Veroordeelde kickbokser Hesdy Gerges: 'Ik was één dag met de verkeerden'

K1-wereldkampioen Hesdy Gerges (31) kreeg 4,5 jaar cel voor betrokkenheid bij de invoer van 128 kilo cocaïne in Antwerpen. Het Amsterdamse kickboksicoon werd begin december geweerd van het eerste grote vechtgala in vijf jaar. Hij is woedend en vertelt zijn verhaal.

K1-wereldkampioen Hesdy Gerges is woedend en vertelt zijn verhaal. Beeld Mark van der Zouw

Een dikke man, een jonge moeder en een afgetrainde jongen met een tatoeage op zijn scheenbeen. Het is een gemengd gezelschap dat zich woensdagavond rond de klok van acht meldt in Fightclub in Landsmeer. Er hangen foto's van Mike Tyson, Mohammed Ali en van Hesdy Gerges zelf aan de muur.

Kort voor aanvang van de kickboksles komt Gerges binnen, de trainer. Hij draagt een korte broek onder zijn winterjas - hij moet zijn stem verheffen om boven de luide muziek uit te komen.

Een jaar of vijftien geleden stapte Gerges zelf voor het eerst zo'n sportschool binnen. Hij had op voetbal gezeten. Gerges, zoon van een Egyptische vader en een Nederlandse moeder, was een snelle rechtsbuiten, maar voetballen was niet zijn sport. Via een vriend van zijn zus kwam hij in contact met kickboksen. Het was liefde op het eerste gezicht. Na zes maanden vocht hij zijn eerste partijtje, dat hij op knock-out won. Met een vet Amsterdamse accent en een grote grijns zegt hij: 'Het applaus uit de zaal, wauw man. Ik voelde dat ik wat voorstelde.'

Jeugddetentie
Gerges trainde en vocht veel, daarnaast was hij stratenmaker. Op zijn 21ste werd hij professioneel kickbokser. 'Stratenmakers doen zwaarder werk dan kickboksers. En ik ben een geboren sportman. Ik leef voor de sport, dat is wie ik ben. Het kickboksen definieert mij.'

Vóór zijn profbestaan kwam hij één keer in contact met justitie, vanwege een vechtpartij waarbij een man in coma raakte. Hij kreeg zeven maanden jeugddetentie. Daarna richtte hij zich volledig op de sport. Totdat hij werd opgepakt voor een drugsdeal in Antwerpen, waarvoor hij in België werd veroordeeld, onlangs ook in hoger beroep.

In het kantoortje van de sportschool overziet hij de schade aan zijn carrière door een 'achteraf dom' weekendtripje in mei 2010. Nota bene een week voor het belangrijkste gevecht uit zijn loopbaan, in de Amsterdam Arena tegen Badr Hari, was hij in Antwerpen met zijn neef Ashraf Gerges en vier anderen - onder wie de inmiddels allebei geliquideerde Amsterdamse criminelen Patrick Brisban en Lucas Boom. Ashraf werd met een ander gepakt in een loods met 128 kilo cocaïne die net uit Ecuador de haven was ingevoerd, het hele gezelschap werd als drugsbende veroordeeld tot 4,5 jaar cel.

Hoe ben je daar met dat gezelschap terechtgekomen? Met name Patrick Brisban was een ook in het vechtsportwereldje bekende crimineel.
'Zelf kende ik Patrick eerst niet, mijn trainer Thom Harinck wel - Brisbans zoontje trainde ook bij Thom. In oktober 2009 had ik in een goede wedstrijd in de Amsterdamse Passenger Terminal gewonnen van de Rus Ruslan Kareav. Patrick bood naderhand aan me te steunen met drie-, vierhonderd euro per maand. Ik was zo dom dat aan te nemen. Ik had maar één doel voor ogen, de top, en als je twee keer per dag moet trainen, blijft er geen tijd over om te werken. Elke sponsor is welkom, of het nou om kleding gaat of wat ook.'

Wat wilde Brisban als tegenprestatie?
'Hij vroeg niks terug. Ik dacht dat hij een liefhebber van de sport was die me wilde steunen. Dat klinkt voor jullie raar en nu zou ik ook drie keer nadenken, maar in onze wereld vinden mensen het mooi een bakkie koffie te drinken als de vechters trainen en soms geven ze ze wat geld. Ik had als jonge jongen geen argwaan. Hij kwam niet met een koffertje of zo, maar gaf me geld voor voedings­supplementen en trainingsspullen.'

'Toen kwam de belangrijkste partij uit mijn carrière eraan, tegen Badr om de wereldtitel in de Arena, en kwam hij een week tevoren bij de ochtendtraining naar me toe. 'Dit weekeinde zit ik in Antwerpen, effe relaxen. Ga je mee? Dan eten we wat, halen we een trainingspakkie...''

'Voor mij is zoiets gebruikelijk. Een week voor zo'n partij ben je prikkelbaar en kun je beter niet thuis zijn, met vrouw en kinderen, dat begrijpt alleen een topsporter. Dan kun je beter even weg.'

Gerges reisde met de trein naar Antwerpen, waar hij zijn neef Ashraf trof met Brisban, Lucas 'Puk' Boom en de twee anderen.

'Ik kende die Puk helemaal niet. Die vrijdagavond heb ik op de hotelkamer gegeten en geslapen, op zaterdag heb ik met Ashraf gechild. Wat gelopen, een trainingspak gekocht. 's Avonds hebben we gegeten met Patrick. Zij gingen daarna nog even weg, maar ik ga als op en top sportman niet in rokerige ruimtes hangen een week voordat ik voor twintig­duizend man moet vechten. Ik ben alleen naar mijn hotelkamer gegaan. Wat zich vervolgens heeft afgespeeld, is me ontgaan.'

'Dat is toch geen bewijs?!'
Brisban zou Ashraf en een ander in een café hebben gevraagd voor duizend euro per persoon een loods te bewaken. Daar werden ze met de 128 kilo cocaïne gepakt.

Hesdy Gerges' dna zat op een blikje dat in de loods lag. Onder 'H' was een nummer opgeslagen in de zes 'werktelefoons' die alleen rond de drugs­invoer in gebruik waren en alleen onderling contact hadden. Eén medewerker van de Bever Zwerfsport nabij het Leidseplein, waar allerlei materialen waren gekocht die in de loods waren gevonden, herkende Gerges, al wist hij niet waarvan.

De rechtbank én het gerechtshof van Antwerpen vonden vooral die bewijsmiddelen voldoende om hem net zoals de vijf anderen tot 4,5 jaar cel te veroordelen.

'Ik weet niets van die telefoon en had gewoon mijn eigen gsm bij me. Hoe dat blikje in die loods is gekomen, weet ik niet, misschien via Patrick of Ashraf. In de Beversport ben ik niet geweest en niet herkend. Drie medewerkers daar herkennen me niet van een foto en één wel, maar hij weet niet waarvan. Misschien van televisie. Dat is toch geen bewijs?!'

'Tijdens de verhoren heb ik altijd dezelfde verklaring gegeven. Die verklaring is bevestigd door de mede­verdachten. Het vonnis van de rechtbank luidt kort gezegd: 'We kunnen niet bewijzen dat je schuldig bent, maar je was met mensen van wie we dat wel kunnen bewijzen. En wij geloven jouw verklaring en de ondersteuning van die verklaring door de medeverdachten niet'.'

Glory
Gerges vecht zijn veroordeling aan 'tot aan het Europees Hof'. Maar het kwaad was geschied. 'In jullie krant ben ik op de voorpagina neergezet als een drugscrimineel en zo word ik nu gezien. Het stond in bladen, was op televisie, alles. Mede door het beeld dat van mij is geschetst, ben ik veroordeeld. Ik wil dat beeld corrigeren, ik ben een sportman.'

Ondertussen naderde het eerste vechtgala in Amsterdam, Glory, na vijf jaar verbanning, omdat het stadsbestuur de gala's beschouwde als netwerkbijeenkomsten van criminelen. Gerges zou op de affiches staan, maar de gemeente liet de organisatoren weten dat het 'gevolgen voor de toekomst' kon hebben als hij zou vechten. Glory besloot Gerges af te zeggen.

Gerges begrijpt de overweging van Glory, maar niet die van de gemeente. 'Het is een soort afpersverhaal van de gemeente. Ik was zo blij dat ik eindelijk weer op een groot evenement in mijn eigen stad zou vechten en was vol in training. En dan dit. De burgemeester zou moeten stimuleren dat ik mijn werk kan doen zolang mijn veroordeling niet onherroepelijk is. Dit is broodroof. De één studeert tien jaar voor rechter of arts, ik heb deze carrière in de sport opgebouwd. Gasten die kinderen misbruiken, krijgen na een korte straf een tweede kans en kunnen je buurman worden, maar ik die zés jaar geleden met verkeerde mensen ergens ben geweest, ben voor altijd fout?'

'Ik laat mijn kop niet hangen'
'Als ik niet zo sterk in mijn schoenen had gestaan, was ik nu een makkelijke prooi geweest voor bepaalde foute types, maar ik ben sterk. Ik heb de afgelopen jaren in heel de wereld gevochten. Amerika, Japan, Korea, China en Rusland. Ik geef les, ook aan jongeren en aan mensen met overgewicht. Ik doe van alles voor goede doelen - tegen kanker, voor kinderen met een beperking, van alles. Is alles door één onterechte veroordeling vergeten?'

Dat de gemeente hem weert, maar wél omgaat met Glory, vindt Hesdy 'ongelofelijk'. 'Enkele leden in de huidige staf van Glory werkten voorheen tien jaar nauw samen met een veroordeelde voor dubbele moord (Ron Nyqvist, de grote man achter vechtsportorganisatie Golden Glory, die twintig jaar uitzat voor een dubbele liquidatie en dit jaar zelfmoord heeft gepleegd). Ik ben één dag met de verkeerden geweest en nu willen ze van mij niets meer weten.'

Toch, Gerges is vol in training en vecht door. 'Sowieso. Ik heb alweer aanbiedingen uit China, Rusland en zelfs Nederland, voor een gevecht in februari. Ik stop niet en laat mijn kop niet hangen. Als je goed voor je lichaam zorgt, kun je tot 37, 38 jaar in de top vechten. Daarna kan ik in mijn sport van alles doen. Elke sportschool waar ik binnen wandel, wil me wel als trainer. Eind maart geef ik in Griekenland een seminar, een paar uurtjes per dag, en ik ben er dol op dik, dun, jong en oud les te geven. Met iedereen met dezelfde liefde voor de sport wil ik werken.'

Hesdy Gerges

* Geboren in Amsterdam
* Opgegroeid in Badhoevedorp
* Egyptische vader, Nederlandse moeder
* Begonnen met kickboksen op zijn vijftiende
* Lengte: twee meter
* Zwaargewicht (wedstrijdgewicht 110 kilo)
* Van de 64 partijen in twaalf jaar won hij er 48
* 22 keer sloeg hij zijn rivaal knock-out
* 7 keer ging hij zelf knock-out
* Getrouwd met vechtster Denise Kielholtz
* Vader van een zoon
Gerges in 2013 tijdens het weegmoment voor de K1 wedstrijden van de World Grand Prix in Zagreb, Kroatië. Beeld anp
Een kickbokspartij tijdens Glory, het kickboksgala begin december in de Rai waar Hesdy werd geweerd. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden