Plus

Victoria houdt de Amsterdamse biljartcultuur in leven

Waar het in Amsterdam ooit stikte van de biljartcafés, zijn er nog maar acht locaties over. Biljartvereniging Victoria zag het ledenaantal halveren. 'Dit is onze uitgaansavond.'

John Koehof (78) werd elf jaar geleden met zijn vriend Peter Kramer (73) lid van Victoria Beeld Dingena Mol

De entree van Biljartcentrum Sloterdijk is even onooglijk als beloftevol. Op de gevel wijst een houten pijl met ­'biljartzaal' naar een donker portiek. Een steile trap zigzagt omhoog. Uitgesleten treden, vaalrode bekleding. Het soort trap dat leidt naar een besloten wereld van gedempt licht, geroezemoes en schuimkragen.

Daarboven wachten vijf biljarttafels met maagdelijk groene lakens. De spelers sluipen als roofdieren rond de ­tafels. Ze buigen diep voorover, met gefronste wenkbrauwen. Sommigen dwingen hun 80-jarige knie op de tafelrand om de stoot goed te kunnen maken.

Het bescheiden klakken van botsende biljartballen, ze glimmen in het witte licht. Medespelers ­kijken roerloos toe, een keu rechtop in hun vuist. Soms stampen ze er kort mee op het tapijt, en dan een binnensmonds: "Mooie bal." Of: "Knap! Had hem zelf ­kunnen maken."

Vrijdagavond
Elke vrijdagavond koestert biljartvereniging Victoria een cultuur die ooit onlosmakelijk verbonden was met het Amsterdamse uitgaansleven, maar nu langzaam dreigt te verdwijnen. "Wij zijn de laatste der Mohikanen," zegt ­Gerrit Bobeldijk (83) quasi-plechtig. Frans van Hoeve (75) bevestigt dat, terwijl hij de pomerans van zijn keu krijt: "Biljarten sterft uit."

Raymond Tjon Kon San (75) is een van de betere spelers van Victoria Beeld Dingena Mol

De twee mijmeren over vroeger, toen Amsterdam nog een biljartparadijs was, met op elke straathoek een café-biljart. "Café Americain, café Witteveen, café-restaurant J.W. Dubois. Het waren er tien keer zo veel als nu. Op de Ceintuurbaan stikte het ervan," ­vertelt Van Hoeve. Sierlijke, witte letters op het raam.

Het dubbeltje in de klok. De oudere mannen van wie je de kunst van een trekstoot of een piqué afkeek. Patronen die onmogelijk leken, maar die je plotseling toch onder de knie kreeg, als je maar oefende. Biljarttafels verdwijnen steeds vaker, omdat uitbaters de ruimte beter kunnen gebruiken, voor eettafeltjes bijvoorbeeld.

Die leveren meer geld op. "De jeugd zit in poolcentra. Keiharde muziek, ­keihard stoten. ­Machogedoe. Terwijl dit het échte biljarten is: verfijnd precisiewerk," zegt Bobeldijk.

In het Krasnapolsky
Achter zijn rug getuigen ­vitrines vol indrukwekkende ­bekers en trofeeën van het roemrijke verleden van biljartvereniging Victoria. De club werd in 1924 opgericht en had jarenlang een onderkomen in de kelder van Hotel Krasnapolsky. In 1987 verhuisde de club naar de huidige locatie aan de Willem Leevendstraat.

In zijn glorietijd had de ­vereniging 36 leden. ­Inmiddels is dat aantal gehalveerd. ­Janneke Horneman (60), sinds 1990 lid van Victoria en ­tevens secretaris van de Koninklijke Nederlandse Biljartbond, draait er niet omheen: "We zijn vergrijsd en krijgen er ook geen jonge aanwas bij.

De KNBB heeft zo'n zeventig jeugdleden op een ­totaal aantal van dertigduizend. Dat zegt genoeg. We zien jongeren allang niet meer als doelgroep. Dat is niet realistisch, vooral in de grote steden niet. Daar zijn zo veel andere ­leuke dingen te doen voor de jeugd."

"We richten ons eerder op 50-plussers, want extra ­leden kunnen we hoe dan ook goed gebruiken. We hebben laatst nog een nieuw lid van 86 jaar ontvangen," vult ­Dominique van Andel (62) aan.

Onzekere toekomst
De gemiddelde leeftijd ligt bij het biljarten zo hoog dat de toekomst onzeker is. ­District Amsterdam had ooit zevenhonderd leden, nu zijn het er nog maar tweehonderd. Amsterdam telt momenteel zestien biljartverenigingen die actief zijn op acht locaties, waaronder biljartcentra en cafés.

Hoewel Victoria een trouwe vriendenclub is geworden, is het toch bovenal een serieuze biljartvereniging, aangesloten bij de KNBB. 'De Koninklijke' wordt Victoria in de volksmond ook wel genoemd. Leden kunnen meedoen aan persoonlijke ­kampioenschappen en de teamcompetitie.

Finales zijn er op districtsniveau in Amsterdam, regionaal in Midden ­Nederland en landelijk, zodat iedereen kans maakt om ­Nederlands kampioen te worden. Raymond Tjon Kon San (75) is een van de betere spelers van Victoria. Toen hij veertig jaar geleden stopte met voetbal, besloot hij te gaan ­biljarten.

En zo simpel als het soms kan gaan in een mensenleven, koos hij voor biljart, omdat die sport bovenaan stond in de alfabetische lijst verenigingen die de gemeente aanbood. "Ik bleek er goed in te zijn en ging wedstrijden spelen."

Fraaie trekstoot
Horneman, een van de weinige vrouwelijke leden, buigt zich over de biljarttafel en plaatst enkele geraffineerde stoten. Al sinds haar zestiende is ze gefascineerd door het spel.

"Vroeger ging ik stiekem met mijn vriendje naar de kroeg om te biljarten. Dubbeltje in de klok en de hele middag spelen. Ik kon het nog aardig ook en ben het daarna ­altijd blijven doen." Van Hoeve zet intussen een soort ­hertengeweitje op zijn keu.

Sceptische blikken alom. "Da's een hulpstuk," legt hij uit. "Ik ben de ­enige die het ­gebruikt. Bij het snookeren zie je ze ook. Maar veel oude mensen zijn conservatief. Die beginnen daar niet aan."

Janneke Horneman (60), lid sinds 1990 van Victoria en secretaris van de Koninklijke Nederlandse Biljartbond Beeld Dingena Mol

Bobeldijk maakt een fraaie trekstoot en gaat vervolgens met een diepe, tevreden zucht weer zitten: "Er zijn ballen, daar moet je op je blote knieën voor danken dat je ze maakt." Elke vrijdagavond dompelen de achttien leden zich onder in de geborgenheid van de vereniging.

Zonneklep
"Hé vriend, neem nog een biertje van mij. Op één been kun je niet staan, toch?" "Het zal Jantje de Boer niet wezen," merkt Bobeldijk op, waarmee hij refereert aan een kreet uit een oude wasmiddelenreclame.

Iedereen kent hem nog. Als iemand kortstondig verdwaalt in zijn brein en het spel voortzet aan de verkeerde biljarttafel, aanvaardt zijn ­tegenspeler dat met een droog: "O, je wilde daar verder ­spelen?"

John Koehof (78) speelt met een zonneklep op. "Dat doe ik vanwege de spaarlampen. Ze zijn zo fel dat ik zwarte vlekken zie," zegt hij. Elf jaar geleden werd hij met zijn vriend Peter Kramer (73) lid van Victoria.

"Dit is onze ­uitgaansavond. We leven er elke week helemaal naartoe," vertelt Kramer. Koehof maakt zich gereed voor het volgende potje en trekt een zwart handschoentje aan. Spottend slaat Ben Hoogstraat hem gade: "Zeg, doe je ook nog een muts op?"

Biljartcultuur
Aan de tafel ernaast staat Wim Kruitbosch (52),'jonkie' van de vereniging, de biljartballen op te poetsen. "Ik ben bondsarbiter. Dat lijkt heel wat, maar de KNBB heeft in Amsterdam inmiddels zo weinig leden dat je dat vrij makkelijk kunt worden. Secretaris ben ik ook.

Niet omdat ik dat zo graag wil, maar omdat íemand het moet doen," lacht hij. Kruitbosch leerde biljarten van zijn broer en speelde als student veel in café Eik en Linde.

"Ik vind het een prachtige sport. Het is zonde dat de biljartcultuur in Amsterdam dreigt te verdwijnen." Van Hoeve is er minder weemoedig over: "Ik mis de oude tijd niet, want ik heb hier toch alles? Als het biljart uitsterft, komt er vanzelf weer wat nieuws."

Geen strikje meer

Rolf Slotboom, woordvoerder van de Koninklijke Nederlandse Biljartbond (KNBB): "De jeugd is een van onze speerpunten. Daarom hebben we verschillende programma's ontwikkeld om jongeren te stimuleren en de sport aantrekkelijker voor hen te maken. Zo hebben we SmartPool, een project voor jonge scholieren. Daarin leggen we een link tussen poolbiljart en wiskunde."

Afgelopen seizoen zag de KNBB voor het eerst in jaren een toename van het aantal teams bij sommige driebandencompetities. "Het lijkt op een kantelpunt, een trendbreuk waarvan we hopen dat deze ook in andere spelsoorten doorzet. Ook het aantal recreatieve spelers lijkt te groeien.

Het biljarten is bovendien laagdrempeliger geworden: een tenue met zwarte broek, overhemd, strikje, gilet en zwarte schoenen is geen vereiste meer. En er zijn proefcompetities zoals de Open Provinciale Kampioenschappen, waaraan ook niet-leden mogen meedoen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden