James WorthyBeeld Agata Nowicka

Vanmiddag horen we hoe agressief de tumor is

PlusJames Worthy

De man met wie ik soms praat, zit wederom voor de webcam. Ik kan zien dat hij zijn ramen heeft gelapt. Het emmertje staat nog voor de balkondeuren.

“Die zien er streepvrij uit hoor,” zeg ik.

“Wat?”

“De ramen.”

“Ja, ik word rustig van ramen lappen,” zegt hij, terwijl hij een mok waarop staat dat hij van Barcelona houdt naar zijn mond brengt.

“Ik heb meer met Madrid, man.”

“Qua voetbal of ook echt qua stad?” vraagt hij.

“Madrid is zo lekker statig. Barcelona is veel laagdrempeliger. Je kunt er op slippers lopen. In Barcelona hoef je je best niet te doen. Madrid is een veeleisende stad. Net als Amsterdam. Barcelona is een vakantieliefde, Madrid is getrouwd zijn met een vrouw die te hoog voor je gegrepen is. En dan die hitte in de zomer. Die ongeëvenaarde broeierigheid. De hitte in Madrid is mijn favoriete hitte. Er valt niet aan te ontsnappen. Er is nergens een zee in de buurt. Ik had ooit een vriendin in Madrid en die zei het mooi. Zelfs als je er naakt bent, voelt het alsof je een coltrui aanhebt. Ik was zo verliefd op haar. In de nacht droeg ze de mooiste coltruien.”

“Je gaat iets te lang door over Madrid. Wil je niet over je vader praten?”

“Natuurlijk wil ik niet over hem praten. Als ik over hem praat, denk ik aan hem en als ik aan hem denk, veranderen mijn ogen in overijverige fonteinen. Vanmiddag horen we hoe agressief de tumor is. Hoe opvliegend de kanker is. Hoe korter het lontje hoe korter het …”

“Ben je een mama’s kind of een papa’s kind?”

“Ze hebben me eigenlijk nooit het gevoel gegeven dat ik moest kiezen. Ik ben een allebeikind. Gewoon een ouderskind.”

“Zijn ze altijd een team geweest?” vraagt hij.

“Altijd. Ze zijn al sinds mijn geboorte de Chicago Bulls. Pippen en Jordan. Alles wat ze hebben gedaan en nog steeds doen, is om door een ringetje te halen.”

“En als je aan je vader denkt, waar denk je dan aan?”

“Dan zie ik hem langs de zijlijn staan. Ik ben twaalf of dertien. DCG uit. Veld 1.”

“Wat doet hij?”

“Dat weet ik niet. Ik ben aan het voetballen. Ik schreeuw naar mijn twaalfjarige ik dat ik de uitslag al weet: 2-2. Stop met voetballen! We worden toch wel kampioen. We krijgen bloemen en een beker die kleiner is dan verwacht. Ik schreeuw, maar mijn twaalfjarige ik hoort me niet. Hij speelt gewoon door. Voetbal is belangrijk voor hem. Maar ik wil dat hij stopt en kijkt naar de man die langs de zijlijn staat. Hij kwam altijd naar mij kijken, maar ik nooit naar hem.”

“Je bent al begonnen met hem te missen.”

“Ik stond vorig jaar op Schiphol met drie tickets en drie paspoorten in mijn handen. Mijn vader heet James, ik heet James en mijn zoon heet James. Ik denk zo vaak aan dat moment.”

“Over een tijdje ben jij de oudste James.”

“Maar ik ben nog nooit de oudste James geweest.”

“Maar wel de lelijkste,” zegt hij.

Ik schiet in de lach.

Hij heeft gelijk.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden