Plus

Vastgoedman Max Abram: 'Het is leuk om anderen te slim af te zijn'

Van Joods onderduikertje tot vermogend vastgoedman. Max Abram (81) richtte M&S-mode op, verkocht het en kocht onlangs voor dertig miljoen euro vastgoed. 'Ik kan heel goed hoofdrekenen.'

Max Abram: 'Al die Joodse jonge­tjes die uit de oorlog kwamen, die knokten tegen elkaar in de textielbranche.' Beeld Menno Ringnalda

Het heeft toch iets van genoegdoening - een soort revanche. Dat Max Abram - ooit een Joods onderduikertje in het Friese Scharnegoutum, nu vermogend vastgoedbelegger - uitgerekend op de plek woont waar de villa stond van Florrie, de weduwe van het NSB-kopstuk Meinoud Rost van Tonningen. In de J.J. Viottastraat in de Amsterdamse Apollobuurt. Er staan nu twee met marmer beklede kolossen, ontworpen door architect Pieter Zaanen. In de ene woont en werkt Abram, de andere verhuurt hij.

Als we de imposante voordeur en de beveiligde hal zijn gepasseerd, verhaalt hij in zijn kantoor over zijn bewogen leven. In 1941, toen in februari de eerste grote razzia in Amsterdam was, de start van de Jodenvervolging in Nederland, besloten Abraham en Hadasse Abram met hun zesjarig zoontje Max en dochter Hanna (Ans) naar Baarn te verhuizen. Het zou er vast veiliger zijn. "Dat was natuurlijk niet zo," zegt Max Abram. "Wij moesten daar ook onderduiken."

Bakkerij
Het gezin viel uit elkaar. "Mijn ouders bleven samen, mijn zus en ik gingen ieder naar een ander adres. Ik zat in Baarn. Hanna ging met haar schooljuf mee, mijn vader en moeder naar een boerderij." Toen de Duitsers daar een inval deden, rende Abraham de schuilplaats in maar liep Hadasse de verkeerde kant op, de vijand in de armen. Zij belandde in het kamp Fal Liebau, waar ze in 1944 is overleden. "Ze is niet vergast, dat deden ze daar niet."

Max Abram heeft op tien plekken ondergedoken gezeten, in het hele land. Uiteindelijk kwam hij in 1943 in Scharnegoutum terecht. "Bij bakker Abma. Ik was 'gewoon' een evacué, niet een onderduiker. Ik heette daar Jan Dekker en kon weer naar school. Ik heb er in anderhalf jaar klas 2, 3, 4 en 5 gedaan."

Hij groeide op met Hilbrand en Aagje, de kinderen van de bakker. "Aagje was maar een paar jaar jonger dan ik. Zij is 16 augustus vorig jaar overleden. Hilbrand woont in Jubbega. We hebben altijd contact gehouden."

Kindertehuis
Abram hielp mee in de bakkerij, ging de boer op om brood te verkopen en leerde vloeiend Fries spreken. "Mar ik brûk it noait mear, hear."
Na de oorlog zocht Abram contact met zijn ouders. Toen bleek dat zijn moeder was overleden en dat zijn vader een andere vrouw had. Meest schrijnende: Max en Hanna waren niet welkom in het nieuwe gezin van zijn vader. Ze belandden in kindertehuizen, zoals zo veel Joodse kinderen die de oorlog hadden overleefd en er alleen voor stonden.

Hanna vertrok al snel naar een kibboets in Israël. Max Abram bleef in Nederland. Afgewezen worden door je vader, die je ook nog eens een aantal jaren niet hebt gezien - dat zal vast verschrikkelijk zijn geweest? "Mijn zus kon zijn nieuwe relatie niet verkroppen, ik had er geen last van. Hij leefde met haar en ze was goed voor hem. Toen hij later ziek werd en verpleegd moest worden, heb ik dat ook betaald."

Max Abram

Geboren 20 november 1934 in Amsterdam
Opleiding eerste klas basisschool in Baarn, klas 2 tot en met 5 in Scharnegoutum, klas 6 in Amsterdam, één jaar hbs in Apeldoorn, middenstandsdiploma in Sneek, textielbrevetten, privélessen economie
Werk onder andere bakkersknecht, tuinman, timmerman, marktkoopman in stoffen, oprichter Mantelspecialist, later M&S Mode, Blycolin wasserij en linnenverhuur
Privé gescheiden, vader van twee kinderen, latrelatie
Vermogen Abram staat op nummer 106 in de Quotelijst, met een geschat vermogen van 175 miljoen euro

Dat is echter geen antwoord op de vraag. "Je mocht één keer per maand naar huis als je in het kindertehuis zat. Dat was een keer op mijn verjaardag. Die was mijn vader vergeten. Toen ik het hem zei, kreeg ik een pakje sigaretten. De andere kinderen vroegen: 'Wat heb je gekregen?' Dat pakje sigaretten dus. Ja, dat was wel heel verdrietig."

Textiel
Hij deed de zesde klas in Amsterdam. Probeerde daarna de hbs, maar dat lukte niet. "Ik had te veel gemist op de lagere school." De meeste Joodse oorlogswezen vertrokken naar een kibboets. "Ik ging van het ene kindertehuis naar het andere. Santpoort, Gouda, Bussum, 's-Graveland. Ik werkte als tuinman, wilde bakker worden, maar er waren al genoeg bakkers in Israël. En timmerman lukte ook niet. Maar ik wilde werken, snap je. En niet in een kibboets waar iedereen evenveel verdient, of hij nou hard werkt of niet."

Abram keerde terug naar bakker Abma. "Ik ben bakkersknecht geworden, heb mijn middenstandsdiploma gehaald en later nog een paar textielbrevetten." Uiteindelijk belandde hij in de textiel. Zoals zijn vader - en heel veel andere Joden. "En al die Joodse jongetjes die uit de oorlog kwamen, die knokten tegen elkaar."

Zijn vader had voor de oorlog op de Albert Cuyp een handeltje in kousen en sokken. Na de oorlog opende hij een winkeltje op de Albert Cuyp en Max ging helpen. Ze verkochten jassen en ze begonnen een confectieatelier, waar mantels werden gemaakt voor C&A en V&D.

Max Abram begon op zijn achttiende voor zichzelf, met een 'beperkte handlichting van de kantonrechter' omdat hij nog geen 21 was. Hij handelde in sjaaltjes, stoffen en knopen. "Ik kocht knopen uit een failliete winkel, bakfietsen vol." Triomfantelijk: "Daar heb ik 20.000 procent winst op gemaakt."

Toen hij 27 was, begon hij zijn eerste winkel. "In de Jordaan, het pandje kostte 16.500 gulden. Ik kon geen knoop aannaaien, maar kocht stoffen in en bracht die naar een atelier waar ze er jassen van maakten. En ik kocht speer." Speer? "Ja, zo heette de stof die uitgespaard werd als er zuinig geknipt werd. Als een ondernemer stof kocht voor vijftig jassen en er konden er 52 uit, kocht ik die twee extra.''

Riedstrapakket
De zaak groeide uit tot een groothandel. Abram had op zijn dertigste zijn eerste miljoen gulden binnen, en hij trouwde met de 'bijna-Joodse' Bettie. "Ze had een Joodse vader en een niet-Joodse moeder. Dan ben je officieel niet Joods, want dat wordt via de moeder doorgegeven." Bettie zat in een kibboets, maar ze leerden elkaar kennen in Hilversum, waar Abram met een compagnon nog een winkel had.

In 1964 trouwden ze, in 1973 zijn ze gescheiden. Ze kregen een dochter en een zoon. "Waarom het misging? Ik was altijd aan het werk, veel op reis." En er waren andere vrouwen. Na Bettie volgde een lange relatie met Patricia Boll, die later trouwde met Daan van Zweden, de vader van musicus Jaap. Nu heeft hij een latrelatie met Jessica.

De jassenbusiness leidde tot het ontstaan van de Mantelspecialist, het eerste filiaal werd in 1964 geopend in Rotterdam. Toen daar andere damesmode bijkwam, werd het de winkelketen MS. Om verwarring met de chronische ziekte te voorkomen zette hij er een &-teken tussen: M&S-Mode. Op het hoogtepunt bezat Abram 150 M&S-winkels, 35 lingeriezaken (Lindor) en 20 discountmodezaken (Nelemans). Na de verkoop van M&S aan de Bijenkorf in 1987 legde Abram zich toe op aan- en verkoop van vastgoed.

In juli dit jaar kocht hij voor rond de dertig miljoen van de erven van de Friese vastgoedmagnaat Jan Riedstra. "Toen dat Riedstrapakket op de markt kwam, heb ik de bank gebeld en omdat ik betrouwbaar ben, kon ik heel snel handelen."Naast het onroerend goed zit hij in Blycolin, een interna­tionaal bedrijf in wasserij en linnenverhuur voor hotels en restaurants. Zijn vermogen wordt geschat op 175 miljoen euro.

Bridgevakantie
Het gaat hem niet om het geld, zegt hij. "Ik geloof niet eens in onroerend goed, maar het is leuk om anderen te slim af te zijn. Ik weet niet hoe het werkt met die computers - ik vraag voortdurend aan secretaresse Ingrid hoe ik ook al weer een mail of sms kan terugvinden - maar ik kan heel goed hoofdrekenen."

Toch heeft hij nogal een vermogen. Waar geeft hij dat aan uit? Vakanties, snelle auto's? "Ik rij in een Mercedes. En ik ben in maart nog naar Israël geweest, maar toen moest ik na vier dagen terug voor de begrafenis van mijn neef Ron Abram. Bridge kost me nog het meest. Vroeger ging ik elk jaar op bridgevakantie naar Juan les Pins en nu heb ik met een vriend een eigen club in Zeist, Het Witte Huis, en ik zit ook in het bestuur van de afdeling in Amsterdam.

'Wij sponsoren het jeugdbridge en een aantal toernooien. Zakendoen is net als bridgen. Iedereen krijgt dezelfde kaarten, de sport is om er het beste van te maken." En dan is er nog een skybox in de Amsterdam Arena. Is hij fan van Ajax? Hij grinnikt. "Nu even niet."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.