Plus Een nieuw begin

Veem Huis voor Performance kiest voor kwaliteit door minder voorstellingen

Onder leiding van Anne Breure gaat het Veem Huis voor Performance (voorheen Veem Theater) nog slechts honderd dagen per jaar open. 'Wij verkiezen kwaliteit boven kwantiteit.'

Anne Breure: 'Het begint ermee dat we kunstenaars betalen zoals wij vinden dat ze betaald moeten worden' Beeld Marc Driessen

Anne Breure (1988) is ruim twee jaar artistiek directeur van het Veem Huis voor Performance (voorheen Veem Theater), de ontwikkel- en productieplek voor dans- en performancetalent aan de Van Diemenstraat.

In die tijd kreeg het Veem Huis een prachtige beoordeling van het Amsterdams Fonds voor de Kunst, met erkenning voor de ­artistieke koers, de werkmethode én voor haar persoonlijk. Maar de subsidie bleef op hetzelfde niveau: 180.000 euro op jaarbasis.

100 Dagen Huis
"We zijn niet gaan klagen dat het te weinig was, we hebben de consequentie getrokken dat we een '100 Dagen Huis' worden. We zijn er honderd dagen. En 265 dagen niet. En dat vier jaar lang."

Haar plan werd zowel binnen als buiten de sector enthousiast ontvangen, maar zorgde ook voor menige opgetrokken wenkbrauw of dit wel kon.

"Iemand vergeleek het met het kopen van een brood: je krijgt twee euro voor een heel brood en jij geeft maar een derde. Dat kan toch niet?! Ik zie het anders: voor die twee euro had ik een smaakloos fabriekscasino wit kunnen geven, maar als ze bij mij komen, rekenen ze op zelfgebakken notenbrood. Dát is de kwaliteit die er van ons wordt verwacht. Dát is de kwaliteit die ik wil leveren. Dat of niets."

"Wij verkiezen kwaliteit boven kwantiteit. En stoppen was ­eigenlijk geen optie. Als het Veem er niet meer zou zijn, waarheen zou ik die talenten dan moeten doorverwijzen? Dan moet je naar Brussel of Berlijn - we hebben een enorme verantwoordelijkheid. Wij zijn de plek waar kunstenaars ­beginnen; bij ons gebeuren nieuwe, onverwachte, radicale en spraakmakende dingen."

Iets scherpere keuzes
'Iets scherpere keuzes maken en dan kunnen jullie zo door,' meende het Fonds. Breure dacht daar anders over. "Dat hebben we in de culturele sector al lang gedaan."

"Een paar jaar geleden vond de VVD-fractie dat we onze excuses moesten aanbieden aan Halbe Zijlstra, want wij hadden van die gekke marsen georganiseerd ten tijde van de bezuinigingen, maar we deden het nu beter dan ooit, we presteerden als nooit tevoren; meer bezoekers, meer voorstellingen... Later volgde het SER-rapport over de werksituatie in de cultuursector, dat liet zien wie de rekening betaalt - is het niet in geld, dan is het in het inleveren van uren."

"We hadden ervoor kunnen kiezen de productiebudgetten nóg verder te verkleinen, het aantal aanstellingen nog verder te verlagen, maar voor mij was het helder dat we zo niet door konden gaan. Er zijn genoeg kunstenaars en medewerkers die desnoods voor niets willen werken, maar dan ­nemen we hen, het publiek én onszelf niet ­serieus."

De juiste voorwaarden
Als je met ons werkt, dan wel op de juiste voorwaarden, wil Breure maar zeggen. "We zijn er pas weer vanaf september, en dan honderd dagen aaneengesloten. In die honderd dagen leveren we kwaliteit. En dat begint ermee dat we de kunstenaars en cultuurwerkers betalen zoals wij vinden dat ze betaald moeten worden en dat er productiebudget is."

"Er zijn mensen - vooral buiten de culturele sector - die zeggen: dat is toch een voor de hand liggende beslissing? Je krijgt maar een derde van het geld dat je nodig hebt, dus je doet een derde. En toch is dat niet zo. Of beter: deze beslissing wordt nog weinig genomen."

"Eigenlijk past dit radicale plan heel goed bij ons. Want wat we ook doen, of het nu een voorstelling, discussie of boekpresentatie is, we plaatsen bijna altijd vraag­tekens bij de gegeven maatschappelijke orde, maar als het onze eigen kunstsector ­betreft, gebeurt dat nog niet vaak."

Sinds 21 december weet Breure dat ze haar plannen mag gaan uitvoeren. "We hebben nu vooral veel vragen en we gebruiken het '100 Dagen Huis' om met die vragen bezig te zijn. We denken fundamenteel na over de ruimte die theater in deze tijd is en kan zijn. Hoe geven we die ruimte vorm? Hoe ziet de tribune eruit en waar staat die?"

Des Veems
"Kunstenaars, een architectencollectief en een scenograaf zullen met ons meedenken over de ruimte en over hoe het publiek zich in die ruimte beweegt. Hoe kan de drempel nog lager worden? We nemen niets als vanzelfsprekend aan; we denken na over alles, ook hoe laat de performances moeten beginnen. Waarom is dat altijd om acht uur? Voor sommige voorstellingen is tien uur veel beter."

"We zijn dicht, maar het zou niet des Veems zijn als we de middelen die we hebben niet zouden inzetten. Onze ruimtes blijven bijvoorbeeld ­beschikbaar als werk- en montageplek voor ­makers. Maar het publiek merkt er niets van. We zijn er niet. Dat doet pijn. Maar alles wat we nu publiek zouden doen, kost energie, middelen of uren die ik nodig heb om het 100 Dagen Huis te realiseren en ervoor te zorgen dat er een einde komt aan deze noodsituatie. Want honderd dagen is geen einddoel. We willen weer 365 dagen open, maar alleen onder de juiste voorwaarden."

"We hebben als kunstsector op veel plekken jarenlang verhuld dat er nauwelijks continuïteit was voor onze organisaties en de makers, maar dat doen we niet meer. Om kwaliteit te borgen moet je trouw zijn aan die kwaliteit."

Dit is de tweede aflevering van een serie over Amsterdamse culturele instellingen die het dit jaar door (goede of slechte) omstandigheden heel anders willen aanpakken.

Lees ook de eerste aflevering: 2017 moet hét jaar van de kleinkunst gaan worden [+]

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden