Plus

'Veel van het plastic afval komt uit de stad'

Grijparmen die in het Noordzeekanaal plastic afval wegvangen voordat het naar zee stroomt. Is dat nou de manier om de Amsterdamse bijdrage aan de 'plasticsoep' terug te dringen?

Zwerfvuil in een Amsterdamse gracht. 'Als er iets in waait komt het er niet meer uit' Beeld Thomas Schlijper

Rotterdam heeft ze al: grote fuiken vangen daar het plastic afval uit de rivier voordat het bij Hoek van Holland in zee belandt. Op drie plekken langs de Nieuwe Maas zijn vorige maand winningsstations neergezet waar de door de stroming aangevoerde rommel als vanzelf door een grijparm wordt opgesloten langs de kade. Samen kunnen ze per jaar tien tot twintig ton plastic uit het water halen.

Althans, dat is de bedoeling. Vooralsnog loopt het niet zo'n vaart. De initiatiefnemers zijn nog druk aan het sleutelen aan de 'terugslagklep', vertelt Ramon Knoester. Als het getij keert van eb naar vloed verandert ook de stroming van de rivier, waardoor eenmaal gevangen plastic weer wegzwemt uit de fuik. Over twee weken zal het euvel verholpen zijn, verwacht Knoester.

Hergebruik
Van het plastic maken de Rotterdammers een soort drijvende bloembakken. Samen vormen ze daarmee één 'recycled park'. Dat wordt dan weer een toonbeeld van wat mogelijk is als plastic netjes wordt hergebruikt - nog een reden om te voorkomen dat het oplost en als microdeeltjes terugkomt in de voedselketen of eindigt in de zich over duizenden kilometers uitstrekkende 'plasticsoep' op de Stille Oceaan.

Met de uitwerking van het in Londen afgekeken idee zijn de Rotterdammers al jaren bezig. Daar is dan ook een flink deel van de kosten, twee ton, in gaan zitten. Maar als ze het eenmaal in de ­vingers hebben, willen ze naar acht winningsplatforms. Ze willen Amsterdam daar dan ook graag mee helpen, zegt Knoester. De eerste contacten zijn al gelegd.

Winningsplatforms
Want de Partij voor de Dieren in de Amsterdamse gemeenteraad ziet het al helemaal voor zich. Ook in de Amsterdamse wateren moeten geschikte plekken te vinden zijn voor zulke winningsplatforms, schrijft raadslid Johnas van Lammeren in een voorstel om de mogelijkheden te onderzoeken.

Hij denkt aan de haven en de zeesluis bij IJmuiden. "Ik vaar regelmatig en het is echt niet normaal wat je tegenkomt," zegt Van Lammeren. "Veel van het afval komt uit de stad, daar hebben wij een verantwoordelijkheid."

Niemand die kan zeggen hoeveel plastic vanuit Amsterdam naar zee vloeit, al is dat in Rotterdam niet anders. Waternet vist per werkdag 3500 kilo rommel uit het Amsterdamse oppervlaktewater, maar dat is een mix van hout, plastic, ­textiel en ander afval. Met onder meer gemeente en haven zijn ­verder grote opruimacties na ­evenementen, extra watertappunten en duurzame waterflessen voor toeristen afgesproken.

Vrijwilligers van Plastic Whale ruimen in de grachten het afval op dat door de feestvierders van de Canal Parade werd achtergelaten Beeld ANP

"Ons idee is wel dat we het grootste deel uit het water halen, maar we weten niet om hoeveel het gaat," zegt Maarten Ouboter, bij Waternet verantwoordelijk voor de waterkwaliteit.

Een proef met winningsstations langs het Noordzeekanaal zou daar meer duidelijkheid over kunnen geven. Het vele water in de stad is immers een vergaarbak voor van alles en nog wat. En drijvend onder water is het onzichtbaar voor Waternet.

"Ik zie eigenlijk nooit iemand bewust iets in het water gooien, maar als het erin waait kleeft het aan het water en komt het er niet meer uit."

En in theorie klopt het: uiteindelijk eindigt Amsterdams bij IJmuiden in zee. "Is het één keer op het IJ dan drijft het onverwijld naar zee." De stroming is minder dan in Rotterdam, maar sterk genoeg. "Daarvoor hoeft het zelfs niet te regenen."

Dat de IJmond, anders dan de Nieuwe Waterweg bij Rotterdam, afgesloten is met een sluis, maakt geen verschil. Via het gemaal of grote spuikokers stroomt het plastic gewoon door, weet Ouboter.

Ook de Plastic Soup Foundation is enthousiast. "Alle beetjes helpen, ook voor de bewustwording van dit probleem," stelt programmamanager Jeroen Dagevos. Want dat is veel ­breder en strekt zich uit tot in water oplossende microplastics die worden verwerkt in cosmetica en kleding.

In het algemeen gesproken is voorkomen beter dan genezen, volgens de zes jaar geleden aan een Amsterdamse keukentafel begonnen organisatie tegen plasticvervuiling die deze week een eenmalige subsidie van zes ton kreeg van de Postcode Loterij.

3500

Waternet vist per werkdag 3500 kilo rommel uit het Amsterdamse oppervlaktewater, maar dat is een mix van hout, plastic, ­textiel en ander afval.

"Ons credo is: stop het plastic bij de bron. Toen we bij Sail een supermarkt nabouwden van ­afval uit het IJ, bestond maar 0,4 procent uit ­anderhalveliterflessen. Statiegeld helpt, dus voer het ook in voor kleine flesjes en blikjes. In Duitsland zie je ze daarom bijna niet in het zwerfvuil."

Logisch vervolg
Toch is Plastic Soup Foundation benieuwd naar de winningsstations langs het Noordzeekanaal. Daarmee laat zich des te beter vaststellen waar het Amsterdamse plastic vandaan komt.

Ook de Partij voor de Dieren hoopt op een proef. "Ik zeg niet: dit is de oplossing voor alles, maar we moeten het onderzoeken," zegt Van Lammeren.

Hij ziet het als een logisch vervolg op maatregelen tegen de vervuiling door plastic tasjes, ballonnen en kunstgraskorrels die zijn partij eerder op de kaart heeft gezet. "Het is de laatste kans om plastic tegen te houden voor het in de Noordzee komt."

Maarten Ouboter is bij Waternet verantwoordelijk voor de waterkwaliteit in Amsterdam, ook van het oppervlaktewater.

The Ocean Cleanup

Vis eet hij al niet meer, vertelde Boyan Slat deze week toen hij in Amsterdam te gast was bij de Climate College Tour, een reeks interviews met milieubeschermers in The Student Hotel.

Als initiatiefnemer van The Ocean Cleanup, het plan om met een kilometerslang scherm plastic uit de oceaan te vissen, weet hij immers als geen ander hoe groot de vervuiling is. Dat plastic op volle zee uiteenvalt in microdeeltjes die de voedselketen vergiftigen, heeft bij hem de eetlust wel weggenomen.

Het is snel gegaan met Slat sinds hij zich als scholier voor zijn profielwerkstuk ging ­verdiepen in de vervuiling door plastic. Waar toen alles in het teken stond van voorkomen dat het erger wordt, kwam Slat als Delftse student lucht- en ruimtevaartechniek met het voorstel de 'plasticsoep' te concentreren op één plek, om de rommel daar uit de oceaan te vissen.

Nu is hij 22 en geeft hij bij The Ocean Cleanup leiding aan zo'n zestig man, vooral techneuten. Wat hem ­betreft is het dan ook meer een 'tech-start-up' dan een natuurbeschermingsorganisatie.

Nog dit jaar willen ze hun 'proof of concept' presenteren, in klein formaat, hoe gek dat ook klinkt voor een scherm van twee kilometer.

Ook Slat zegt: voorkomen is beter dan genezen. Het beperken van de aanvoer van nieuwe rommel kan erger ­voorkomen, vooral vanuit Azië, dat Europa en Noord-Amerika ­inmiddels wel gepasseerd is als bron voor de plasticsoep.

De gedachte om drijvend afval tegen te houden in rivierdelta's spreekt hem wel aan, maar op de in Rotterdam ontwikkelde methode met de fuiken heeft hij nog wel wat aan te merken, zegt hij na afloop in The Student Hotel. "We werken er nog niet aan, maar we hebben er wel ideeën over. Ik denk dat het beter kan. Laten ze ons maar eens bellen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden