Plus 4/5 mei-serie

Verzetsstrijder Johan Benders zag het onheil naderen

Het verhaal van verzetsstrijder Johan Benders, leraar van het Amsterdams Lyceum, is niet eerder verteld. Dochter Mart Benders (75), die haar vader nooit heeft gekend, onderzocht wat er nog te achterhalen was van de gebeurtenissen voor Benders' arrestatie in 1943 en zijn zelfmoord in de gevangenis.

Johan Bender aan zijn lessenaar. Beeld /

Bar weinig wist Mart Benders over haar vader en zijn verzetswerk. Over de oorlog werd niet gesproken in de familie. Sterker: er lag een taboe op. Op de schoorsteenmantel stond wel zijn foto.

"Als een soort relikwie. Die foto werd altijd afgestoft. Ik zag een afstandelijke man. Maar naar hem vragen, durfde je als kind niet. Bij ons thuis waagde niemand zich aan het onderwerp," zegt Mart Benders, die na de dood van haar moeder een zoektocht begon en een boek schreef over haar bevindingen: Leraar in oorlogstijd. Reconstructie van een vader.

Wat wist u als kind over uw vader?
"Op straat had een meisje het een keer over de sprong van Jan van Schaffelaar. Ik was toen een jaar of acht, negen. Ze zei toen tegen mij: 'Dat heeft jouw vader ook gedaan.' Maar ik stond daar niet bij stil."

In 1955 zat u op het Amsterdams Lyceum. Uw vaders naam prijkt op het plakkaat in de aula met de namen van leerlingen en leraren die zijn omgekomen of vermoord in de oorlog. Elk jaar worden die namen in april voorgelezen. U was altijd blij als die herdenking voorbij was, schrijft u in uw boek. Hoezo?
"Niemand zei toen iets tegen me. Ook daar had men het niet over hem. Het voelde ongemakkelijk."

Op het Muzieklyceum, waar u in 1962 naar toe ging en waar onder anderen Oskar Back, C.P. Gunning en Haakon Stotijn lesgaven, werd ook niet over de oorlog gesproken. Iedereen had wel iets meegemaakt in de oorlog, schrijft u in uw boek. 'Om met Gerrit Achterberg te spreken: Oorlog hing zwaar tegen de hanebalken.'
"Toen ik op mijn 28ste als fluitist in het Radio Filharmonisch Orkest kwam, kreeg ik via hoboïst Victor Swillens een filmpje van twaalf seconden van mijn vader te zien. Het was de eerste keer dat ik bewegend beeld van mijn vader zag. Hij was gefilmd tijdens een schooluitstapje, de mei-uittocht in 1941, van het Amsterdams Lyceum. Ik zag ineens zijn gestalte, een slanke man. Ik kon zien hoe hij zich bewoog en zag zijn lachje. Hij werd een mens. Hij kwam een stuk dichterbij en meer tot leven."

Het ongeadresseerde briefje met een boodschap, dat door oud-leerling Tineke Wibaut na de oorlog jarenlang is bewaard. Beeld /

Pas na de dood van uw moeder in 1980 bent u gaan zoeken naar informatie over uw vader. U sprak met oud-leerlingen en verzetsstrijders, putte uit brieven en zocht in archieven om het verhaal van uw vader te kunnen vertellen. Wat was de aanleiding?
"Toen mijn moeder overleed, was het verbod eraf. Ik wist dat hij in de gevangenis zelfmoord had gepleegd uit angst om door te slaan. Ik wilde meer over hem weten, anders had ik het gevoel dat ik hem in de steek liet. Tineke Wibaut, oud-leerling van mijn vader, vertelde dat mijn vader zijn Joodse leerlingen hielp onder te duiken. Zij stal op zijn verzoek persoonsbewijzen in het Zuiderbad. Ze had zelfs een briefje van hem met een boodschap erop: 'Voorlopig, naar 't schijnt is het pakje, dat ik gisteravond bij je vandaan heb gehaald, afgeleverd. De 15de evenwel kan het pas op het bestemde adres bezorgd worden, door afwezigheid van adressant. Kun jij mij misschien tijdelijk helpen aan een bed? 't Is voor een onverwachte logé.'"

U kwam via Wibaut in contact met een voor­malig celgenoot van uw vader. Wat zei hij?
"Meneer Albers vertelde me dat mijn vader in de cel twee keer een poging tot zelfmoord deed. Zelf zat hij daar vanwege ontduiken van de Arbeitseinsatz. Hij moest weleens helpen op kantoor in de gevangenis. In een kaartenbak zocht hij de naam van mijn vader op. 'Verdacht van de brand in het bevolkingsregister' stond daarop.

Hoe waarschijnlijk was dit?
"Ook van Tineke hoorde ik dat mijn vader betrokken zou zijn geweest bij de aanslag op het bevolkingsregister. Wat hij precies heeft gedaan, weet ik niet."

Tijdens uw zoektocht las u het gedicht drs van schaffelaar van Gerrit Kouwenaar. Waarom zocht u contact met Kouwenaar?
"Ik herkende mijn vader in dat gedicht. Tijdens een ontmoeting bevestigde Kouwenaar dit. Hij was een leerling. Mijn vader had hem altijd aangespoord verder te gaan met dichten. Kouwenaar kwam een week na mijn vaders zelfmoord in die gevangenis terecht omdat hij mederedacteur was van het fel anti-Duitse literaire blad Lichting. Een man vertelde hem dat Benders was gesprongen."

In 1998 kregen uw beide ouders de eervolle Yad Vashemonderscheiding dankzij twee Joodse vrouwen die bij jullie zaten ondergedoken. En nu is er ook een boek.
"Het is bedoeld voor mijn twee kleinzoons, zodat ze hun overgrootvader leren kennen. Het is voor mij een geruststelling dat het nu op papier staat. Het zou onrechtvaardig zijn als de geschiedenis van mijn ouders in het niets zou verdwijnen. Kleine oorlogsgeschiedenissen zijn ook belangrijk."

Dit is deel drie van vier in een serie over de Tweede Wereldoorlog in de aanloop naar 4/5 mei. Volgende keer een interview met Pierre Bokma en Igone de Jongh over de ballerina van Auschwitz, die moest dansen voor Josef ­Mengele; een voorstelling in Carré. Lees deel 1 en deel 2 terug:

- Philip Mechanicus was verslaggever vanuit het kamp
- Deze ex librissen zaten in door de nazi's geroofde boeken

NON-FICTIE Mart Benders Leraar in oorlogstijd Karakter, € 19,99 304 blz. Beeld /

Verzet in woord en daad

Johan Benders werd in 1907 in Bloemendaal geboren. Hij kwam uit een welgestelde familie. Zijn vader was psychiater en geneesheer-directeur van een krankzinnigen­inrichting in Bakkum. Benders kreeg in 1935 een aanstelling als leraar Nederlands en geschiedenis aan het Amsterdams Lyceum. Leerlingen omschreven hem als een open, sociale man.

Het lyceum had veel Joodse leerlingen die met hun ouders uit nazi-Duitsland waren gevlucht. Benders was politiek bewust en zag het onheil naderen. Na de Kristallnacht in novem­ber 1938 in Duitsland leerde hij, bijna in tranen, zijn klas de vervoegingen van het werkwoord doodmaken.

Toen de oorlog uitbrak, moesten Joodse leraren en leerlingen van school weg. De Joodse Ralph Prins was een van die leerlingen. Hij overleefde de oorlog en werd beeldend kunstenaar, bekend van het monument in Herinneringscentrum Kamp Westerbork, de beroemde treinrails die naar het niets leiden.

Benders kwam in verzet. Hij maakte in zijn donkere kamer vervalste persoonsbewijzen en hielp Joden onder te duiken. Hij had zelf ook onderduikers in zijn huis in de Amstelveense wijk Randwijck, ook wel het zwarte dorp genoemd vanwege de aanwezigheid van veel NSB'ers.

Op 5 april 1943 werd hij opgepakt en in het Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg gevangengezet. Die nacht deed hij twee zelfmoordpogingen. Toen hij vervolgens naar een isoleercel werd overgebracht, sprong hij van een van de bovenste ringen in het Huis van Bewaring. Zijn vrouw, die in verwachting was van Mart, hoorde pas op 17 april van de Gestapo dat het kind zonder vader zou opgroeien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden