Vervroegd pensioen Boogerd

Michael Boogerd (35) gaat één dag vervroegd met pensioen. Met een glansrijk optreden in de Ronde van Lombardije, morgen in Italië, had hij afscheid van de wielersport willen nemen. Een knieblessure dwingt hem thuis - met de pest in zijn lijf - televisie te kijken.Hij heeft geen keus. Michael Boogerd had in eigen stijl - dus met ontblote tanden strijdend op de eerste rij van het peloton - in de Ronde van Lombardije afscheid willen nemen. Hij smakte in het weekeinde tijdens een training in Zeeland tegen het wegdek. Een gapende kniewond houdt hem van de fiets.

Veertien jaar was hij een voorbeeld voor de Nederlandse beroepswielrenners. Nu rest hem volgende maand op Curaçao een pleziertocht als laatste actie. Daarna kan hij zich uitleven in de Porsche 911 turbo, die hij bewust pas na zijn carrière aanschaft.

Boogerd gaf liever gas op de pedalen, werd in het shirt van de Rabobank een beroemdheid, één van de beste wielrenners ter wereld, die wegens een gebrekkige sprint veel hoofdprijzen net aan zijn neus voorbij zag gaan.

Boogerd kon er nooit op betrapt worden dat hij een trap te weinig deed. Hij mag nu uitrusten, zich beraden op zijn toekomst. ''Ik heb de luxe om te kiezen wat ik leuk vind. Ik krijg van de ploeg de mogelijkheid uit te vinden wat bij me past. Ploegleider word ik niet, maar het is voor mij nog geen uitgemaakte zaak wat ik nu precies wil.''

''Als je veertien jaar op de fiets heb gezeten, weet je dat niet meteen. Ik heb weleens gedacht: ik begin een restaurant. Dat heb ik weer laten varen. Mijn vrouw heeft een schoenenwinkel. Als je dan nog een zaak wilt, is dat een heel geregel. Ik heb ook aan huizenbusiness gedacht. Wat pandjes kopen, opknappen, weer verkopen.''

''In je hoofd heb je er als renner geen plek voor. Je hebt geen tijd voor iets anders. Mensen die er verstand van hebben, wisten me ervan te overtuigen dat ik, net als bij het fietsen, mijn hele hart in een zaak zou moeten leggen. Je kan niet omdat je toevallig van auto's houdt, zomaar een garage beginnen. Je moet er echt voor gaan.''

De schoenenzaak? ''Ik heb al eens gekscherend tegen mijn vrouw gezegd dat ik straks wel kom helpen, als een soort Al Bundy.''

Niets doen: profwielrenners kunnen het tot een kunst verheffen als ze moeten rusten, in de dagen voor een belangrijke koers. Maar niets doen als je geen renner meer bent? Het lijkt Boogerd niks.

Hij kan het zich financieel wel permitteren. ''Maar ik geloof niet dat ik dat geestelijk trek.'' De afgelopen week nog, in het ziekenhuis, was hij bijna gek geworden. ''Alleen maar liggen, daar was ik rap klaar mee.''

Hij blijft voorlopig fietsen. ''Ik moet aftrainen, anders gaat mijn hart protesteren. En ik ga, denk ik, hardlopen. Nerena tennist al, ik wil dat ook. Dan leer je ook mensen kennen, kom je op feestjes. Ik zie dat wel voor me. 's Avonds eerst een uurtje tennissen en daarna aan de bar hangen. Ik denk dat ik me daar wel kan vermaken.''



Kan een fanatieke topsporter het verdragen dat hij helemaal niet kan tennissen? ''Ik kan er nu echt nog geen hout van. Dat ik de mindere ben, dat zal ik in het begin wel kunnen hebben. Maar binnen twee maanden ben ik natuurlijk wel de beste. Daar gaan we aan werken, dan kan ik daar mijn passie in kwijt.''

Het fanatisme dat hij tentoonspreidde, de ijver om te excelleren, blijft. ''Dat fanatisme is niet iets van de topsporter Boogerd, maar van de mens Boogerd. Als die kleine van mij gaat sporten, zal ik waarschijnlijk ook fanatiek zijn.''

Mikai mag, wat Michael betreft, gerust wielrenner worden, alle dopingperikelen ten spijt. ''Hij mag zelf kiezen. Als hij de kans heeft buiten te spelen, doet hij dat. Speelt-ie om het huis wielrennertje."

Dat huis staat in het Belgische Kapellen, over de grens bij Roosendaal. Ze blijven er wonen. ''Ik ben Hagenees, maar niet heel erg emotioneel gebonden aan Den Haag. Het strand, dat mis ik zo nu en dan. Op een rustdag bij een strandtent ontbijten, in het zonnetje achter het glas. Meer had ik niet nodig.''

Boogerd heeft een kast van een huis. Ruim, licht, stijlvol ingericht. Zwembad in de tuin. De tv-kamer is, vanwege de comfortabele bank, deze week zijn vaste stek. Het pluche omarmt hem.

De haag rond zijn huis is net even iets lager dan de groene bebossing bij anderen, het hek minder afschrikwekkend. De poort staat zelfs uitnodigend open. Een heel verschil met de overige huizen aan deze laan. In Kapellen laten de meeste rijken, goeddeels van Nederlandse komaf, liever niet zien wat ze hebben.

Zijn buren? Boogerd kent ze niet zo heel erg goed. Hij maakt weleens een praatje, maar het is heel anders dan in die volkse Haagse wijk waar hij opgroeide. ''We hebben vlak na de Ronde van Frankrijk van 2004 een babyborrel voor Mikai gehouden en de hele straat uitgenodigd. Er kwamen mensen over de vloer die er al jaren wonen, maar elkaar nog nooit eerder hadden gezien.''

''We hebben het daar soms moeilijk mee. Die kleine wil je toch ook liefst op straat met andere kinderen laten spelen. Dat ben ik zelf nog van vroeger gewend. Nerena komt van een boerderij, daar hadden ze op het erf alle ruimte. Maar goed, daar moet je aan wennen."

Boogerd, niet in de laatste plaats vanwege het belastingklimaat naar België vertrokken, geniet van de waardering die er bij de zuiderburen voor wielrenners zoals hij leeft. ''Dat is heel wat anders dan in Frankrijk.'' Afgelopen zomer nog, in zijn laatste Tour, had hij het aan de stok met een Franse wielerfan. Liefst rijdt Boogerd met een grote boog om het land heen, nu hij er niet meer hoeft te koersen. Italië daarentegen heeft zijn hart gestolen. ''Al heb ik nergens spijt van in mijn carrière, ik had diep in mijn hart best een paar jaar voor een Italiaanse ploeg willen koersen. De adoratie voor wielrenners daar, dat vind ik prachtig.''



Hij glimt. ''Ik ben de laatste jaren meer en meer gaan genieten van het samenzijn met de ploeg, van de koers. In 1999 wilde ik zo goed presteren dat ik elk moment stress had. Als we om zeven uur zouden eten en om kwart over was het hoofdgerecht nog niet opgediend, dan was ik over de zeik. Als het tijdens een trainingskamp niet hard genoeg ging, kon ik sarcastisch uit de hoek komen.''

Hij bezocht een psycholoog, leerde ontspannen, te genieten van het vak. Als hij maar wist dat van hem geen hoge eindklassering in de Tour werd verwacht, kon hij meer. Zijn verhaal, zijn spontaniteit, inzet en eerlijkheid spraken de mensen aan. ''De laatste jaren is de waardering toegenomen. Zeker nadat ik bekend gemaakt had dat ik ging stoppen, heb ik me er weleens over verbaasd. Iedereen werd maar vriendelijker en vriendelijker.''

Hij weet: het leven zal er beter op worden. ''Je sociale leven is, als je fietst, extreem slecht. Vooral voor een renner als ik. Ik ging er altijd volledig voor, probeerde zo min mogelijk sores aan mijn kop te hebben. Aan het fietsen heb ik een paar vrienden overgehouden.''

''De druk kwijt zijn, het is een heel vreemd gevoel. Ik ben er eerlijk gezegd zelfs een beetje bang voor. De prestatiedrang valt weg, de stress. Ik heb jaren volgens een bepaald patroon geleefd, ik zal mezelf moeten herprogrammeren. Dat zal tijd nodig hebben.''





© Het Parool, 19-10-2007

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden