Plus

Vereniging Ons Suriname viert eeuwfeest met expositie

Gezelligheidsvereniging, opvang voor zeelieden, nationalistisch bolwerk en cultureel centrum: Vereniging Ons Suriname veranderde nogal eens van karakter in de honderd jaar sinds de oprichting. Het land van herkomst was echter altijd dichtbij.

Ernestine Comvalius van het Bijlmer Parktheater Beeld Tammy van Nerum

Er wordt geklust in het gebouw van de Vereniging Ons Suriname aan de Zeeburgerdijk. In de gangen staan steigers om de muren en het plafond van een nieuwe laag verf te voorzien. Voorzitter Vincent Soekra legt zijn roller weg om het bezoek te verwelkomen.

"Wat we zelf kunnen doen, doen we zelf," zegt hij over het onderhoud. "We draaien elk dubbeltje om, maar het is ook een kwestie van principe. Autonomie heeft altijd hoog in het vaandel van de vereniging ­gestaan. Dit gebouw is ons eigendom, en daar zijn we heel zuinig op."

De vereniging maakt zich op voor het eeuwfeest dat volgende week zaterdag in aanwezigheid van burgemeester Femke Halsema wordt gevierd. In de zomer komt er een grote tentoonstelling over de geschiedenis van 'Veronsur', zoals de vereniging in Surinaamse kring wordt genoemd.

Er is al een kleine expositie ingericht, met onder meer een wand vol foto's die een mooi beeld geven van de activiteiten in de afgelopen honderd jaar: veel cultuur, veel feest, veel verzet en veel trots op beroemde landgenoten.

Surinamers verenigen
Op de oudste foto aan de muur staat een groep leden van het eerste uur, statig poserend voor de fotograaf tijdens een uitstapje. In het midden staat een streng kijkende man met een hoed, een snor en een fors postuur.

Dat is Julius Gemmel, ambtenaar van de gemeente en de eerste voorzitter van de Bond van Surinamers, die op 19 januari 1919 werd opgericht. Het doel van de bond was alle Surinamers in Nederland te verenigen. Dat waren er indertijd nog niet heel veel; bij de oprichting had de bond honderd leden en donateurs.

Andere doelstellingen van de bond waren het verspreiden van de kennis over Suriname en het behartigen van het Surinaams belang. Dat werd bepaald serieus genomen: voorzitter Gemmel gaf lezingen aan volle zalen met dia's en platen, die in bruikleen waren gegeven door het Koloniaal Instituut.

Julius Gemmel, in 1919 de oprichter Beeld Tammy van Nerum
Foto's in de expositie Beeld Tammy van Nerum
Kaartje voor Feyenoord-Ajax met de Surinamers Seedorf, Davids, Reiziger, Van Gobbel, Trustfull en Blinker Beeld Tammy van Nerum
De Rode Stier, Surinaams informatieblad Beeld Tammy van Nerum

Toen in 1919 in de Tweede Kamer werd gepleit voor de verkoop van Suriname, schreef de vereniging een boze brief met de boodschap dat 'dergelijke uitlatingen niet bevorderlijk zijn voor een hechten band tussen moederland en kolonie'.

Mondjesmaat ontplooide de vereniging ook enig welzijnswerk. In de jaren veertig spoelden plotseling veel Surinaamse verstekelingen aan in Amsterdam, aanleiding voor het bestuur om de noodklok te luiden.

Niet alleen in het belang van de verstekelingen trouwens, blijkt uit een brief die naar het koloniaal bestuur in Paramaribo werd verstuurd. 'De lust tot generaliseren die hier ten opzichte van alle minderheden ­bestaat, kan regelmatige omgang met de hier bedoelde kringen de naam van de gehele Surinaamse gemeenschap schade toebrengen.'

In 1948 bundelde de Bond van Surinamers de krachten met de Bond van Surinaamse Arbeiders en was de Vereniging Ons Suriname een feit. De vereniging was in die eerste jaren een ­afspiegeling van de koloniale verhoudingen: het bestuur bestond geheel uit conservatieve mensen met een lichte huidskleur en een diepe liefde voor de Nederlandse vlag en cultuur.

Dat veranderde in de jaren vijftig, toen dankzij de invoering van de studiebeurs steeds meer Surinaamse studenten in Nederland neerstreken, vervuld van progressieve dadendrang.

Nieuwe generatie
In 1951 kwam het tot een wisseling van de wacht. Het oude bestuur werd met een motie van wantrouwen heengezonden en een nieuwe generatie nam de vereniging over. Met bestuursleden als Eddy Bruma, Jules Sedney en Otto Huiswoud waaide de wind plotseling uit een heel andere hoek.

De voormalige gezelligheidsvereniging werd al snel het hoofdkwartier van een linkse, anti-koloniale groepering die streefde naar een onafhankelijk en zelfverzekerd Suriname naar het voorbeeld van steeds meer voormalige kolonies in de regio.

Ons Suriname werkte nauw samen met Wie Eegie Sanie, de culturele vereniging die onder aanvoering van dezelfde Bruma in het voor­malige Paleis voor Volksvlijt samenkwam om een route naar onafhankelijkheid uit te stippelen.

Het is niet overdreven om te stellen dat het proces van Surinaams zelfbewustzijn mede vanuit Amsterdam werd aangedreven. Terwijl in Suriname schoolkinderen nog streng werden bestraft voor het spreken van het zogenoemde negerengels, organiseerde Wie Eegie Sanie al bijeenkomsten waar het Sranantongo de voertaal was.

Echtpaar Huiswoud Beeld Tammy van Nerum
Sinterklaasje, kom maar binnen zonder knecht, een boek uit 1998 Beeld Tammy van Nerum
Surinaamse post Beeld Tammy van Nerum
Voetballer Humphrey Mijnals, die in 1960 als eerste Surinamer debuteerde in Oranje Beeld Tammy van Nerum

Het grote ideaal van een gedekoloniseerd Suriname werd bereikt met de onafhankelijkheid in 1975. Veronsur gooide het roer nogmaals om. De massale overkomst van Surinamers in de aanloop naar de onafhankelijkheid, maakte dat de vereniging zich nog meer dan voorheen ging ­bekommeren om het lot van de nieuwkomers.

Op de fotomuur in het verenigingsgebouw getuigen de foto's van een grote actiebereidheid. Demonstraties met spandoeken, bezettingen van overheidsgebouwen, gesprekken met wethouders: nu draaide alles om de emancipatie van de Surinamers in Nederland.

Voorzitter Vincent Soekra meldde zich als student in de jaren tachtig bij de vereniging, een periode waarin de gebeurtenissen in Suriname weer alle aandacht opeisten. De staatsgreep van 1980 en de moorden van 1982 veroorzaakten een scheiding der geesten, herinnert hij zich.

"De militaire coup viel binnen de vereniging in goede aarde, maar de Decembermoorden waren een nekslag. Die leidden tot een heftige botsing tussen groepen. Het gevolg was dat hier gebeurde wat op veel plekken gebeurde: er werd niet meer over politiek gesproken."

Culturele ambassade
De voorbij decennia was Ons Suriname vooral een culturele ambassade van het Zuid-Amerikaanse land. Surinaamse kunstenaars en schrijvers kregen ruim baan, nieuwe boeken worden er steevast ten doop gehouden.

In 1994 werd het gebouw aan de Zeeburgerdijk overgenomen van de gemeente voor het symbolische bedrag van een gulden. Soekra noemt de naam van bestuurder Delano Veira. "Hij heeft de vereniging door een moeilijke tijd heen gesleept. Er werd bezuinigd op de subsidie en het ledenbestand vergrijsde. Delano heeft ervoor gezorgd dat de vereniging is blijven ademen en nieuwe perspectieven heeft gekregen."

Voor die nieuwe impulsen zorgen onder meer Mitchell Esajas, Jessica de Abreu, Miguel en ­Thiemo Heilbron die met The Black Archives enkele jaren terug hun intrek namen bij Veronsur.

Nieuwe generatie
Zij namen ook het archief van de vereniging onder hun hoede, wat vorig jaar al leidde tot een fraaie expositie over het leven en werk van de internationale revolutionairen Otto en Hermina Huiswoud. Om de geschiedenis van Ons Suriname in kaart te brengen, reisden de makers het afgelopen jaar naar Suriname en de Antillen om een aantal vooraanstaande leden van vroeger te interviewen.

Het is mooi, zegt voorzitter Soekra, dat een nieuwe generatie de taak op zich heeft genomen om de archieven van Veronsur te ordenen en ontsluiten. "Dit is historische grond," zegt hij rondwijzend.

"Er ligt hier ontzettend veel zwarte geschiedenis. Van de eerste Surinamers die naar Amsterdam kwamen tot de grote groep die in de jaren zeventig in Paramaribo op het vliegtuig stapte. Het is belangrijk die geschiedenis vast te leggen nu er nog mensen zijn, die de verhalen uit de eerste hand kunnen vertellen."

Norma Alberg, die in 1977 de eerste metro bestuurde Beeld Tammy van Nerum

Slavernijmuseum

De Vereniging Ons Suriname en The Black Archives hebben een plan in­gediend voor het slavernijmuseum dat in Amsterdam moet komen. Komende week wordt bekend welke ­inzendingen als het kansrijkst worden beschouwd. De winnaars krijgen 100.000 euro om de plannen uit te werken. "Spannend," zeggen Vincent Soekra en Mitchell Esajas over de ­naderende ontknoping.

Mitchell: "We kennen de andere inzendingen natuurlijk niet, maar ik denk dat we goede papieren hebben. Wij hebben ingezet op een museum voor zowel mensen met belangstelling voor het slavernijverleden als voor gevorderden." Soekra: "Een groot voordeel is dat wij een gebouw in de aanbieding hebben. Er is hier ruimte voor zowel een permanente tentoonstelling als een onderzoekscentrum. Daarnaast kunnen hier presentaties en debatten worden gehouden."

Mitchell wijst op de historische betekenis van de plek. "De vereniging organiseerde in de jaren veertig van de vorige eeuw al een jaarlijkse mars door de stad om de afschaffing van de slavernij te herdenken. Ook dat weten maar weinig mensen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden