PlusTheodor Holman

Vannacht stond ik voor het vuurpeloton

Mijn moeder moest naar de psychiater. Ze had continu nachtmerries. Ze durfde daardoor niet meer te gaan slapen. Ze raakte uitgeput, kreeg daardoor migraine, deed toch haar ogen dicht en kreeg weer nachtmerries. Het lukte mijn vader, mijn broer en mij dan niet om haar wakker te maken.

We moesten erom lachen. Zijzelf ook achteraf. Ze wist dat ze ‘raar’ deed als ze sliep. Raar – een woord dat je voor kinderen gebruikte als ze gek deden.

We wisten waarover ze droomde. Het kamp uiteraard. Ze had van de Jap flinke straffen gehad, ze was gemarteld en ze hadden haar voor een vuurpeloton gezet, maar niet geschoten. Het was een lesje geweest, hadden ze gezegd. De les zelf wist ze niet meer, de onderwijsmethode nog wel.

Vannacht stond ik voor het vuurpeloton.

Ik weet niet eens meer precies of het wel een nachtmerrie was. Ik voelde eigenlijk niks. De soldaten waren geen Japanners, maar gewoon mensen met een geweer, ­geloof ik. En terzijde stond mijn moeder. Ik zag haar duidelijk. Ze had alleen ander haar. En ze droeg een lange, rode jurk, als een Italiaanse filmster. Ik zou doodgeschoten worden, maar ze keek mij niet aan. Ik riep haar, en ik riep naar nog eens.

Toen werd ik wakker gemaakt.

“Heb je een nachtmerrie?”

Terwijl er naast me werd doorgeslapen, probeerde ik mijn droom te reconstrueren. Vooral het beeld van mijn moeder. Als ik zo aan haar dacht, kon ik zelfs iets van ­geluk voelen. Het was fijn haar zo duidelijk te hebben gezien. Zo dichtbij. Zo mooi. Maar tegelijke­rtijd onbereikbaar.

Vanmorgen wandelde ik met Koos en kreeg ik de droom niet uit mijn gedachten. Waarom was ik zo rustig zo gebleven onder dat vuurpeloton?

Dromen zeggen niks, hoeveel Freuds ook het tegendeel beweren. Maar feit was dat het me weer door vroeger deed wandelen. Hoe we haar naar psychiater Bastiaans brachten, de roze Soneryl-tabletten waarvan mijn moeder er vier tegelijk innam, hoe ze, vol angst, naakt door de gang ­rende, en ik van het lachen (schaamte) bijna stikte en in mijn kussen beet. Mijn vader achter haar aan met een kamer­jas om haar te bedekken.

En dan die felrode, Italiaanse lange jurk met die tango-schoenen er onder.

Zijn herinneringen, dromen en nachtmerries nu mooi, verschrikkelijk of beide?

Waarom keek ze niet naar me toen ik haar riep?

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden