Verzetsstrijder, schrijver én voetballer: het onbekende voetbalverleden van Anton de Kom

Precies honderd jaar geleden werd Anton de Kom lid van een Nederlandse voetbalclub. Het vestigt de aandacht op een onbeschreven deel van de Surinaamse sportgeschiedenis.

Jurryt van de Vooren
Anton de Kom op een foto uit 1933. Beeld Nederlands Fotomuseum
Anton de Kom op een foto uit 1933.Beeld Nederlands Fotomuseum

Op 4 mei wordt tijdens de Nationale Sportherdenking bij het Olympisch Stadion in Amsterdam stilgestaan bij de duizenden omgekomen voetballers in de Tweede Wereldoorlog. Er zal ook aandacht uitgaan naar de Surinaamse antikoloniale schrijver, activist en verzetsman Anton de Kom, die ook voetballer was in Den Haag.

De Kom (1898-1945) is natuurlijk vooral belangrijk vanwege zijn politieke en literaire werk, maar hij heeft ook zijn sporen achtergelaten in het Nederlandse voetbal. Hij arriveerde in 1920 vanuit Suriname in Nederland en vond twee jaar later werk in Den Haag. Kort daarna werd De Kom lid van voetbalclub VCS. Allard Doesburg, de clubarchivaris van HBS en kenner van de Haagse voetbalgeschiedenis, ontdekte zijn naam op officiële ledenlijsten van de voetbalbond. Begin 1923 werd De Kom ook lid van de atletiektak van VCS. Zijn nabestaanden horen dit nu voor het eerst.

Zijn naam dook in de jaren twintig van de vorige eeuw verschillende keren op in dagbladen, onder andere als winnaar van de derde prijs op de 100 meter bij wedstrijden in Rotterdam op Koninginnedag 1925.

Beginjaren van het Surinaamse voetbal in Nederland

De Kom heeft als voetballer weliswaar geen grote overwinningen geboekt, maar zijn lidmaatschap van een Nederlandse club laat wel zien dat we nog maar weinig weten over de beginjaren van het Surinaamse voetbal in ons land. Tot nu toe begon dit verhaal bij de komst van Humphrey Mijnals in 1956 naar Elinkwijk, maar De Kom was hem dus ruim dertig jaar voor. En zelfs hij was niet de eerste, want Eddy Halfhide, geboren in 1885 in Paramaribo, werd al in 1901 lid van de – later Koninklijke – HFC in Haarlem.

In die halve eeuw voor de komst van Mijnals waren er dus al Surinaamse voetballers actief op de Nederlandse velden. De Amsterdamse club Paramaribo was in 1932 de eerste vereniging in Nederland voor alleen Surinaamse voetballers. Zij sloot zich aan bij de KNVB, maar stapte in maart 1933 over naar de communistische sportkoepel Rode Sport Eenheid, zo reconstrueerde Kasper Veldhuis, student van de Universiteit Leiden.

De club deed dat uit woede over de arrestatie van De Kom in Suriname, die zonder enig bewijs een maand werd vastgehouden door de koloniale autoriteiten voordat hij werd verbannen naar Nederland.

Paramaribo speelde daarom in Amsterdam een benefietwedstrijd tegen de communistische voetbalclub De Pioniers. Vooraf werd een motie aangenomen door spelers en toeschouwers: ‘De roode sporters van de Pioniers en Paramaribo, vereenigd op het voetbalveld, waarbij veel arbeiders aanwezig waren, protesteeren tegen de gevangenhouding van kameraad Anton de Kom.’

In de jaren daarna speelde Paramaribo niet meer in competitieverband, maar toerde door het land voor gelegenheidswedstrijden. In 1938 werd de club ontbonden.

Eerste strafschop-in-twee

De Surinam Boys, een andere club, won in 1936 als eerste voetbalclub voor Surinamers een afdelingstitel in een Nederlandse competitie, in de tweede klasse in Amsterdam. Bij die club duikt de naam van Albert Wittenberg op. Hij werd later actief in het communistische verzet. De Joodse baby Betty Mock werd in zijn gezin opgenomen en overleefde zo de oorlog. Mock wist niets van dit voetbalverleden, kleinzoon Willem Gunzeln evenmin.

Bijzonder is ook dat deze club ooit scoorde uit een strafschop-in-twee, ongeveer zoals Johan Cruijff en Jesper Olsen decennia later in 1982. Het Dagblad van Noord-Brabant schreef op 26 augustus 1936 over de penaltynemer, helaas anoniem: ‘Hij stelt zich op, en een ieder verwacht een kanjer doch op zeer faire wijze geeft hij den bal een klein tikje in de richting van het doel. Dit bezorgt hem een geweldig applaus. Na deze doelschop belandt de bal bij een der voorspelers der Sur. Boys en het wordt 1-1.’

Ook buiten Amsterdam waren Surinaamse voetballers actief in het verzet, ontdekte Marjet Derks, hoogleraar sportgeschiedenis in Nijmegen. De gebroeders Evie en Jules Vismale speelden in de jaren dertig bij SDO in het Brabantse Vlijmen en hielpen een Amerikaanse gevechtspiloot bij zijn ontsnapping.

Deze broers overleefden de oorlog. De Kom en Wittenberg zijn allebei omgekomen na een verblijf in kamp Neuengamme.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden