Plus

Vier misvattingen over de handgranaten in de stad

Wéér lagen handgranaten voor Amsterdamse bedrijven. Een paar misvattingen ontzenuwd over het fenomeen én over de mogelijke oplossing.

Handgranaat Beeld Shutterstock

Donderdag is opnieuw een handgranaat aangetroffen op het Bijlmerplein, nadat vorige week binnen 24 uur op drie plaatsen in de stad handgranaten zijn achtergelaten: op het Bijlmerplein, op een bedrijventerrein in Zuidoost en bij een hotel in de Korte Van Eeghenstraat vlak bij het Vondelpark.

De vondst van dit soort levensgevaarlijk oorlogstuig is niet langer uitzonderlijk. Terwijl het gevaar bij explosie groot is: toen in juli vorig jaar in West een handgranaat explodeerde, boorde een granaatscherf zich via een raam met dubbel glas in een ledikant waarin een baby lag te slapen.

Om het fenomeen beter te begrijpen kan het helpen een paar misvattingen recht te zetten.

Misvatting 1: Het neerleggen van de granaten past in een en hetzelfde grote conflict in het criminele milieu.

Met drie granaten in 24 uur is die gedachte logisch. Er is echter geen enkele aanwijzing voor: de explosieven lagen in heel verschillende wijken, de werkwijze van de dader verschilt en de vermoedelijke doelwitten zijn divers: het hotel in Zuid en het eethuis op het Bijlmerplein zijn van verschillende ondernemers met een Surinaamse achtergrond en een Turkse familie is eigenaar van het autobedrijf en detacheringsbureau op het bedrijventerrein in Zuidoost.

Ook bij eerdere granaatincidenten speelden uiteenlopende motieven een rol: van criminelen die waren geweigerd bij een nachtclub tot een drugsruzie. Vaak is de achtergrond onduidelijk.

Portiers van uitgaansgelegenheden in het centrum zouden van boze klanten wel­eens te horen krijgen dat er een granaat voor de deur zal worden gelegd. Toch is nooit vastgesteld dat horeca-eigenaren serieus worden afgeperst met dit dreigement. Wel ontvingen enkele ondernemers bij wie een granaat was neergelegd een brief waarin bitcoins werden geëist. Erg serieus was die eis vermoedelijk niet.

Misvatting 2: De granaten zijn een zwaarder middel dan beschietingen en tekenend voor de verharding in het criminele milieu.

Het staat buiten kijf dat het criminele milieu verhardt. Het roekeloze gebruik van zware wapens en de bereidheid van heel jonge jongens heel ernstig geweld te plegen, zijn er de bewijzen van. Toch hangen de granaatvondsten niet per se samen met die verharding. Mogelijk hebben criminelen gemerkt dat de pakkans veel kleiner is bij het achterlaten van een granaat dan na een lawaaiige beschieting.

Misvatting 3: Ondernemers gebruiken beschietingen en granaten om concurrenten uit te schakelen, door in te spelen op het overheidsbeleid getroffen zaken enige tijd te sluiten.

Die theorie over de achtergrond van de acties is een hardnekkig overblijfsel uit de tijd dat coffeeshops werden beschoten. In de onderzoeken zijn echter nooit aanwijzingen gevonden dat deze incidenten te maken hadden met concurrerende ondernemers die het op elkaar hadden voorzien.

Maar er zijn wel aanwijzingen dat criminelen inspelen op het sluitingsbeleid: zo zijn er vermoedens dat de mensen die ergens een granaat achterlaten zelf de politie bellen, om er zeker van te zijn dat ook de overheid weet van het explosief.

De dreiging van sluiting voegt uiteraard een extra element toe aan de intimidatie, hoewel het op zichzelf heus al tamelijk intimiderend is om een handgranaat aan de deurklink te vinden. De bedreiging is ook zonder overheidsingrijpen effectief.

Misvatting 4: Dit fenomeen is met slim beleid op te lossen.

Helaas, zo maakbaar is de samenleving niet, en het criminele deel van de maatschappij al helemaal niet. De mogelijkheden van de politie zijn beperkt: het in het holst van de nacht neerleggen van een granaat is lastig te bestrijden.

Het gaat niet om één criminele groep die de politie kan afluisteren en volgen. Ook de vele mogelijke motieven maken anticiperen moeilijk. Bovendien is de pakkans klein, te meer omdat de politie onvoldoende capaciteit heeft om hier rechercheteams langdurig voor vrij te maken.

Burgemeester Femke Halsema denkt sinds haar aantreden over nieuw beleid, omdat zij niet zomaar getroffen bedrijven wil sluiten. Misschien moet een getroffen zaak gedurende het onderzoek het voordeel van de twijfel krijgen of moet de zaak toch maar een week dicht om de politie tijd te geven voor onderzoek naar de achtergronden, waarna wordt beslist.

Het resultaat van dergelijke bedachtzaamheid zal blijken, maar het lijkt niet realistisch een perfecte oplossing te verwachten die voorgoed een einde maakt aan het achterlaten van handgranaten in de stad.

Lees ook: Wat betekenen al die explosieven in de stad?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden