Plus Bijlmer 50 jaar

Vijftig jaar Bijlmer: 'Het begin was overleven'

Vijftig jaar geleden streken de eerste bewoners in de Bijlmermeer neer. In deze serie doen zes pioniers hun verhaal. Vandaag: onderwijzer Menno Lodeizen van basisschool De Blauwe Lijn.

Menno Lodeizen (77), tegenwoordig wonend in Amsterdam-Zuid. Beeld Marc Driessen

"Ik ben op 1 december 1968 begonnen. Ik werkte op de Merkelbachschool in Buitenveldert, toen ik bericht kreeg dat ze iemand zochten voor de Bijlmer. Dat leek me wel wat. Ik kende de naam Bijlmer, maar ik was er nog nooit geweest."

"Ik was begonnen in Buitenveldert toen dat ook nog niks was. Dat pionieren op opgespoten land had ik ontzettend leuk gevonden. Ik dacht: het zal met de Bijlmer vast niet veel anders gaan."

"We zijn begonnen in een noodset, zo'n houten keet met een paar ramen. Ik had één leerling, Dick, de zoon van de hoofdaannemer. Tussen de middag ging hij thuis eten. Zijn ouders woonden in een caravan op het bouwterrein."

"Er kwam een vrachtwagen tafels en stoeltjes afleveren. Allemaal afdankertjes, en dat gold ook voor het lesmateriaal. Derdehands letterdozen en een handje met potloden. Ik ben zelf maar wat materiaal gaan maken."

Draai om de oren
"In het lokaal naast ons zat een collega van de christelijke lagere school, en daarna kwam er ook nog een katholiek schoolhoofd bij. We hadden allemaal maar een paar kinderen onder onze hoede, maar het was ondenkbaar om samen in een lokaal te gaan zitten."

"Het enige wat we samen deden was de viering van Sinterklaas. Onze eerste Sinterklaas was Piet Heil, in het dagelijks leven journalist voor Het Vrije Volk. Ik zie hem nog voor me, opdoemend uit de nevel op die grote kale zandvlakte."

"Ik woonde zelf in Slotervaart en reed elke ochtend op de brommer door de stad naar de Omval bij het Amstelstation. Daar begon de wildernis. Vooral in de winter was het zwaar ploegen door de sneeuw en het zand."

"Het vervelende van brommers is dat ze nog weleens mankementen vertonen. Ik heb weleens met een lekke band het hele stuk van school naar huis moeten lopen."

"In de eerste jaren was het overleven. We kregen in 1970 een nieuw gebouw. Daar werden voortdurend nieuwe kinderen aangeleverd. Het laat zich lastig uitleggen wat dat betekent voor een leerkracht."

"Je hebt een klas met twintig kinderen en 's ochtends heb je er plotseling drie nieuwe gezichten bij. Kinderen die nog nooit naar school waren geweest, kinderen uit Afrika en Joegoslavië die we niet eens konden verstaan."

"Halverwege de jaren zeventig hadden we de boel op orde. We hadden een goed team met jonge, enthousiaste mensen. We omarmden de ­jenaplangedachte. Er was een sfeer: we gaan er samen iets van maken."

"Het was hard werken in de Bijlmer, dus het was best moeilijk goede mensen te krijgen. Ook echt iets van die ­jaren: vergaderingen die tot vier uur in de nacht duurden zonder dat ze iets concreets opleverden. Alles was bespreekbaar en alles moest ­besproken worden."

"We kregen veel Surinaamse kinderen. Dat zorgde wel voor problemen. De ouders waren gewend aan een ander schoolsysteem en verwachtten van ons dat we hun kinderen een draai om de oren zouden geven."

"Het was voortdurend aftasten: wat werkt en wat werkt niet? Ik maakte de fout de ouders meteen te ­tutoyeren. Dat werd als neerbuigend ervaren in plaats van als uitnodigend. Dat heb ik allemaal moeten leren."

Gigantisch conflict
"We waren ook de eerste school die een punt maakte van Zwarte Piet. Dat was in de jaren tachtig. We hadden heftig contact met Renate Hunsel, zij werkte op de kinderopvang en zwengelde de problematiek bij ons aan."

"Binnen het team ontstond daar een gigantisch conflict over. Mag je tornen aan een traditie? We zijn toch overgestapt op gekleurde Pieten. Die maatregel leidde nog tot een discussie bij Sonja ­Barend."

"Ik heb vaak momenten van twijfel gekend. Die komen doorgaans als je moe bent. Er was onvoldoende plek op de kinderopvang. Een van de onderwijzeressen ving thuis voor schooltijd al een paar kinderen op."

"Ook kwam het voor dat kinderen na de kerstviering niet werden opgehaald. Die gingen dan maar mee naar huis. ­Eigenlijk moet je die kinderen dan naar de politie brengen. Ik probeerde daar zorgvuldig mee om te gaan: die ouders hadden het ook niet makkelijk."

"De Bijlmerramp in 1992 heeft ook bij mij diepe wonden geslagen, dat merkte ik vooral achteraf. Ik heb 's ochtends in alle vroegte lijsten met leerlingen zitten afvinken. Dat vergeet je niet meer."

Heroïnespuiten
"Ik heb nooit in de Bijlmer willen wonen. Ik ben later naar Hoofddorp verhuisd en dat was verschrikkelijk saai, maar het leek me goed een beetje afstand te houden. Van de leerkrachten die in de Bijlmer woonden, kreeg ik de verhalen mee."

"De Bijlmer was geen Lunteren of Epe. Dat merkten we op school natuurlijk ook. Ik heb een paar keer de GGD gebeld om te klagen dat er heroïnespuiten op het schoolplein lagen. Als antwoord kreeg ik een prikker om de rommel op te ruimen."

"In 2000 heb ik afscheid genomen. Ik heb 32 jaar in de Bijlmer gewerkt en duizenden kinderen voorbij zien komen. Ik kan alleen maar ­zeggen dat ik er met heel veel plezier heb gewerkt."

Volgende week: zangeres Anne-Marie Hunsel.

Zomerserie

De Bijlmer bestaat vijftig jaar. Het Parool bezoekt enkele pioniers van weleer.

1. De politieman
2. De architect
3. De onderwijzer
4. De zangeres
5. De melkboer
6. De verslaggever

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden