Plus

Van paarden en koetsen naar limousines: de familie Van Delden

Wat begon met een stalhouderij is nu een toonaangevende limousineservice. Familiebedrijf Van Delden vervoert al 130 jaar mensen in en rond Amsterdam.

Peter van Delden (midden) met zijn zoons Ralph (links) en Robert bij het paradepaardje van het familie-bedrijf, de Tesla Model X. Beeld Ivo van der Bent

Als het druk is en de jonkies wel wat hulp kunnen gebruiken, springt hij nog weleens bij. Dan merkt Peter van Delden (63) dat de tijden veranderen. Zo reed hij onlangs met een vrij luxe limousine weg bij hotel The Grand, richting Schiphol was de bedoeling.

"Vroeger was dat makkelijk. Je ging de Dam over, pakte de Rozengracht en voordat het wist zat je op de Ring A10. Nu is dat allemaal veel ingewikkelder geworden, je mag bijna niets meer met een auto in de binnenstad."

Hij lacht erbij. Hoewel zijn zonen Ralph (35) en Robert (28) het vooral op een andere manier grappig vinden: hun vader, een leven lang actief in het hoogste segment van het personenvervoer, die met zijn poten in de modder merkt dat het tegenwoordig allemaal echt niet per se eenvoudig is, een limousineservice draaiend houden in een stad als Amsterdam.

Vader Peter, inmiddels ambassadeur/adviseur, heeft net afscheid genomen van het familiebedrijf, zijn zoons Ralph en Robert vormen als opvolgers de tweehoofdige directie van Van Delden Limousine Service BV. Zoals het al 130 jaar en een paar weken gaat: van vader op zoon.

Het begon in 1888 met Herman van Delden, die zich richtte op paarden en rijtuigen. Herman, die overleed toen het span paarden voor zijn koets schrok van een passerende elektrische tram, werd opgevolgd door respectievelijk Gerard, Piet en later dus Peter en zijn zus Caroline en vervolgens door het huidige duo Ralph en Robert.

Overal op het kantoor staren generaties Van Delden je tegemoet. En als de jongste lichting spreekt over de voorgangers, gebeurt dat consequent in de wij-vorm. Robert van Delden: "Dat ­bedrijf met die stalhouderijen, dat waren wij ook. Alleen met paarden heb ik zelf helemaal niks meer."

Het is bijzonder dat een bedrijf het al 130 jaar volhoudt. Wat ze toen deden, in 1888 in de eerste vestiging in de ­Govert Flinckstraat, doen ze eigenlijk nu nog steeds: mensen vervoeren. Met twee in het oog springende verschillen: toen zaten ze in hartje Amsterdam, nu zijn ze gevestigd in Westpoort, vanwaar je zo ongeveer sneller in Haarlem zit dan in de binnenstad.

Behoefte aan iets moderners
En dan is er nog de manier waarop de bovenkant van de markt wordt vervoerd door Van Delden. Terwijl het bedrijf dus werd opgericht als een stalhouderij en de klanten in een keur aan luxe koetsen de stad doorkruisten, kan de klant nu kiezen uit auto's die gemiddeld naar schatting wel een ton per stuk hebben gekost.

De tijden zijn veranderd, maar Van Delden veranderde mee. Het zal zo'n beetje eind jaren vijftig zijn geweest, in de tijd dat Piet het roer overnam van zijn vader Gerard, dat het besef doordrong dat paarden en koetsen allemaal leuk en aardig waren, maar dat de klant ­behoefte had aan iets moderners.

Eerste vestiging in de Govert Flinckstraat, 1891 Beeld Prive-archief van Delden

Peter van Delden: "Ze wilden ­auto's. En onze klanten wilden niet zomaar auto's, die wilden auto's met een beetje klasse, auto's met uitstraling." Daarnaast: goede koetsiers bleken haast onmogelijk te vinden. In 1955 was de jongste koetsier ruim 50 jaar oud.

Voor de omslag moesten ze van de inventaris af. Er zijn nog oude Polygoonbeelden van bewaard gebleven: de veiling in 1959, waarbij het grootste deel van de paarden, koetsen en tuigen werden geveild. Uitverkoop bij de laatste stalhouderij, het einde van een tijdperk. Wat zomaar ook het einde van Van Delden had kunnen betekenen, maar vooral het begin bleek van iets nieuws.

Jezelf opnieuw uitvinden: er zijn familiebedrijven om minder over de kop gegaan. Dat Piet van Delden er wel in is geslaagd een succesvolle doorstart te maken, is te danken aan het feit dat ze dicht bij zichzelf bleven, zeggen ze nu.

"We zijn altijd onderscheidend gebleven, dat is waar het om gaat. Er is toen goed nagedacht hoe het verder moest," zegt Peter van Delden.

"We gingen in 'de Amerikanen'. Die hebben uitstraling van luxe. En als je de auto's ziet die we in de jaren daarna hadden rijden, dan was dat ook echt heel goed."

De klanten waren ernaar: Van Delden vervoerde onder anderen ­Alfred Heineken, Popov, Elisabeth Taylor en John Denver. Over recentere passagiers doen de ondernemers er het zwijgen toe, dat vereisen de regels van de discretie.

Vervuilers en slurpers
Ook dat met die Amerikanen heeft Van Delden lang weten vol te houden. Totdat het in 2013 gewoon niet meer ging: de grote auto's hadden het imago enorme vervuilers te zijn, en enorme slurpers bovendien.

Robert van Delden: "Maatschappelijk verantwoord ondernemen is iets waar ook wij mee bezig moeten zijn. Dus zijn we overgestapt van de Amerikanen op de dikke Duitsers: Mercedessen. Die stralen ook luxe uit, maar er is ook geprobeerd de uitstoot te beperken."

Het slaat aan, de 130 jaar in business bewijzen het: kennelijk doen ze iets goed, zegt Ralph van Delden. "Het is ontzorgen. Onze klanten zijn bedrijven die mensen van A naar B gereden wil hebben, zonder dat ze zich druk hoeven te maken over de route of dat ze op de bestemming moeten betalen. Dat is allemaal geregeld."

De eerste auto's in 1959 Beeld Prive-archief van Delden

En daar is vraag naar dus, zoals daar aan het einde van de negentiende eeuw ook al vraag naar was. Comfort geven, je voortbewegen in stijl. Peter van Delden: "Op het hoogtepunt had mijn overgrootvader 130 paarden en 80 rijtuigen. We begonnen in De Pijp, maar we hadden op allerlei andere plekken in de hele stad vestigingen."

"Vooral veel trouwwerk deden we in die jaren. En studentenverenigingen die zich met een koets door de stad lieten rijden, soms wel met spannen van acht paarden voor het rijtuig."

Ondertussen zijn die 130 paarden vervangen door 24 auto's. De simpelste auto in de stal is uiteraard de meest luxe uitvoering die beschikbaar is. Paradepaardje, voor de liefhebber, is de Tesla Model X, een brute auto, die niet alleen veilig maar ook nog groen is. Het zijn piekfijne auto's allemaal, zoals ze daar staan, strak in het gelid.

"Mooi hè?" zegt een van chauffeurs tussen twee ritten door. "Klanten die zich vroeger door Van Delden lieten vervoeren met een koets, doen dat nu met een mooie, stijlvolle auto."

Prinses Beatrix
Een van de hoogtepunten in de ­geschiedenis van Van Delden was de rondrit van prinses Beatrix door ­Amsterdam, ter gelegenheid van haar achttiende verjaardag. Tot de jaren vijftig werd de koninklijke familie uitsluitend vervoerd door het Koninklijk Staldepartement, zegt oud-directeur Peter van Delden.

"Maar in 1956 werd een bijzondere uitzondering gemaakt. Stalhouderij Van Delden kreeg als eerste en enige particulier bedrijf het voorrecht om een lid van het Koninklijk Huis te vervoeren tijdens haar tocht door Amsterdam. Dit was destijds de kroon op onze ambitie om alle klanten exclusief, luxe vervoer en service te bieden. Om hieraan te voldoen had de stalhouderij zelfs bijzondere rijtuigen geïmporteerd uit Engeland. De zogenaamde Handsom Cab was al in de jaren twintig zeer populair in Londen, maar was in Nederland nog nauwelijks bekend."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden