.be

- De geschiedenis van Visé is te zien in het Musée régional d'Archeologie et d'Histoire de Visé in de Rue du Collège, open woensdag en zaterdag 15-17 uur.

- Winkelen doe je in de Rue du Collège. n De frites van friterie l'Autobus aan de Place Reine Astrid en de ijscoups van de Pam Pam in de Avenue du Pont bij de Maasbrug, waar ook hetstation ligt waar de trein naar Maastricht en Luik stopt.

- Informatie bij de VVV in het Centre Culturel in de Rue du Collège.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden