PlusPortretten

Vier keer het enige meisje in het team: ‘Geeft een extra kick als ik win’

Bikkelen, beuken en elke blauwe plek tellen. Deze sporters gaan tot het uiterste om de beste te worden. Dat ze het enige meisje in een jongensteam zijn, maakt ze niets uit. ‘Sommige meiden zijn tijdens de training aan het kletsen, dan denk ik: ga gewoon trainen.’

Vanilla van Marsbergen: ‘Tijdens wedstrijden kom ik op met power van Hardwell.’Beeld Nienke Veneboer

Naam: Vanilla van Marsbergen (12)
Sport: Kickboksen
Club: Teamspirit Beverwijk
Team: Wedstrijdteam (zwart)

“Ik zag drie jaar geleden een videoclip van Ed Sheeran met een meisje erin die aan het kickboksen was. Toen ik aan mijn vader vroeg wat voor een sport dat was, zei hij dat we wel een keer konden kijken bij de gym bij ons om de hoek. Eerst dacht ik het nog een beetje naast het voetbal te doen, daar zat ik al zes jaar op, maar toen wisten we nog niet dat ik ook wedstrijden zou gaan boksen. Ik doe beide sporten nu heel fanatiek – train zes keer in de week voor voetbal en drie keer voor kickboksen – en ik ga naar een speciale school: Telstar Academie.

Na een paar proeflessen kickboksen zagen ze al dat ik talent had. Ze werken bij mijn sportschool met kleuren: geel is als je er net op zit en alles nog moet leren, als je iets beter bent ga je naar groen en daarna naar rood en zwart. Bij de tweede les ging ik al naar groen en na een paar weken zat ik bij rood. Nu zit ik in de zwarte wedstrijdgroep en word ik tijdens de training vooral met jongens in de ring gezet.

Vanilla van Marsbergen.Beeld Nienke Veneboer

Ze vonden me zelfs zo goed dat ze me vroegen of ik wedstrijden wilde boksen tijdens gala’s. Na overleg met mijn ouders heb ik besloten om dat ook echt te gaan doen. Tijdens wedstrijden kom ik op met het nummer Power van Hardwell, dan stap ik de ring in, groet de scheidsrechter en maak me in de hoek bij mijn trainer klaar voor de wedstrijd. Dat nummer zorgt ervoor dat ik in een flow kom.

Mijn allereerste wedstrijd vond ik superspannend, die was ook gelijk niet thuis in Beverwijk maar tijdens een gala in een andere stad. Het gaf een kick met al die mensen erbij en ik wilde daarna snel weer een wedstrijd boksen.

Nu ben ik twaalf wedstrijden verder – waar ik er vijf van gewonnen heb en zes verloren – en wordt het steeds moeilijker om een tegenstander te vinden. Er zijn niet veel meisjes van mijn leeftijd die kickboksen, en omdat ik niet tegen jongens mag vechten zijn mijn tegenstanders soms ook oudere meisjes die net wat lichter zijn.

Vanilla van Marsbergen.Beeld Nienke Veneboer

Wat ook al een paar keer is gebeurd, is dat ik een wedstrijd had die een paar dagen of op de dag zelf werd afgezegd omdat de tegenstander toch een paar kilo te zwaar bleek. De jongens uit mijn wedstrijdgroep hebben vaker een wedstrijd omdat er meer tegenstanders voor ze zijn. Ik baal daar enorm van.

Het is een fysieke sport en ik vind mijzelf wel een bikkel. Ik heb tijdens een wedstrijd nog niet het gevoel gehad van: ik kan nu echt niet meer door. Het is natuurlijk wel zwaar en helemaal de volgende dag, want dan zit ik helemaal onder de blauwe plekken, maar dat hoort erbij.

Als ik vertel dat ik op kickboksen zit, worden er vaak grapjes gemaakt. Vooral door de jongens, die lopen me dan uit te dagen en geven me een nephoek naar mijn gezicht. Ik vind dat wel grappig. Alleen als ik echt ruzie krijg en ik geef ze een serieuze trap, dan zijn ze niet blij.” 

Elena King: ‘Op mijn positie moet ik veel tackelen en in de scrum gaan.’Beeld Nienke Veneboer

Naam: Elena King (15)
Sport: Rugby
Club: AAC Rugby, Geuzenveld
Team: CUBS, 15 tegen 15
Positie: Scrum-half en nummer 7

“Na de wedstrijd tel ik de schrammen en blauwe plekken op mijn benen. Hoe meer dat er zijn, hoe beter ik heb gespeeld. Dat mis ik nu het meest, nu ik weken geen wedstrijd gerugbyd heb: mijn benen zien er perfect uit.

Op mijn positie, nummer 7, moet ik veel tackelen. Als iemand op volle snelheid is, is dat best eng, maar ik hou ervan om precies op het juiste moment aan iemand te gaan hangen. Dan hoor je langs de lijn mijn coaches: ‘Goed gedaan, Elena.’

Op mijn negende ben ik met rugby begonnen. Mijn vader speelde vroeger op de universiteit in Engeland en ik dacht: laat ik dat ook eens proberen. Ik vond het gelijk helemaal geweldig, omdat je heel veel moet rennen en dat doe ik het liefst.

Het is mijn uitlaatklep. Ook leuk is dat gevoel dat je op het veld staat met je eigen team. Dat je het met elkaar moet doen. Het fysieke gedeelte van de bal afpakken, en als je door de verdedigingslijn heen bent met de bal naar de trylijn rennen om te scoren, is het allerfijnste gevoel.

Elena King.Beeld Nienke Veneboer

In mijn team zitten alleen maar jongens. Toen ik zes jaar geleden begon, was er geen enkel ander meisje. In de afgelopen zes jaar zijn er ongeveer drie of vier bijgekomen en weer weggegaan, dus nu ben ik weer de enige. Het is soms lastig, vooral omdat ik elk jaar van team wissel. Dan zeggen de jongens: ‘O ja, een meisje. Hoe goed is ze ook alweer?’ Dan moet ik opnieuw mijn plek vinden. De jongens hebben wel respect voor me, willen me altijd in hun team hebben tijdens de training en zijn superaardig en grappig.

Op school ben ik alleen bevriend met meisjes en op de club alleen met jongens. Meisjes kunnen gemeen zijn tijdens sporten, met jongens is dat helemaal niet zo. Ik zou het ook niet willen missen, want het voelt echt als mijn jongens.

Als we een wedstrijd spelen, zijn de tegenstanders wel onaardig, zo van: jeetje dat is een meisje, ze zit waarschijnlijk alleen maar in het team omdat ze niets anders te doen heeft of omdat haar broer op rugby zit. Als we dan beginnen, zie je ze kijken van: o, dat meisje is eigenlijk best goed. Dat vind ik dan wel grappig.

Elena King.Beeld Nienke Veneboer

Het enige mindere is dat ik me vaak in de wc moet omkleden omdat er geen meisjeskleedkamer voor me is. Op onze club kleed ik me om in het fysiohok. Ik ben er goed in geworden om me snel om te kleden in een kleine ruimte.

Heel af en toe speel ik tegen een team waar ook een meisje in zit, maar vaker zijn het alleen jongensteams. Er bestaan wel meisjesteams maar die spelen op hoog, regionaal niveau, en daar moet je ouder voor zijn. Ik train twee keer per week en heb een wedstrijd in het weekend. Het liefst zou ik uiteindelijk voor Oranje spelen. Mijn favoriete positie is nummer 7, hoewel ik ook vaak scrum-half sta, als spelverdeler. Op de nummer 7-positie moet ik veel tackelen en in de scrum gaan. Ik heb van oudere speelsters de tip gekregen zo lang mogelijk met de jongens te blijven spelen, omdat ik daar het meeste van leer.” 

Jennifer Maerten: ‘Door vanaf het begin tegen jongens te fietsen, ben ik beter geworden.’Beeld Nienke Veneboer

Naam: Jennifer Maerten (16)
Sport: BMX
Klasse: 20 inch en 24 inch
Club: H.S.C. De Bataaf, Zwanenburg
Competitie: West en TopCompetitie (TC)

“Als ik tegen vriendinnen zeg dat ik aan BMX doe, kijken ze me gek aan. Dat verwachten ze helemaal niet van mij. Voordat ik begon met fietsen, zat ik op turnen, paardrijden en dansen. Toen mijn broer een nieuwe sport zocht en bij BMX uitkwam, ging ik vaak mee. Mijn vader vroeg op een dag of ik ook wilde fietsen en zo is het op mijn 8ste begonnen.

In het begin was ik niet zo bezig met dat ik het enige meisje was, al merkte ik op een gegeven moment wel het verschil; jongens durven verder te springen met de fiets en zijn wilder. Ik train liever met de jongens, omdat ze meer met de sport bezig zijn. Sommige meiden zijn tijdens de training aan het kletsen, dan denk ik: ga gewoon trainen.

Door vanaf het begin tegen jongens te fietsen, ben ik wel beter geworden. Het gaf ook een extra kick als ik won. Als ik bij een wedstrijd stond te wachten om de startheuvel op te mogen en de jongens zagen mij staan, keken ze me altijd met een bepaalde blik aan. Gevolgd door: ‘O, je bent een meisje.’ De volgende ronde werd dat: ‘Je bent wel beter dan ik had verwacht.’

Jennifer Maerten.Beeld Nienke Veneboer

Ik ben ook niet heel verlegen, durf veel. Als er een bocht komt, ga ik er vol in omdat ik er als eerste uit wil komen. Dan denken ze: ho wacht, dit is wel een ander soort meisje, deze durft iets.

Er zijn nog altijd niet veel meiden die BMX’en, al worden het er wel steeds meer, zeker bij de wedstrijden door heel Nederland en helemaal tijdens WK’s en EK’s is de concurrentie groot. In mijn leeftijdscategorie vallen er ook regelmatig een paar af, omdat ze liever meer vrije tijd hebben om met vrienden af te spreken en andere dingen te doen. Afspreken met vrienden vind ik leuk, maar uiteindelijk heb ik alles over voor mijn sport. Ik kan met BMX’en ver komen en dat wil ik niet laten schieten.

Ik heb er net voor gekozen om de wedstrijden alleen nog tegen meisjes te fietsen, omdat het fysieke verschil te groot is geworden. De jongens gaan veel naar de sportschool, zijn veel groter en sterker. BMX is een fysieke sport. Een schouderduw hoort erbij, want je wilt gewoon als eerste over de finish komen. Ik heb al een keer mijn duim gebroken en vaak iets gekneusd.

Jennifer Maerten. Beeld Nienke Veneboer

Internationaal gaan de wedstrijden goed. Ik heb in 2015 en in 2019 EK’s en WK’s gefietst en ik zou dit jaar in mei naar het WK in Amerika gaan. De hele winter heb ik keihard getraind en ik had veel kans gehad om de finale te halen, maar alle wedstrijden zijn uitgesteld.

Volgend jaar ga ik sowieso naar het WK, dat stond voor 2021 in Nederland gepland. Verder blijf ik minimaal vier keer per week trainen en is het doel om in het Nederlands team te komen en uiteindelijk de Olympische Spelen te halen.” 

Rânâ Ilksoy: ‘Meisjes kunnen best moeilijk doen, bij jongens gaat alles een stuk simpeler.’Beeld Nienke Veneboer

Naam: Rânâ Ilksoy (13)
Sport: IJshockey
Club: Amsterdam Tigers, Oost
Team: U14 (onder 14)
Positie: Verdediger

“Zes jaar geleden ben ik begonnen met ijshockey. Mijn twee broers speelden toen al bij de Amsterdam Tigers. Ik ben vaak meegegaan naar de Jaap Edenhal om naar hun wedstrijden te kijken. Na een paar proeflessen ging ik op mijn zevende door naar de ijshockeyschool. Als ze je daar goed genoeg vinden, kom je in een wedstrijdteam.

Omdat er te weinig meisjes lid zijn, zit ik al vanaf het begin in een jongensteam. Ik ben zeker niet het enige meisje dat bij de Amsterdam Tigers speelt, er zijn er nog drie, maar zij zijn allemaal jonger.

Ik denk niet dat de jongens per se rekening met me houden, en dat is ook prima want dat hoeft ook niet van mij. Aan de andere kant hoef ik me ook niet te bewijzen omdat ik een meisje ben. Wat ik fijn vind, is dat er weinig gedoe is. Meisjes kunnen best moeilijk doen en onaardig tegen elkaar zijn, bij jongens gaat dat allemaal een stuk simpeler.

Sowieso leer ik meer door met de jongens te trainen, ze zijn allemaal best goed. Als ik een team hoger wordt gezet, wat weleens voorkomt, kom ik bij oudere en betere jongens en dan leer ik weer meer.

Wat wel stom is, is dat ik als enige van mijn team – we zijn in totaal met twaalf – in de meisjeskleedkamer zit. Als we uit moeten spelen, wordt er altijd een aparte kleedkamer voor mij geregeld. Wij spelen nu landelijke competitie en moeten best vaak tegen teams met ook een meisje tussen de jongens. Vaak kennen we elkaar al en zitten we samen in de kleedkamer, dat is een stuk gezelliger.

Het is een snelle sport. Nooit saai – om te spelen en om naar te kijken – want er gebeurt veel tegelijkertijd. Het is ook erg fysiek. Een keer ben ik tijdens de wedstrijd licht in mijn hoofd geworden na een botsing, maar verder heb ik nog geen ernstige blessures gehad. Meestal sta ik in de verdediging, dat vind ik zelf de fijnste plek, maar ik kan ook voorin staan en scoren.

Rânâ Ilksoy.Beeld Nienke Veneboer

Mijn vriendinnen op school vinden het vet dat ik op ijshockey zit. We gaan regelmatig samen schaatsen en dan neem ik sticks mee voor een partijtje. Een vriendin vond het zo leuk dat ze twee jaar geleden ook op ijshockey is gegaan. Ze zit alleen nog niet in een wedstrijdteam.

Wat ook leuk is, is dat er elk jaar een toernooi wordt georganiseerd voor alle meisjes in Nederland die ijshockeyen, van 10 tot 40 jaar. Zodat we voor een dag bij elkaar zijn en elkaar kunnen ontmoeten.

Ik train nu drie keer per week en ik heb elke week een wedstrijd. Mijn doel is om, zodra ik oud genoeg ben, in het nationale team U-18, onder 18 jaar, te spelen. De laatste tijd heb ik niet meer op het ijs kunnen trainen. Het seizoen loopt van september tot en met maart en dat hebben we nu niet af kunnen maken, jammer want we stonden vrij hoog.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden