Plus

'Vermijden van angst zorgt voor grotere problemen'

Hoogleraar Patricia van Oppen (55) behandelt al bijna dertig jaar mensen met angsten. 'Cruciaal bij de behandeling van angst is dat je er niet voor wegloopt.'

Patricia van Oppen: 'Ik denk weleens: ik ben in dit vak beland ­omdat ik mijn eigen angst wilde onderzoeken.' Beeld Ivo van der Bent

Het is de meest voorkomende psychische stoornis: angst. Bevolkingsonderzoek van het Trimbos-instituut wijst uit dat een op de vijf volwassenen tijdens zijn of haar leven een angststoornis krijgt. Daarmee is angst - samen met depressie - koploper van de psychische aandoeningen.

Van Oppen heeft haar beroep gemaakt van angststoornissen behandelen. Haar patiënten of cliënten ('mensen zijn méér dan hun stoornis') melden zich doorgaans op de polikliniek van GGZ inGeest, maar sommige mensen zijn zo bang om hun huis uit te komen, dat de hulpverlener daarheen gaat. "Al is dat eerder uitzondering dan regel," zegt Van Oppen.

In de psychiatrie zijn angststoornissen opgedeeld in ­categorieën. De angst voor bijvoorbeeld naalden, spinnen of hoogten (hoogtevrees) valt onder de specifieke fobieën. Je hebt de mensen die ontzettend bang zijn voor de afwijzing van anderen: sociale angst.

Verder komt paniek­stoornis veel voor; een plotselinge golf van intense angst die gepaard gaat met hartkloppingen, duizeligheid, transpireren en desastreuze gedachten; ik heb een hartaanval, ik ga dood, ik word gek.

Niet iedereen die angstig is, heeft een stoornis. Daarom is het vaststellen van een angststoornis niet altijd eenvoudig. "Angst is een heel normale emotie met een duidelijke functie," zegt Van Oppen.

"Iedereen die op de savanne oog in oog komt te staan met een leeuw, wordt bang. Dat is heel functioneel. Je lichaam past zich razendsnel aan. Je hartslag stijgt en je maakt adrenaline en cortisol aan - stofjes die ervoor zorgen dat je op de vlucht kunt slaan."

"In het gunstigste geval blijf je leven en kun je zeggen dat angst je leven heeft gered. Angst heeft ook een evolutionaire functie, en niet alleen bij mensen: apen, paarden en eenden kennen bijvoorbeeld ook angst."

Wanneer is angst dan een stoornis?
"Als angst je belemmert 'normaal' te functioneren. Wat normaal is, is altijd een moeilijke discussie, maar met een paar voorbeelden kan ik duidelijk maken wat ik bedoel."

"Een werknemer die zo bang is dat hij alle vergaderingen op zijn werk mijdt, die heeft een angststoornis. Een huisarts die al langer dan een half jaar niet op huisbezoek komt bij patiënten vanwege angst voor honden, heeft ook een angststoornis."

"Maar iemand die bang is om te vliegen en het helemaal niet erg vindt om met de auto op vakantie te gaan, heeft geen angststoornis. De vliegangst is dan niet belemmerend, en diegene lijdt er evenmin onder."

Wat als vliegen bij je werk hoort, maar je niet durft?
"Dan is de situatie anders. Als je als tropenarts bij Artsen zonder Grenzen werkt, maar niet durft te vliegen, dan heb je een probleem. Op dat moment interfereert het met je normale functioneren en kun je dus vaststellen dat er sprake is van een angststoornis."

Dus bij Dennis Bergkamp, die voetbalwedstrijden miste vanwege vliegangst, zou sprake kunnen zijn van een angststoornis?
"Ik zeg liever niets over individuen."

Hebt u zelf een angststoornis?
"Dat denk ik niet. Maar toen ik jonger was, zat ik wel op het randje. Op mijn vijftiende ben ik eens heel bang ­geworden in een vliegtuig en tijdens mijn studententijd durfde ik niet meer te vliegen."

"Toen ik voor het eerst moest vliegen voor mijn werk, heb ik lang getwijfeld. ­Uiteindelijk heb ik het gedaan, met de nodige ­bibbers."

Wat herinnert u zich van die vliegreis?
"Dat is best een grappig verhaal, want het was een vliegreis naar een wetenschappelijk congres over behandeling van angst. Ik vloog met collega's van de universiteit vanaf Maastricht Aachen Airport naar Oxford. Zij wisten allemaal dat ik heel bang was."

"Een van hen heeft zich echt om me bekommerd tijdens de vlucht. Sindsdien heb ik veel geoefend en gaat het beter. Ik ga tegenwoordig ook met het vliegtuig op vakantie. Echt leuk vind ik het niet, en het blijft af toe spannend."

Bent u ooit behandeld voor vliegangst?
"Nee, ik heb het zelf aangepakt. De mensen die ik behandel vraag ik vaak dingen te doen die voor hen heel moeilijk zijn, dus ik vond dat ik het zelf ook moest durven. Ik denk weleens dat ik in dit vakgebied terecht ben gekomen, ­omdat ik mijn eigen angst wilde onderzoeken en verminderen. Dat vliegtochtje naar Oxford was heel ­belangrijk ­tegen de vliegangst."

Kunt u dat uitleggen?
"Cruciaal bij de behandeling van angst is dat je er niet voor wegloopt. Vermijding is heel natuurlijk, maar het biedt slechts een oplossing voor de korte termijn. Op de lange termijn zorgt vermijding juist voor vergroting van de problemen."

"Elke keer dat je ergens wegloopt, wordt het moeilijker de confrontatie aan te gaan, en dus wordt het probleem groter. Door vermijding creëer je een vicieuze cirkel. In essentie komt een angstbehandeling neer op het doorbreken van die vicieuze cirkel."

Hoe doet u dat?
"Door twee zaken aan te pakken: het gedrag van mensen en hun gedachten over dat gedrag. Mensen hebben ­bepaalde overtuigingen die hun gedrag sturen: vliegtuigen storten neer, spinnen bijten, mijn collega's vinden me onnozel. In therapie ga ik het met cliënten hebben over die overtuigingen; klopt het wel wat je denkt? En hoe weet je dat zo zeker?"

"Tegelijkertijd probeer ik mensen zover te krijgen dat ze gaan doen waar ze bang voor zijn. Daarin zit de grootste uitdaging voor een therapeut. Als je mensen over de drempel krijgt en ze komen erachter dat ze niet zijn neergestort, gebeten of negatief beoordeeld, stellen ze hun ­gedachten bij. Als dat lukt, durven ze dat gedrag vervolgens vaker te herhalen."

Hoe ontstaat een angststoornis?
"Door een combinatie van genetische aanleg en de zaken die je meemaakt. Sommige mensen zijn nu eenmaal angstiger dan anderen. Je ziet vaak dat mensen die bang zijn voor honden ook vatbaarder zijn voor andere angsten. Ook vrouw-zijn vergroot de kans op een angststoornis."

"Verder heeft het ontstaan van een angststoornis te ­maken met wat je meemaakt, en hoe je daarmee bent omgegaan. Als je na een hondenbeet met een grote boog om honden heen loopt, is de kans groot dat je een stoornis ontwikkelt."

"Als je na een hondenbeet denkt: ik heb pech gehad met deze hond, maar de volgende hond bijt vast niet en die ga ik ­opnieuw aaien, ontwikkel je geen stoornis."

Hoe succesvol is de behandeling van angst?
"Heel succesvol, zeker als de angst relatief simpel is. ­Ongeveer negen van de tien mensen die in therapie gaan voor hun vliegangst, durven daarna te vliegen. Het zal een beetje spannend blijven, maar ze durven het wel."

"­Bovendien duurt zo'n behandeling maar tien sessies. Voor ­grotere angstproblemen ligt de effectiviteit lager en zijn de ­behandelingen langer. Praten en oefenen met ­gedrag is dan niet altijd afdoende, er kunnen geneesmiddelen bij komen, vaak antidepressiva."

"Ook als de stoornis niet helemaal overgaat, kun je met een behandeling vaak een ­vermindering van de symptomen krijgen. Daarmee neemt de kwaliteit van leven toe."

Cv

Patricia van Oppen (1963, Heerlen) studeerde ­gezondheidswetenschappen aan de universiteit van Maastricht) en promoveerde in 1994 (VU).

Ze werkt als gezondheidspsycholoog bij GGZ­­ ­inGeest en hoogleraar psychotherapie aan de ­afdeling psychiatrie van het ­Amsterdam UMC, ­locatie VUmc.

Van Oppen woont in ­Amsterdam en heeft twee dochters van 23 en 21 jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden