Column

'Van deze kwieke oude heer leren we nadenken'

Eva HoekeBeeld Ivo van der Bent

In het postkantoor, waar ik net afscheid stond te nemen van een paar prachtige doch niet fatsoenlijk te belopen designerhakken, verzocht een oudere heer aan de balie om twee grote enveloppen en een velletje postzegels. Hij droeg een Engelse pet en een wollen tweedjasje, en hoewel hij in de tachtig moest zijn, maakte hij een kwieke indruk.

Toen de transactie was voltooid nam hij zijn waar mee naar de statafel naast me. 'Dag mevrouw,' zei hij, waarna hij uit zijn ene binnenzak een balpen, en uit de ander een brief haalde. Toen de envelop was beschreven en hij weg wilde lopen, trok ik de stoute schoenen aan. 'Wat staat er op uw speldje, meneer?' De man keek eerst naar mij, daarna naar zijn revers en toen weer terug. 'Daar staat: 'Nooit meer oorlog.' Die zit er al op sinds de Tweede Wereldoorlog. En ik kan 'm nog steeds niet af doen, helaas. Waarom heeft het uw ­belangstelling? Bent u soms ook bang voor oorlog?'

Ik dacht even na, niet echt. De man zag het. 'Ik wel. Ik ben voortdurend bang voor oorlog. Ik ben in 1931 in Amersfoort geboren, vlak naast het speelterrein waar de moffen later hun Polizei­liches Durchgangslager bouwden. Ik was toen twaalf, dertien, zoiets. Een kind nog. Maar ik zag hoe daar vier keer per dag Joden werden afgeleverd. Een paar jaar later moest ik zelf in dienst en schoot ik op de baan die zij daar hadden aangelegd. Dat vond ik toen al vreselijk en dat vind ik nu nog vreselijk.'

Hij zweeg even. Er passeerde een jonge, kauwgum kauwende moeder met een buggy, aan het stuur hing een doorzichtige plastic tas met daarin een H&M-pakket. Nog een miskoop. 'Maar gedragen we ons nu anders? Nee. Kijk naar Rusland, kijk naar Oekraïne. Kijk naar Isis, nog erger. Dieu le veut. Het is net als bij de kruistochten in 1296: zodra een groep zich beroept op een god, gaat het mis.'

Zo was het en zo zou het altijd gaan, daar helpt geen lieve speld aan, dat wist de man ook. 'Het enige wat je kunt doen is je kinderen zelfstandig leren nadenken. En daarna je kleinkinderen. Dus dat doe ik nu. Ik heb er drie in totaal. Lieve koters. Op school leren ze rekenen, van hun ouders leren ze luisteren. En van mij leren ze nadenken. Ik leer ze dat hoe de wind ook waait, ze altijd achter datgene moeten blijven staan waar ze in geloven. Ook al denkt de hele wereld er anders over.'

De buggyvrouw passeerde weer, de tas was leeg. 'En verder post ik brieven.' Hij hield de envelop omhoog, in het midden stond in zwierige letters het kaarsrechte adres van Amnesty International. 'Deze is voor Pussy Riot, dat vind ik zulke stoere vrouwen. Het is een aanmoedigingsbrief. Er gaat ook een afschrift van naar de ambassade. Het helpt, ze laten wel eens mensen vrij. En laatst kreeg ik een bericht terug van de oma van een gevangene in Athene. Dat ze blij was dat iemand in ­Nederland aan haar kleinzoon dacht. Dat is toch prachtig?'



e.hoeke@parool.nl

Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden