Column

Vergeet niet te genieten, kind

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag lees je hier haar column uit Het Parool. Vandaag: luister nou maar na je ouwe pa.

Beeld Floris Lok

Net als ik mijn koffer op het bed in de Oostenrijkse hotelkamer laat ploffen, realiseer ik het me. Er is een ramp gebeurd. Een totale mindfuckende, desastreuze ramp. Ik ben mijn oordopjes vergeten. En no way dat ze die in dit boerendorpje verkopen. Daar gaat mijn slaap.

Ik ben er met mijn vader een paar dagen op uit. Zijn bestralingsreeks tegen prostaatkanker zit erop en hij had zin in iets leuks.

Natuurlijk wilde ik meteen mee. Tripjes met mijn vader zijn altijd van een verpletterende eenvoud en gezelligheid. We fietsen, skiën of lopen samen, we kletsen over kleine onderwerpen ('Biertje?' 'Biertje') en grote levenskwesties ('Vergeet niet te genieten kind, voor je het weet is het allemaal voorbij. Luister nou maar naar je ouwe pa.') en we maken grapjes die alleen wij snappen.

Mijn vader heeft maar één minpuntje. Hij snurkt als een Franse buldog met de hik. Het is geen gelijkmatig geluid dat hij produceert, zo'n kalm kabbelsnurkje dat eerder gezellig dan storend klinkt. Nee, hij pruttelt, hij hapert, hij doet een ademhap en net als je denkt: hij blijft erin en je boven hem hangt om mond-op-mondbeademing toe te passen, knalt hij er grommend een nieuwe reutel uit. Ik ben tijdens een vakantie weleens uit wanhoop in het ligbad gaan slapen, zo krankzinnig werd ik.

Tobberig kijk ik om me heen, maar ik zie niets wat ik bij wijze van vervanging in mijn oren kan proppen. Skisokken passen sowieso niet. Wat doet dat gebonk trouwens in mijn hoofd?

Die nacht zijn oordopjes mijn laatste probleem. Klappertandend van de griep maak ik meer geluid dan mijn pa en dat geldt ook voor de rest van de week. Over mindfuck gesproken. Hij heeft kanker maar slalomt stralend voor me de bergen af terwijl ik het daas, bibberend en ­besnot al een hele uitdaging vind om in verticale positie te verkeren.

Maar dan staan we midden op een berg. Ik hoor geraas, de sneeuw schuift, de wereld kantelt, overal is ijs, donkerte, de druk perst mijn longen ineen, maar ik maai met mijn armen door de sneeuwzee. Ik zie alleen nergens mijn vader meer. Overal wit. De lawine heeft hem verzwolgen, mijn vader, mijn vader, mijn vader...

Met een snik schrik ik wakker. Mijn hart beukt tegen mijn ribbenkast, het duurt minuten voor ik begrijp dat het een koortsdroom was. Heel langzaam zink ik terug in mijn kussen. Mijn hand beweegt zich naast me. Het is zo stil. Met mijn vingertoppen raak ik bijna onmerkbaar de haartjes op zijn arm aan. Dan begint de buldog tevreden te brommen.

Wat zeik ik nou? Met mijn oordoppen en griep. We liggen hier samen, mijn vader en ik. Wat kan ik meer willen?

Ik val weer in slaap, deinend op zijn snurkritme. In het geknor hoor ik zijn zinnetjes. Vergeet niet te genieten, kind. Voor je het weet is het allemaal voorbij. Luister nou maar naar je ouwe pa. Vergeet niet te genieten, kind. Vergeet niet te genieten.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden