Plus

Verstokte roker Jean Paul Michel (64) voelt zich in een hoek gedrukt

Het rookverbod wordt steeds verder uitgebreid. De verstokte roker voelt zich in een hoek gedrukt.

Jean Paul Michel Beeld Ivo van der Bent

Jean Paul Michel (64) heeft een apart setje kleren voor als hij moet werken. Dan gaat de laatste sigaret uit, schoon overhemd aan, ander jasje, andere shawl. Is hij weer pico bello. Hij is van huis uit kunstenaar - tekeningen, schilderijen, installaties, video - maar hij verkoopt al jaren niets meer.

Die verkoop, daar gaat zó veel organisatie in zitten, en als je dan maar net quitte speelt, dan gaat de fut er wel uit. Dus nu doet hij vooral gidswerk, op oproepbasis. Rijke Amerikanen rondleiden door de stad, in opdracht van vijfsterrenhotels.

Hij gaat vaak met ze naar het Stedelijk Museum. De meeste gidsen vinden dat geen fijn werk, maar hij heeft verstand van moderne kunst. Een vriend van hem wist dat, dus zo is ie erin gerold.

Andere kleren
Hij merkt aan veel Amerikaanse klanten dat ­sigaretten moeilijk liggen. Roken in hun bijzijn doet hij sowieso niet, maar alleen al naar rook ruiken is taboe. Vandaar dus de andere ­kleren.

Michel rookt sinds zijn twaalfde, dertiende. Hoe begint dat? Stoerdoenerij, met vriendjes. Roken was toen doodnormaal. We hebben het hier over de jaren zestig, waar in veel huizen als de visite kwam de sigaretten in glaasjes op de ­salontafel werden gepresenteerd.

Bij hem thuis niet trouwens, daar waren ze meer van de shag. Zijn vader handelde in antiek, zijn moeder in prenten. Michel groeide op tussen de zeventiende-eeuwse landkaarten. Eerst op de Spiegelgracht, later in de Plantagebuurt.

Aparte plekjes voor niet-rokers
Ergens in tweede helft van de jaren zeventig ­wilde hij voor het eerst stoppen met roken. Het begon hem te irriteren, hij vond het niet lekker meer. Dat ging een paar maanden goed, tot hij een avond met vrienden doorbracht. Iedereen zat te paffen, het gesprek ging over hem.

Niets ernstigs, wel intens. Toen ging hij voor de bijl - dit was zonder peuk niet vol te houden. Hij nam een sigaret uit een pakje dat op tafel lag. Die vrienden zeiden daar niets van trouwens, roken of niet roken was helemaal geen onderwerp van gesprek.

Het was diep in de jaren negentig dat Michel voor het eerst een verschuiving in het denken over roken bemerkte. In kroegen begonnen ­caféhouders aparte plekjes te maken voor mensen die niet in de rook wilden zitten, met afzuiginstallaties. Die probeerden er op hun eigen ­manier vorm aan te geven - iemand die roken niet lekker vindt, heeft net zo goed rechten, dat snapt hij ook wel.

Aanpassen
En toen kwamen de eerste mensen die zeiden dat bij hen binnen niet gerookt mocht worden. Absurd vond hij dat, in het begin. Maar uiteindelijk pas je je natuurlijk aan, zoals hij dat steeds heeft gedaan. Toen roken op de werkvloer werd verboden, was dat ook niet zo'n punt. Hij werkte bij een uitgeverij, zijn werkplek grensde aan de mooiste tuin van de grachtengordel. Daar een sigaretje roken was geen straf.

Dat je niet meer in cafés mag roken, vindt hij erger. Niet voor hemzelf, hij gaat wel buiten staan. Maar het is zo ongezellig voor het personeel. Dat staat toch tegen een halflege zaak aan te kijken.

De tweede keer dat hij wilde stoppen, was in 2012. Hij was zijn baan verloren, boventallig verklaard. Hij zat thuis, en begon steeds meer te ­roken. Het was een zware tijd. Zijn liefje rookte allang niet meer, die had er geen zin meer in, en vond het irritant dat het huis steeds blauw stond.

Toen had hij eigenlijk geen keus, maar hij vloog tegen het plafond. Roken was zijn manier om met stress om te gaan, dit werd te veel. Dus nu rookt hij weer, maar niet binnen. Of nou ja, hij hangt uit het raam, dat telt als buiten. Als het moet, is er een balkon. Hij is nu zuiniger met zijn tabak. Om het geld, en om de lucht. Vroeger rookte hij een pakje shag - Van Nelle, halfzwaar - in twee dagen. Nu in vijf.

Nooit naar de dokter
Hij rookt als hij een rustmoment zoekt. Even moet nadenken, of als hij stoom wil afblazen. Als hij hard gewerkt heeft, na een rondleiding. Dat is zwaar hoor, dan moet alle kennis in zijn hoofd naar boven gehaald en gespuid worden. Meestal gaat hij dan in het café om de hoek van zijn huis in de Staatsliedenbuurt, Checkpoint Charlie, een biertje halen en een sigaret roken. Dan zitten ze voor de deur. Met de eigenaren trouwens, want die roken zelf ook.

Hij voelt zich gezond. Hij fietst gewoon, hij doet alles. Een rondje Westerpark heeft ie nooit gerend, hij beweegt al genoeg als hij gewoon werkt. Hij heeft nergens last van, zegt hij, gaat ook nooit naar de dokter trouwens. Misschien is hij iets eerder moe, maar hij is ook 64. Wat wil je. Misschien valt hij een keer om, maar dat is iets waar iedereen mee moet zien te leren leven.

Er zijn genoeg vrienden van hem gestorven, maar echt niet allemaal aan de tabak. Bovendien: zo'n sigaret werkt ook goed voor de sociale cohesie. Net als een bakkie koffie, of een biertje dan in zijn geval.

Zijn pakje shag kost nu 8,90 euro. Straks wordt dat een tientje. Het kan hem niet deren - niets nieuws onder de zon. En die vieze plaatjes op de verpakking? Hij ziet ze niet eens meer.

Toen hij las over het uitgelekte rapport, dat het roken steeds verder uit het dagelijks leven wil bannen, schrok hij wel. Waarom mogen mensen dat niet meer zelf uitmaken? Voor hem hoeft dat niet in Den Haag te worden beslist. Hij voelt zich steeds verder in een hoek gedrukt. Laat hem gewoon genieten van zijn peuk. Hij valt niemand lastig, val hem dan ook niet lastig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden