Column

Vind je het gek dat mensen hun fatale plannen soms liever voor zich houden?

Het was een gewone dag. Ze stond op, ontbeet, ruimde haar kamer op, het dekbed op zijn plek. Ze zoende haar vader, vroeg wat ze zouden eten. 

Roos Schlikker Beeld Linda Stulic

"Boerenkool? Lekker. Tot vanavond!" Toen trok ze de deur achter zich dicht en fietste weg.

Ik kan me niet herinneren wat voor weer het was, maar in mijn verbeelding waaide het. Ik zie haar trappen, ietwat buiten adem, haar wangen roze. Ze reed er zonder omweg naartoe, zette haar fiets op slot tegen de muur van het flatgebouw, nam de lift naar boven. Het was een gewone dag. Tot ze sprong.

Twintig jaar geleden viel ze, haar gezicht richting asfalt. De aula op Zorgvlied was overvol. Haar vader achter het katheder zweeg lang. Hij keek en keek en keek naar ons. Toen zuchtte hij: "Wat zijn jullie met veel."

In zijn woorden klonk dankbaarheid maar ook verbijstering. In drommen stonden we naast haar kist, maar niemand wist hoe ongelukkig ze bij leven was.

Zou ze gered zijn als ze om hulp had gevraagd? Ik weet het niet. Vrijdag vond de Nationale Conferentie Suïcidepreventie plaats. Het aantal zelfdodingen in Nederland stijgt al jaren. Elke dag beëindigen vijf mensen hun leven. Hoe kan het dat we niet in staat zijn hen te helpen?

In de Volkskrant stond een moment beschreven waarop psycholoog René Diekstra na een lezing een bos bloemen krijgt. "Waar heb ik dit aan te danken?" vraagt hij. Dan blijkt dat hij jaren geleden een intake met de geefster heeft gedaan. Diekstra had haar zijn 06-nummer gegeven.

"Mocht u in een situatie komen waarbij u het niet meer ziet zitten, dan kunt u mij bellen. Dag en nacht." Ze belde nooit, maar de wetenschap, de troost, dat het kon, redde haar leven.

Diekstra's aanbod is krankzinnig genoeg uniek. Wie in mentale doodsnood verkeert, belandt bij kapot­bezuinigde instanties zonder ruimte voor persoonlijke aandacht. Maar juist deze mensen hebben een vertrouwenspersoon nodig, een professional, bekend met hun zaak.

Want als naaste weet je niet wat je moet. Je belandt bij de crisisdienst en hoort een arts je geliefde vragen: "Denkt u aan de dood?" Je zit er naast en wilt niet luisteren naar het antwoord. We willen het liefst geen van allen luisteren.

Het antwoord komt toch, verlegen gestameld en je hoopt dat er nu hulp komt. Maar de keer daarna zit iemand anders achter het bureau. En de keer daarna opnieuw. Met diezelfde snijdende vraag. Vind je het gek dat mensen hun fatale plannen soms liever voor zich houden?

Als het misgaat, zitten achterblijvers met een gek­makend schuldgevoel. Onterecht, want niemand stuurt aan op zo'n fatale daad. Maar dat er in Nederland duizenden wanhopigen rondlopen zonder vaste hulpverlener, laat staan een 06-nummer, is een intens verdrietige schande waaraan de maatschappij schuld draagt.

Of mijn vriendinnetje te redden was, weet ik niet. Maar anderen wel. Anderen die nu in- en inalleen zijn. De treinspringers, de pillenspaarders, de meisjes die verwaaien op de daken. De meisjes die zeiden: "Tot vanavond!" De meisjes die nooit terugkwamen.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden