Veel blije gezichten op My City Boedapest

Dag 2: Een oudere man staat onrustig tegen een pilaar in de Oude Zaal van de Melkweg. Hij leunt, steekt zijn handen in zijn zij, kijk verveelt en loopt een rondje. De tweede avond van het festival My City Boedapest komt maar langzaam opgang.

Rond acht uur staan er nog geen twintig man in de zaal. Het publiek blijft aan de zijkant en vermijdt het podium waar dj Sanyi en vj Lee Unflyable onder de naam Budapest Retro muziek laten horen en beelden tonen van het Boedapest uit de jaren zestig en zeventig. Peter de Goede, financieel directeur van het aan de overkant gelegen Sugar Factory is komen kijken. Maar niet speciaal voor deze act.

''Het is interessant om erachter te komen waar deze groep heen wil met hun muziek. Dat weet ik nog niet.'' De dj en vj lijken vrijwel niemand te interesseren. De oudere man loopt nog steeds nerveus heen en weer. Op het balkon zit een jongen eenzaam een joint te roken terwijl de rustige klanken van dj Sanyi door de zaal klinken. Weet Peter de Goede ondertussen al wat de dj wil met de muziek? ''Het zijn mooie klanken, maar niet dat ik er iets bij voel. En dat hoort wel. Ik irriteer me er niet aan. Dat is ook heel belangrijk.''

''Met muziek, maar ook met theater breng je mensen dichter bij elkaar'', vertelt De Goede verder. ''Je moet emotie oproepen, zodat mensen met elkaar gaan praten. Samen de muziek ontdekken, waardoor je elkaar leert kennen.'' Steeds meer mensen vinden hun weg naar de Oude Zaal, de openingsact trekt in de laatste paar minuten zo'n veertig man. ''Jammer, maar het wordt nog wel drukker.''

Waar iedereen opeens vandaan komt, is een raadsel. Maar als Irie Maffia begint, is het in één keer druk. De oudere man: pantalon, overhemd, grijze lange haren, heeft hier op gewacht. Hij gooit zijn handen in de lucht en begint te dansen. Naast hem beweegt een groep meiden van rond de vijfentwintig uitbundig met hem mee.

De band wisselt enorm snel tussen verschillende genres. ''Who likes funk?'' roept de rapper, voordat iemand antwoord heeft kunnen geven, verandert het jazz geluid al in funk. De artiesten zijn duizendpoten, de muziekstijl neemt even snel een andere gedaante aan van reggae naar rock en van hiphop naar jazz. Het optreden is weergaloos, zeker als je bedenkt dat de band pas drie jaar bij elkaar is.

Irie Maffia heeft het publiek op haar hand, van jong tot oud, iedereen danst mee. Onwennig gaan een paar handen in de lucht. Zei iemand dat, dat de bedoeling was in het Hongaars? Een teken dat de zaal op deze avond goed gevuld is met Nederlanders, de uitwisseling van cultuur is duidelijk gelukt. Drummer Dési Tamás, artiestennaam Monsieur Büdoá schreeuwt daarom in het Engels dat de handen omhoog mogen.
Als rapper Busa István (Papa Diamont) begint, slaan de oren van bezoeker Jim Pelt dicht. ''Hiphop is niet zo mooi. De diversiteit is wel heel goed. Wat ik van de avond vind? De hoofdact moet nog komen hé.'' Als het laatste nummer gespeeld is, klinkt er geroep om meer. 'Irie, Irie, Irie,' En jawel, de band komt nog terug voor een allerlaatste nummer.

De Amsterdam Klezmer Band vult kort daarna alweer de zaal. Het publiek krijgen ze niet met elk nummer helemaal mee. De oudere man blijft zitten. ''Ik vond de vorige band beter''. De band speelt snelle muziek die opbouwt naar een lichte climax. Het doet denken aan een clown in een circuspiste, die achterna wordt gezeten door zijn eigen staart. Het publiek vindt het fantastisch en springt vrolijk op en neer. Dat er een goede stemming heerst, valt ook altsaxofonist en zanger/rapper van de band, Job Chajes op. ''Ik heb hier al heel vaak opgetreden, maar nog nooit zoveel blije gezichten gezien!''

Niet veel later gaat Chajes over op zijn rap. ''Hou toch op'', verzucht een meisje op het balkon. De Yes-R imitatie komt niet helemaal uit de verf, het grote publiek maalt er niet om. Bij de solo's verslapt de aandacht en neemt het rumoer in de zaal toe. Op het moment dat Alec Kopyt naar voren treedt om te zingen, praten de mensen minder en dansen ze meer. Kopyt is netjes gekleed en houdt zijn handen naast het lichaam. Een tegenpool van de swingende Dagadu Sena. Het repertoire van de band gaat verder dan Amsterdam en Bulgarije maar doet bijvoorbeeld ook Turkije en Italië aan. Reizen is niet meer nodig, de Amsterdam Klezmer Band neemt je mee de wereld over.

Rond half één wordt het podium omgebouwd voor Goulash Exotica. Ook deze groep wisselt gemakkelijk tussen klassieke Hongaarse tonen en rock. De band heeft twee dj's, een accordeon, jew's-Harp, een percussionist, een contrabasspeler en een violist. Het is de combinatie die zorgt voor een uniek geluid dat vooral in Midden en Oost-Europa een groot succes is. De oudere man schuift nog wat met zijn voeten en steekt nog af en toe een hand de lucht in.

Het festival My City Boedapest, een culturele uitwisseling tussen twee steden, duurt tot en met vanavond. Naast optredens van Hongaarse en Amsterdamse bands in de Melkweg, de Sugarfactory en het Concertgebouw, staat het festival in het teken van films en lezingen. Meer informatie (programma en kaartverkoop): www.melkweg.nl. (RIK BURGER)

Bekijk hier een compilatie van de optredens

De Amsterdam Klezmer Band in de Oude Zaal van de Melkweg. Foto Thom Puiman Beeld
De Amsterdam Klezmer Band in de Oude Zaal van de Melkweg. Foto Thom Puiman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden