Van Gogh: 5 jaar na de moord, deel 4

Burgemeester Cohen op 2 november 2004 op de Dam in Amsterdam, als hij duizenden mensen toespreekt die zich daar hebben verzameld om de vermoorde filmmaker Theo van Gogh te herdenken. Foto ANP Beeld
Burgemeester Cohen op 2 november 2004 op de Dam in Amsterdam, als hij duizenden mensen toespreekt die zich daar hebben verzameld om de vermoorde filmmaker Theo van Gogh te herdenken. Foto ANP

Op 2 november 2004 werd Theo van Gogh vermoord. Vijf jaar later zijn we 'sadder and wiser', zegt burgemeester Job Cohen. Deel 4 van een serie.

Een 'hogesnelheidstrein die ineens optrekt', zo herinnert Cohen zich de gebeurtenissen van 2 november 2004 en de tijd daarna. Cohen moest optreden als 'burgervader', oog houden op de veiligheid in de stad en hij kreeg zelf persoonsbeveiliging. ''Dat vond ik heel vervelend.''

En er was nog iets. ''Er kwam een storm van kritiek op mijn beleid, maar ik was het daar echt niet mee eens. Ik dacht: ik ga door op de manier waarop ik bezig ben. Dat kostte ook niet zoveel moeite, omdat ik er heilig van overtuigd was en ben dat de weg die ik insloeg, de beste was. Ik kon helemaal niet anders. Dan is het prettig dat er later mensen zijn die het daarmee eens zijn.''

Maar niet iedereen schaarde zich achter Cohen. De 'vrienden van Theo' manifesteerden zich in woord en geschrift en sommigen doen dat nog steeds. Het is een groep waar Cohen heel weinig contact mee heeft. ''Zoals ik daarvoor ook weinig contact met hen had. Ik heb daar ook niet zoveel behoefte aan. Waarom zou ik? Omdat ze vrienden van Van Gogh zijn? Ik lees wel wat ze van me vinden. Dat staat hun uiteraard vrij. Maar voor een dialoog moet je het idee hebben dat die zin heeft. Deze mensen hebben dat signaal nooit afgegeven.''

Vijf jaar na dato is de aandacht voor de moord beperkt, constateert Cohen. Er is geen herdenking. ''We hebben wel her en der rondgevraagd of daar behoefte aan was, en die was er niet erg. Vanuit de pers is er ook niet zo veel belangstelling.''

Toch was de moord 'een markeringspunt' voor de stad, aldus Cohen. Onmiddellijk na de moord werden allerlei activiteiten ontwikkeld om herhaling, zo mogelijk, te voorkomen. De gemeente ging radicalisering niet alleen onderzoeken maar probeert die ook tegen te gaan. ''We zijn veel meer te weten gekomen, vooral over de extreme islam. Het programma om radicalisering te bestrijden is redelijk succesvol. Of aanslagen acuut zijn voorkomen, weet je nooit. Wel weten we beter wat er omgaat in dergelijke groepen en daar krijgen we signalen over. We zijn erin geslaagd in een aantal gevallen mensen die die kant op dreigden te gaan, weer op het goede spoor te krijgen. Er is nationaal en internationaal veel aandacht voor die aanpak en Amsterdam geldt echt als voorbeeld.''

Al met al is Cohen tevreden over wat op dat vlak bereikt is. ''Ik heb het gevoel dat we er meer grip op hebben, met dien verstande dat je nooit kunt uitsluiten dat er iets gebeurt. De informatiepositie en de instrumenten die we hebben ontwikkeld, hebben de risico's ingedamd.''

Een ander initiatief onder de vlag van Wij Amsterdammers was gericht op de vergroting van de sociale cohesie. Zo kwamen er bijvoorbeeld de Stadsspelen en de soap op AT5, Westside. Als aparte organisatie houdt Wij Amsterdammers op te bestaan. ''Dat moet op een gegeven moment. Ik denk dat het heel goed is geweest. Het gevoel van urgentie is minder geworden, en dat is ook terecht.''

Het plan om een islamitisch cultuurcentrum op te richten hoort ook in die reeks post-Van Goghinitiatieven. Maar het kwam niet van de grond. Na het fiasco met Marhaba, waar veel over gepraat werd maar dat niet levensvatbaar was, geeft Cohen dat idee niet op. Het college is er nog mee bezig, bijna twee jaar nadat de plannen zijn gestrand.

''We zijn ons bewust dat als we met een initiatief komen, dat goed moet zijn. Het kan niet nog een keer fout gaan. Er is een fiks deel van de Amsterdammers dat de islam aanhangt. Er is daarom wat voor te zeggen om zo'n centrum te hebben. Om te laten zien dat ze erbij horen en om uitwisseling van ideeën en kennis mogelijk te maken. We komen er mee naar buiten als het verhaal goed is. Niet eerder en ook niet later.''

Het debat is verscherpt en het klimaat is verscherpt na de moord, zegt Cohen. Maar in Amsterdam was dat toch minder dan in de rest van het land.

''Hoe dat kan, weet ik niet precies. Waar mensen dagelijks met elkaar omgaan, zie je dat het op een of andere manier gemakkelijker gaat. Multiculturaliteit hoort toch bij het dna van de stad. Juist in delen van het land die weinig multicultureel zijn, bestaat op dit punt nogal wat onvrede.''

Ook in de stad zijn er wel verschillen. ''Noord is een gebied waar de multiculturaliteit niet ontzettend is doorgedrongen.'' En hij noemt Nieuw-West, met de bekende problemen. ''Kijk hoe Marcouch daar bezig is.''

Tijdens bezoeken aan het buitenland komt de moord amper meer ter sprake. ''Amsterdam heeft in het buitenland nog steeds de naam van de wonderlijke, vrije stad waar zoveel kan. Het imago van Amsterdam is nog beter dan we zelf vaak beseffen. De moord is bekend, maar mensen zien ook de manier waarop er op is gereageerd. Dit is ook niet het enige dat er ooit is gebeurd in Amsterdam.''

Als hij de balans opmaakt, doet hij dat met de hem kenmerkende nuance. ''Het was vreselijk, de wereld is veranderd, er zit onrust in de samenleving. Maar we kunnen er naar mijn gevoel beter mee omgaan. We zijn sadder and wiser. Moslims zijn weerbaarder geworden, wat duidelijk werd in de reacties op de film Fitna van Geert Wilders. We hebben de risico's ingedamd en zijn minder kwetsbaar, met de restrictie dat er ieder moment iets kan gebeuren. Dan heb je kans dat de vlam in de pan slaat. Maar dat is altijd zo.'' (ADDIE SCHULTE)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden