Plus Column

Verliezers in een heerlijke tijd

Theodor Holman Beeld Wolff

Vanavond in ­Parijs weer naar de voorstelling van mijn eigen stuk gegaan. Dat spelen ze afwisselend in het Frans en het Engels.

De auteur was in zijn nopjes.

Daarna met de spelers en hun vrienden wederom de kroeg in. Die bevindt zich aan de Rue Lepic, een paar huizen van het voormalige woonhuis van Theo van Gogh en zijn broeder Vincent.

We spreken over de vraag: is de jeugd decadent?

Met 'decadent' bedoelen ze dat de jeugd nergens meer voor wil vechten en nergens meer voor kan vechten. Ze zijn verwend, ze zijn op zoek naar identiteit en ze willen achter het goede staan, maar doen niet meer dan dat.

Zelf zijn ze in de dertig. Net zo oud als mijn dochter.

Mij valt op dat deze beschrijving niet alleen voor de Franse jeugd geldt, maar ook voor de Nederlandse.

Verder bedenk ik dat mijn vader mij al decadent vond. Ik had immers geen oorlog meegemaakt, ik had mijn natje en mijn droogje, ik kon studeren wat ik wilde en ik hoefde niet in dienst.

En ik vond, dertig jaar geleden, dat mijn dochter in vergelijking met mij verwend was. Alles wat ze wilde, kon ze van ons krijgen. Of het nu een studie was in de Verenigde Staten of een tripje naar Londen of Parijs.

De jongeren lachen om me, maar ik meen het.

"Wat baart jou dan echt zorgen?" vragen ze.

"De generatie van mijn kleinkinderen. Ouders hebben niet meer het doel dat de huidige kinderen het beter krijgen dan zij, omdat dat niet kan. Ouders willen dat hun kinderen enigszins goed overleven. Dat ze ­ergens betaalbaar kunnen ­wonen, dat ze werk hebben waarmee ze wat verdienen."

De jongeren vinden mij te somber. Ik durf ze zelfs niet te vertellen hoe somber ik ben.

"Men zal altijd acteurs en ­actrices nodig hebben," hoor ik.

Maar stel dat je niet tot de ­besten behoort, wat dan?

"Er zijn altijd verliezers," zeggen ze.

"Maar er zijn zo veel ­verliezers," zeg ik.

"Die moeten dan zelf zorgen voor hun werk."

Zijn ze nu rechts of links?

Ze vinden het ouderwetse termen.

"Jullie denken in links en rechts," zeggen ze.

"Ik ben somber als ik naar de toekomst kijk," zeg ik.

"Ach kom. Dit is een heerlijke tijd!"

Het is een zin waarvan ik niet weet of ik hem eng vind of niet.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden