Review

Verleden van Nederland

Het geklaag over het gebrek aan kennis over ons verleden is niet eerder zo groot geweest als nu, en tegelijkertijd is vaderlandse geschiedenis ongekend populair. Televisieseries, tijdschriften over geschiedenis, biografieën van nationale helden, boeken over de beroemdste moorden, ze bloeien en groeien als nooit tevoren. En onlangs was er, zojuist afgelopen, elke zondagavond, op primetime, de serie Verleden van Nederland. Het boek met dezelfde titel is geschreven door Geert Mak, Jan Bank, Gijsbert van Es, Piet de Rooy en René van Stipriaan.

Lang hebben historici zichzelf opgesloten in hun specialismes, met het daarbijhorende taalgebruik. Maar in Verleden van Nederland wordt op heldere wijze het grote verhaal verteld. De auteurs durven hier en daar een mythe te ontkrachten. Zoals die over de Bataven, waar wij van af zouden stammen, alsof een immigratiedienst stond te wachten om onze voorouders op te vangen. 'Inmiddels vermoeden we dat die Bataven na een paar eeuwen alweer naar het zuiden wegtrokken, zodat ze onze voorouders niet kunnen zijn.' En dat dergelijke volksverhuizingen zich op vlotten van boomstammen voltrokken, is eveneens een verzinsel.

Ook het cliché dat Nederland altijd burgerlijk bezadigd en vredelievend was, is niet te rijmen met het rijkmakende en gewelddadige koloniale verleden. 'Zoiets valt niet te realiseren met mooie praatjes.'
Nee, net als de drie grote rivieren die ons land zo kenmerken, in het buitenland ontspringen, zo is ons nationale verleden door toevalligheden in het buitenland ontstaan.

In ruim vijfhonderd pagina's wordt een panoramisch verhaal verteld. Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een lijstje jaartallen met daarachter de belangrijkste gebeurtenissen. Dat is slim, want zo kunnen de auteurs je een overzicht van elk tijdvak voorschotelen zonder hun tekst topzwaar te maken met jaartallen en verplichte feitjes.

Ongestraft kunnen zij binnen één alinea overgaan van de nijlpaarden die ooit in de Maas zwommen, naar 'de opstuwingen' uit de ijstijd die nu nog op de Veluwe zichtbaar zijn. En zo kunnen zij het gewurgde meisje uit het Drentse dorp Yde koppelen aan de Romeinen, van wie wordt gezegd: 'Grote veroveraars roepen altijd dat ze orde en beschaving komen brengen, en dikwijls is het omgekeerde het resultaat.' De Slag in het Teutoburgerwoud (9 na Chr.) werd voor de Romeinen 'een soort 9/11', een door de Germanen bezorgd trauma. Het duurde overigens nog eeuwen voordat het Romeinse rijk echt instortte.

In de buurt van Wijk bij Duurstede lag in de achtste eeuw Dorestad, hét handelsknooppunt van West-Europa, waar ook de Engelse missionaris Bonifatius in 716 voet aan wal zette. Inmiddels is Dorestad verdwenen onder een nieuwbouwwijk, maar ooit woonden er tienduizend mensen, een aantal dat Amsterdam pas zes eeuwen later haalde.

Bonifatius werd in Friesland vermoord, waarschijnlijk omdat hij wat al te rigoureus te werk ging om de Friezen tot het christendom te brengen.

De boodschappers van God hebben altijd voor veel geweld gezorgd. Paus Urbanus zette in 1095 aan tot de eerste kruistocht. Luther riep aan het begin van de zestiende eeuw op 'de ketters' te vervolgen, en omdat de drukpers kort daarvoor in Duitsland was uitgevonden, kon hij dit met veel publicitair vertoon doen. Alleen het woord van de Bijbel telde volgens Luther en niet het bijgeloof van het katholicisme.

Toen de katholieke Karel V in 1555 het bewind over Spanje en de Nederlanden overdroeg aan zijn zoon Filips II, begon een ongekende terreur tegen iedereen die niet rooms was. En volgens Filips' veldheer Alva was dat zo ongeveer iedere Nederlander. De Tachtigjarige Oorlog was begonnen.

De samenstellers van Verleden van Nederland schrikken er niet voor terug zo nu en dan een licht ironische toon aan te slaan. Meestal gebeurt dat in de onderschriften bij de honderden prachtig gereproduceerde illustraties. Zo wordt bij foto's uit het vanaf 1913 jaarlijks verschenen 'badnummer' van het sensatieweekblad Het Leven gezegd dat er steeds meer kritiek uit de christelijke wereld kwam op het afbeelden van schaars geklede vrouwen. Snedig schrijven de auteurs daarachter: 'Het kan nauwelijks toeval zijn dat het regeringscentrum van Nederland een ooievaar in het stadswapen heeft.' Even verderop worden voor ons hilarische citaten aangehaald 'inzake het dansvraagstuk', dat een regeringscommissie onder de loep nam. Het advies: burgemeesters moeten alleen vergunningen voor het dansen geven als deze bezigheid 'strikt gereguleerd' is.

De boodschappers van Gods woord - vaak bepaalden die de loop van de Nederlandse geschiedenis - waren ondertussen gepacificeerd in het zuilenstelsel. Protestanten en katholieken hadden hun eigen scholen, woningbouwverenigingen, sportclubs en niet te vergeten politieke partijen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn wel dappere pogingen gedaan die tijdens de bezetting naar de achtergrond verdwenen verzuiling niet terug te laten komen, maar het zou nog tot in de jaren zestig duren voordat er een soort tweede beeldenstorm kwam.

Nu waren het geen protestanten die de katholieke heiligenbeelden kort en klein sloegen, maar de roomsen zelf die massaal hun kerken wilden hervormen of zelfs de rug toekeerden. De schuld werd aan de jeugd gegeven, maar, zoals Piet de Rooy schrijft, klagen over de jeugd is meestal een symptoom van diepgaande veranderingen in de samenleving. Dat gold net na de bezetting, toen over gevaarlijke 'verwildering' van de jongeren werd geklaagd en we zien het evenzeer in de late jaren zestig. Met dit verschil dat jongeren niet meer alleen de herauten van een nieuwe tijd waren, maar voortaan ook het publieke leven bepaalden.

En dat leven veranderde in korte tijd nogal. In 1950 dronk de gemiddelde Nederlander 0,9 liter bier; twintig jaar later was dat 57,4 liter. De ontzuiling sloeg het eerst en meest dramatisch toe in katholieke gelederen. Lang dachten we dat Nederland af en klaar was. Iedereen had een koelkast, een televisie en een behoorlijke opleiding. Totdat Pim Fortuyn een aanslag op het poldermodel pleegde. Het moet worden gezegd, voor de geschiedenis van Nederland begon een spannende tijd. Zo spannend dat je je na lezing van Verleden van Nederland afvraagt hoe die zal aflopen. (HANS RENDERS)

Geert Mak, Jan Bank, Gijsbert van Es, Piet de Rooy en René van Stipriaan: Verleden van Nederland
Atlas, 39,95 euro.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden