Opinie

'Verbied die overbodige voertuigen'

Het centrum van Amsterdam snakt naar een deltaplan voor de openbare ruimte, stelt de Amsterdamse politicoloog en jurist Arthur Claassen.

Toeristen met een fiets op de Dam. De grote aantallen toeristen en dagjesmensen staan op de eerste plaats van grootste ergernissen van Amsterdammers. Beeld anp

In deze krant zijn de laatste tijd veel artikelen verschenen over de drukte in het centrum van Amsterdam. Amsterdammers wijzen vaak met de beschuldigende vinger naar de toeristen. En dat is logisch. Toeristen hinderen niet zelden het verkeer en zorgen regelmatig voor overlast. Er is bovendien geen stad in de wereld waar toeristen bijdragen aan een leukere of authentiekere sfeer. Liever minder dan meer dus.

Maar hoe logisch ook, het is niet helemaal terecht. Drukte maken we - per definitie - met z'n allen. Je kunt een ander de drukte niet verwijten als je er zelf onderdeel van bent. Het zijn niet alleen de toeristen; iederéén lijkt tegenwoordig wel iets van het centrum te willen.

Hoe druk ís het eigenlijk? Volgens cijfers uit 2012 zijn er elke dag ongeveer tweehonderdduizend mensen in het centrum aanwezig. Dat zijn de 85.000 centrumbewoners en 35.000 toeristen en dagjesmensen. De rest is forens of student van buiten Amsterdam of Amsterdammer uit andere stadsdelen. Ons leven speelt zich daarbij in toenemende mate buiten af: op straat, op terrassen en in parken. En hoe meer mensen, hoe minder discipline, hoe viezer de openbare ruimte wordt.

Deltaplan
Als je het niet zoekt in het terugdringen van het aantal mensen, dan blijft alleen de openbare ruimte over. Het is simpel: hoe meer mensen aanwezig zijn in de openbare ruimte, hoe leger en soberder je die wilt inrichten. Balans is het sleutelbegrip.

Nu doet het centrum vaak denken aan een woonkamer waarin te veel meubels gepropt zijn voor het aantal mensen dat er moet verblijven. Dat leeft niet prettig. Amsterdam zal hierin een nieuwe slag moeten maken. De stad heeft daarmee geen toeristisch deltaplan nodig (zoals Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes eerder opperde), maar een deltaplan voor de openbare ruimte.

Er kan in dat verband aan een aantal knoppen worden gedraaid. De eerste is die van de inrichting van de openbare ruimte. Geen enkel privé-bezit neemt op dit moment zo veel publieke ruimte in als de geparkeerde auto. Hef daarom gefaseerd de parkeerplaatsen op de grachten op. Daar zijn de rijbaan en het trottoir het smalst en wordt de doorstroming het meest door de auto's belemmerd. Bovendien is de grachtengordel het mooiste gedeelte van onze stad. Zonde om er vijftienduizend geparkeerde auto's in te zetten. Dat levert een ruimtewinst op van ongeveer honderdvijftigduizend vierkante meter (vergelijkbaar met twintig voetbalvelden). Gebruik die ruimte voor een extra bankje of fietsenrek, maar houd de nieuw gewonnen ruimte met name open.

Fietsverhuur
De tweede knop heeft betrekking op de wijze waarop we ons verplaatsen door de openbare ruimte. Verbied touringcars en hop-on-hop-offbussen: ze zijn groot, lelijk en geven overlast rond de haltes. Verbied koetstaxi's en fietstaxi's: ze nemen onevenredig veel ruimte in beslag en hinderen daarmee het overige verkeer. Stop de massale fietsverhuur aan toeristen: ontzettend leuk om Amsterdam per fiets te verkennen, maar toeristen zijn niet gewend aan ons verkeer en hinderen de doorstroming.

Verbied bierfietsen en waterfietsen (en de toekomstige bierwaterfietsen): ze hinderen het verkeer en doen denken aan een pretpark. En verbied partyboten: waarom moet een hele gracht meegenieten van de geluidsoverlast van enkelen? Waarom spreken we niet af dat we ons op de rijbaan in het centrum alleen verplaatsen per fiets, scooter of auto? Dat is simpel en overzichtelijk. De doorstroming wordt beter en het verkeer veiliger.

Vergunning feesten
De derde knop regelt wat we doen in de openbare ruimte. De afgelopen jaren is het aantal evenementen en festivals in het centrum geëxplodeerd. Wonen in het centrum is soms alsof je buurman elke avond een feestje geeft. Los van elkaar allemaal sympathieke initiatieven, maar bij elkaar veroorzaken ze één grote amusementsterreur. Het is gewoon te veel van het goede geworden. Laten we afspreken: in principe geen vergunning, tenzij het evenement kwalitatief echt wat toevoegt aan het leven in de stad.

Het is onvermijdelijk dat de gemeente in de toekomst grenzen stelt. Het is gewoon te druk voor ieders wensen. Door genoemde maatregelen kunnen we Amsterdam weer gaan ervaren als een niet te volle stad. Daarmee wordt Amsterdam iets minder die vrijgevochten stad waar alles kan en mag. Het centrum gaat niet aan zijn eigen succes ten onder, maar verandert mee met de problemen van deze tijd.

Het is aan Amsterdammers om de drukte te accepteren of te ontvluchten. Maar het is de taak van de gemeente om de openbare ruimte te beheren. Tot op heden heeft de gemeente aan geen enkele knop willen draaien. Dus gemeentebestuur: ga keuzes maken. Maak van Amsterdam niet een pretpark, maar een stijlvolle wereldstad. De kleinste én mooiste metropool ter wereld.

Arthur Claassen: politicoloog, jurist en Amsterdammer Beeld Eigen foto
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden