Plus

Vanuit het vliegtuig is Amsterdam een levende stadsplattegrond

Hoe ziet de stad eruit vanaf een toren, ligfiets of vanuit een souterrain? Deze zomer kijken we van verschillende hoogtes naar de stad. Vandaag: vliegen boven de stad.

Piloot Sjoerd Jan ter Welle: 'Het is alsof je in een tijd­machine zit' Beeld Rink Hof

In de verte doemen de torens rond het Amstelstation op. "Clear to proceed east of Amstel River, maximum 500 feet," meldt de luchtverkeers­leiding op Schiphol via de radio. Niet hoger dan 150 meter dus, want dan heeft het landende vliegverkeer - zoals de kist van Swiss die vlak boven ons vliegt - geen last van onze rondvlucht.

Boven de Bijlmerbajes draait piloot Sjoerd Jan ter Welle het tweemotorige propellervliegtuig naar rechts. De Watergraafsmeer schiet onder ons door. De straten, pleinen, dakterrassen en binnentuinen zijn haarfijn te zien.

Rondcirkelen
Veel sportvliegers zullen niet snel een rondvlucht maken boven Amsterdam. Ze weten niet eens dat het is toegestaan. Maar als je van tevoren een vluchtplan inlevert, de drukte in het luchtruim het toestaat en je over de radio zelfverzekerd overkomt, wil 'de toren' tussen alle Boeings en Airbussen ook best een Piper PA-34 Seneca met vier passagiers door het luchtruim begeleiden.

Boven de Indische Buurt maakt Ter Welle een scherpe bocht naar links, terwijl de co-piloot aan de luchtverkeersleiding doorgeeft dat we een paar '360's' gaan doen, rondcirkelen dus. Het toestel schiet door het luchtruim boven de stad. De snelheidsmeter geeft 120 knopen aan, zo'n 220 kilometer per uur. Een minuut later vliegen we al boven de Dam, waarna weer een ruime bocht volgt.

A hundred dollar hamburger flight. Dat is hoe Ter Welle de vluchten omschrijft die de meeste sportvliegers maken. Ze stijgen op van de luchthaven die ze al kennen en vliegen via een mooie route naar een andere luchthaven die ze al kennen.

Daar gaan ze even lunchen - de dure hamburger - waarna ze weer terugvliegen. Terwijl het mooie van zelf kunnen vliegen is dat je ­totaal vrij bent, aldus Ter Welle. Dat je de wereld in een razend tempo kunt verkennen. Dat is waarom hij - nu 51 jaar - als klein jongetje gefascineerd raakte door vliegen.

Oorverdovend lawaai
We vliegen boven het IJ. Aan de linkerzijde strekt Noord zich uit, rechts is de rest van de stad in één oogopslag te zien. Amsterdam, staat er op de nieuwe overkapping van Centraal Station. Alsof het nog niet duidelijk was naar welke levende stadsplattegrond we precies aan het kijken zijn.

Er zijn jaren bij dat Ter Welle, die zijn geld verdient met het bouwen van software en in de valutahandel, meer dan vijfhonderd uur per jaar vliegt: bijna drie weken non-stop in de lucht.

Zijn socialmedia-accounts staan vol met jaloersmakende beelden. Van die keer dat hij richting de Faeröer vloog om vanuit de lucht de zonsverduistering mee te maken bijvoorbeeld. Of van de spectaculaire landingen op Courchevel in de Franse Alpen, een van de lastigste banen in Europa.

Er volgt weer een scherpe bocht naar rechts. Het toestel trilt in de lucht, de propellers maken een oorverdovend lawaai. In het vliegtuig wordt dat door de headsets met noise cancellation geblokkeerd, maar vermoedelijk kijkt de halve stad nu omhoog. Dat doen ze zeker op de Dam, waar we nu opnieuw boven cirkelen. De mensen die daar lopen zijn kleine miertjes met kleurige jassen aan.

Ter Welle is niet zo van de hundred dollar hamburger flights. Liever gaat hij grenzen over. Op zoek naar onbekend terrein. Onlangs schreef hij een boek over hoe je dat eigenlijk doet, als sportvlieger, aan de hand van zijn reizen door Afrika: Crossing Boundaries, How to Plan Your Flight Anywhere in the World.

Spuugzakje
Tussen alle technische details in het boek voor medepiloten zit het avontuur verscholen. Van Spanje naar Marokko en dan verder Afrika in. Landen op banen waar luipaarden rondlopen, zoals in Zuid-Afrika. Of waar militaire tanks je op staan te wachten, zoals in Zuid-Soedan.

Ronddwalen door de straten van Aden in Jemen of Atar in Mauritanië. En altijd weer de zoektocht naar brandstof, zodat je verder kunt reizen. Makkelijk is dat niet altijd, zoals die keer dat ze in Angola vertelden dat er nog maar één vat brandstof was. Vraagprijs zesduizend dollar, waar je normaal een paar honderd dollar voor een vat betaalde. Het avontuur schuilt ook in de praktische tips: draag altijd een pilotenoverhemd, dan word je namelijk serieus genomen.

Ter Welle vliegt door naar het Museumplein, over het fantastische dak van het Rijksmuseum. Daarna maakt hij nog een scherpe bocht naar rechts, waarna we in een rechte lijn richting Noord vliegen. Bij het verlaten van de stad vertelt hij via de headset uitgelaten wat er toch zo mooi is aan vliegen."Het is alsof je in een tijd­machine zit. Je krijgt continu een ander perspectief voor je. En voor je het weet, stap je uit in een heel andere wereld."

De heftige bewegingen van het toestel, de scherpe bochten en de bijbehorende G-krachten beginnen zich bij de passagiers te wreken. Fotograaf Rink Hof ziet steeds witter en grijpt alvast naar het spuugzakje. Terug naar Lelystad, dit avontuur is voorbij.

Lees ook: Naar binnen bij windkracht 5: Op pad met de WTC-glazenwassers [+]
En: De stad op kruishoogte vanuit de banaanfiets [+]

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden