Plus

Verslaafd aan de post: het dagboek van een postbode

Filosoof en schrijver Viktor Frölke (49) beunt al drie jaar bij als postbode in de Apollobuurt. Deze week verschijnt zijn Dagboek van een postbode. Over vernedering, schaamte én trots.

Postbode Viktor Frölke op zijn route, hier op de Stadionweg Beeld Dingena Mol

Terras van cafetaria Triomf, Olympiaplein. Biertje, broodje kroket. "Kijk, daar gaat een collega, dj is hij. Leuke jongen." De collega duwt een karretje met post. Want dit, gebaart Viktor Frölke om zich heen, dit is dus zijn wereld. Zijn wijk. Zijn Oud-Zuid.

Hier is het depot, hier bezorgt hij sinds drie jaar de post. Hij, de romancier: postbode. En dan niet eens met het vooropgezette doel er een boek over te schrijven, maar puur uit geldnood. Er moet alimentatie betaald, er moet brood op de plank. Cynisch: "Een verticale val."

Boze wereld
Dat boek kwam er toch, deze week verschijnt Dagboek van een Postbode. De roman die hij had geschreven was af, hij had zijn eerste jaar bij de post erop zitten, toen zijn uitgever vroeg: dat dagboek van je, mag ik dat eens lezen? "Hij wilde het meteen uitgeven. Daar was ik eerst niet van geporteerd, ik ben fictieschrijver. Ik heb me er heel lang tegen verzet. Maar nu ik twee jaar gewend ben aan het idee ben ik steeds meer van dit boek gaan houden."

In dagelijkse aantekeningen schetst Frölke het kleine wereldje van het depot in de grote boze wereld van PostNL; de bazen en bovenbazen, collega's, de buurt en zijn bewoners. Met milde spot, en soms ook schrijnt het. "Heerlijk, al dat kleine gezever en gezeik. Er gebeurt niets terwijl er heel veel gebeurt. Tenenkrommende vergaderingen, verraad, machtsmisbruik. Collega's die vijand worden of tot zondebok worden gemaakt. Zoals overal."

Tegenover vrienden speelt hij de rol van 'de Lijdend Schrijver, Gedwongen Tot Ongeschoolde Arbeid'. In het dagboek is hij, de antiheld, een man van schaamte. Man van vuile handen ook, en man van onverholen begeerte. "Ik maak mezelf onaantrekkelijk op bepaalde punten. Ik heb mezelf niet opgepoetst en opgetuigd. Ik ben overal in geïnteresseerd en ook bereid mijn eigen gedrag tot op het chirurgische te ontleden."

Om dan maar met de deur in huis te vallen: u beschrijft onbeschaamd hoe u soms Le Monde, bestemd voor het Franse consulaat, mee naar huis neemt. U gooit post weg, slaat adresjes over, propt pakjes die niet passen door de bus, een boek verdwijnt in de vuilnisbak. Als u een vast contract krijgt, 'verdwijnt de motivatie als een softijsje op een warme zomerdag'. Voor mij aan de ontvangende kant van de post best ontluisterend.
"Niets menselijks is mij vreemd. Sorry. Maar ik voorspel dat willekeurig wie dit werk gaat doen, óók wat vuile handen maakt. Ik hoop niet dat mensen hierdoor hun baan verliezen. Maar je ziet dingen die niet door de beugel kunnen. Wat ik beschrijf is een fine line, dat had ik me vooraf niet zo gerealiseerd. Maar het dagboek was natuurlijk eerst alleen voor privédoeleinden."

Beeld Dingena Mol

Ook niet geheel aantrekkelijk: hoe u verlekkerd schrijft over de 'sexetary', de 'levende pin-up' bij wie u de post bezorgt. Of de scène waarin u, alleen in het depot, 'de post bij uzelf bezorgt'.
"Dat vond ik een mooie metafoor. Ik ga ook niet zeggen dat ik me heb afgetrokken in het depot. Ach, het is toch niks bij wat er in de jaren zeventig gebeurde. En ja, die begeerte. Je wordt een heel klein beetje verliefd op iemand. Wat mij als filosoof interesseert, is ook die machinerie van de begeerte. Mijn doel was alles zo eerlijk mogelijk op te schrijven."

Ook dus die schaamte, het gevoel te hebben gefaald, een ontoereikend saldo als brevet van onvermogen.
"Absoluut. Schaamte. Dit boek gaat bovenal over schaamte. Ik probeer die bij mezelf te ontleden, hoe schaamte werkt, wat een rare emotie het is. Want ik heb voor dit werk gekozen. Heel veel schrijvers moeten bijbeunen. Je hebt natuurlijk de elite, de topverkopers, maar het is net een omgekeerde trechter. En ik zit daar ergens onderaan."

"Ik heb voorschotten gekregen, zelfs subsidie van het Nederlands Letterenfonds. Maar dat is allemaal niks, dan heb je driehonderd euro per maand. Het meest voor de hand liggend is voor kranten en tijdschriften te gaan werken, zo heb ik lang doorgerommeld."

"Maar, en hier komt de grote maar: het is niet goed voor je schrijverschap. Je bent een hoer als je voor kranten schrijft, alles om de lezer te gerieven. Als romancier moet je blind zijn voor de lezer, blind voor je eigen familie zelfs. Ik wilde iets doen waardoor mijn intellectuele vermogens zo weinig mogelijk worden belast. Dus kwam ik bij de simpele baantjes uit. En guess what? Die betalen geen drol."

En zo belandt u in de wereld waar je geen u meer bent, maar een jij.
"Je wordt bij de post als een kind behandeld en beloond als een kind. Je zit op een van de onderste treden van de maatschappij."

Toch, beschrijft u, voelt u gaandeweg ook trots.
"Schaamte, vernedering én trots. Want ja, er is ook het genot van arbeid, de bevrediging die het geeft om een envelop in de gleuf te gooien. Fout geadresseerde post toch op het juiste adres te bezorgen."

"Ik was correspondent in New York, eerst voor Het Parool, tijdens 9/11 voor NRC Handelsblad. Stond ik elke dag op de voorpagina. En vervolgens ben ik dít. Ik vraag me af waarmee ik bezig ben, soms. En toch blijf ik het doen. Het buiten zijn, het repetitieve is ook verslavend. Ik kan depressieve mensen en mensen met overgewicht aanraden om bij de post te gaan werken. Buiten bewegen en iets nuttigs doen, dat werkt als een antidepressivum."

U beschrijft hoe u als postbode ook een beetje sociaal werker wordt, u houdt bijvoorbeeld een oogje op een vereenzamende weduwe.
"Je probeert het leven van mensen enigszins op te vrolijken. Ik kom langs, maak een praatje, doorbreek de monotonie van de dag. Maar het is ook heel relatief. Als je geen zin hebt, zegt je: de post roept, en dan ben je weer weg. Mijn boek heeft wel een grote sociale component; van zwaar onderbetaalde arbeiders tot ouderen die liggen te verpauperen in hun woning."

U heeft uw coming-out gehad. Durft u nu wel in uniform op het schoolplein?
"Ga ik doen, maar ik denk dat ik me weer zal schamen. Het gaat moeilijk weg. School houdt ook een belofte in zich: dat het zin heeft dat je je kind daar dag in, dag uit naartoe stuurt. Als jij daar dan als postbode rondloopt, betekent dat het allemaal maar matig heeft uitgepakt. Een kind van zeven wil piloot worden of uitvinder of dierenarts, dan is postbode toch een beetje een domper. In groep drie leer je lezen en schrijven. Dat zijn de enige vereisten voor een postbode. Dus dan kunnen ze eigenlijk gelijk van school."

Is uw positie bij de post nog wel houdbaar? U klapt uit de school en chefs en collega's zullen zichzelf herkennen.
"Ik blijf er net zo lang werken tot het onmogelijk wordt. Ik vond het niet fair na het boek weg te gaan, ik wil iedereen in de ogen kunnen kijken. Ik wil ook niemand te kakken zetten. Maar ik ben wel heel benieuwd hoe het landt. Af en toe als er weer iets gebeurde, klonk de verzuchting: iemand zou hier een boek over moeten schrijven. En dan dacht ik: je moest eens weten."

Hoopt u wel postbode te kunnen blijven?
"Ja en nee. Ik hoop dat het boek niet onopgemerkt zal blijven, dat ceo Herna Verhagen het ook onder ogen zal krijgen. Dat krijgt ze, want ik ga het persoonlijk bij haar bezorgen. Als zij zegt: we laten je gaan, is dat niet zo erg. De meeste veranderingen ontstaan uit noodzaak. De verslaving is nog niet voorbij. Maar als ze me bevrijden van dit baantje, kan ik solliciteren bij de politie. Ik wil heel graag politieagent worden. Ik weet niet hoe groot mijn kansen zijn. Ik beloof alvast dat ik op het bureau niet zal masturberen."


Viktor Frölke: Dagboek van een postbode. Uitgeverij Thomas Rap, €19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden