Varèse is nog steeds verpletterend

Er is geen land ter wereld waar men zich op gezette tijden zo inspant voor de muziek van de Frans-Amerikaanse klankpionier Edgard Varèse als Nederland. Het Asko Ensemble speelde in 1984 een groot deel van zijn kleine oeuvre, ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag.

Het Koninklijk Concertgebouworkest en het Asko namen in 1998 onder leiding van Riccardo Chailly dat gehele oeuvre op voor Decca (het past op drie cd's). En zaterdag en zondag klonk het opnieuw, maar nu live, in de Gashouder van de Westergasfabriek, als onderdeel van het Holland Festival, naar een idee van Askodirecteur Willem Hering. De weg van droom naar daad vergde elf lange jaren.

Misschien is Nederland wel een Varèseland omdat de componist er ooit woonde: van september 1957 tot juni 1958 op de Eindhovense Gagelstraat 38, in een klein huisje. Daar werkte hij op uitnodiging van de Philips Gloeilampen Fabriek aan zijn Poème electronique, een stuk elektronische muziek van acht minuten, dat later dat jaar zou klinken op de Wereldtentoonstelling in Brussel in het door de beroemde architect Le Corbusier ontworpen Philipspaviljoen, uit 425 ruimtelijk opgestelde luidsprekers, met lichtbeelden.

Die presentatie van Poème electronique in 1958 moet Pierre Audi hebben geïnspireerd toen het idee voor Varèse 360º ontstond - zo heette het Varèseweekend in de gashouder, waarvoor behalve Asko|Schönberg ook het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Cappella Amsterdam, dirigent Peter Eötvös en de indrukwekkende Finse sopraan Anu Komsi waren ingehuurd.

Varèse 360º speelde zich af in een cirkelvormige ruimte, met tegen de achterwanden videoschermen en met tribunes, in halfronde formatie opgesteld, voor het publiek. In de nok van het fraaie gebouw hingen luidsprekers, die met name in het sluitstuk van het hele project, Poème electronique, voor een overweldigende surround soundervaring zorgden. Bij dat afsluitende stuk waren voor het eerst ook geen videoprojecties te zien. Het was donker, waardoor de muziek des te harder binnen kwam.

Bij de overige vijftien stukken waren er zaterdag en zondag wel videoprojecties. Die waren geen onverdeeld genoegen, hoeveel tijd en liefde de Amerikaanse videokunstenaar Gary Hill ook in die beelden mag hebben gestopt. Hij kreeg bij het slotapplaus een niet mis te verstaan boeoeoeoe naar het hoofd en daar was ook alle reden toe. Zijn tweedehands Bill Viola-visuals en zijn associatieve esthetica waren niet erg behulpzaam bij de waarneming van de muziek. Hills bijdragen leidden eigenlijk alleen maar af van de essentie. Ze waren storend.

Die essentie was de nog steeds verbijsterende muziek van Varèse en zijn 'verschuivend spel van vlakken, volumes en massa's in de ruimte, zeer dynamisch, gespeend van alle retotrische en formalistische ontwikkelingen' (zijn eigen woorden). De orkeststukken Amériques en Arcana en de kleiner bezette stukken zoals Hyperprism en het geweldige Intégrales en Déserts waren ook in de Gashouder weer eeuwig nieuw en eeuwig verpletterend.

Er was zowaar zelfs een wereldpremière, van Etude pour espace, 'bezorgd' door Varèse's assistent Chou Wen-chung (85 inmiddels), die van Chailly's bejubelde opnamen helaas the incomplete works of Edgard Varèse maakt. (ERIK VOERMANS)

Holland Festival. Varèse 360º. Asko|Schönberg, Rotterdams Philharmonisch Orkest, Cappella Amsterdam o.l.v. Peter Eötvös. Beelden: Gary Hill. Mise-en-espace: Pierre Audi. Gehoord: 13 en 13/6, Gashouder, Westergasfabriek.

Misschien is Nederland wel een Varèseland omdat de componist er ooit woonde: van september 1957 tot juni 1958 op de Eindhovense Gagelstraat 38, in een klein huisje.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden