Plus

Van der Laans expositie is zijn laatste boodschap aan de burgers

Burgemeester Eberhard van der Laan stelde vlak voor zijn overlijden een tentoonstelling samen in het Amsterdam Museum: De Mooiste Stad. Het is zijn laatste boodschap aan de burgers. 'We hebben een enorm probleem: Amsterdam is de mooiste stad van de wereld.'

Eberhard van der Laan zoekt objecten uit voor zijn expositie Beeld Amsterdam Museum

De afgelopen tien jaar kwamen er in Amsterdam 100.000 inwoners bij, dat is ongeveer de omvang van een stad als Leeuwarden of Delft. De stad groeit op dit moment meer dan drie keer zo snel als voorheen. Datzelfde geldt voor de losse bezoekers: tussen 2011 en 2016 verdubbelde de omzet van de Amsterdamse horeca, alleen al het afgelopen jaar steeg het aantal toeristen met 10 procent.

De gevolgen zien we overal om ons heen, vooral in de binnenstad: geduw, gedrang en gemopper, buurtwinkels die plaatsmaken voor toeristenbagger, een straatleven dat weggevaagd wordt door Airbnb, een escalatie van de huizenprijzen, gezinnen met kinderen die wegtrekken - de basisscholen hebben dit jaar 10 procent minder aanmeldingen. Het cement van de stad begint los te laten. Eberhard van der Laan (1955-2017): "Als we daar niets aan doen, gaan we ten onder aan ons eigen succes."

Groeistuip
Al vroeg tijdens zijn burgemeesterschap besefte hij dat al deze verschijnselen te maken hebben met het begrip 'schaalsprong': Amsterdam zit, anders gezegd, midden in een groei­stuip naar een nieuwe schaal. Dat zijn inspirerende maar vaak ook lastige en pijnlijke periodes. Er vinden grote veranderingen plaats op technologisch, economisch en sociaal gebied, maar de vormen en structuren voor zo'n nieuwe stad en zo'n nieuwe tijd ontbreken nog.

Hommage aan de zieke burgemeester, 2017 Beeld Kamp Seedorf/Collectie Am
Nieuwbouw in Amsterdam-West, 1950. Na de oorlog breidde de stad zich snel westwaarts uit Beeld Dolf Kruger/Nederlands Fotomuseum

Zulke schaalsprongen doen zich regelmatig voor, overal. Parijs had rond 1800 nog geen 500.000 inwoners, in 1870 2 miljoen, amper dertig jaar later waren dat 3,3 miljoen. New York explodeerde tussen 1900 en 1940 van ongeveer 3,5 miljoen naar 7,5 miljoen inwoners, vooral door alle immigranten uit Europa. En dan zwijg ik nog maar over de huidige schaalsprongen in de derde wereld. Een stad als Nairobi was in 1980, met 850.000 inwoners, niet veel groter dan Amsterdam. Nu wonen er zo'n 4 miljoen mensen en rond 2025 zullen dat er vermoedelijk zo'n 6 miljoen zijn.

Spectaculaire uittocht
Amsterdam heeft tweemaal eerder zo'n schaalsprong meegemaakt. De eerste was aan het eind van de zestiende eeuw, nadat de Geuzen een blokkade hadden gelegd voor Antwerpen, de belangrijkste haven van Europa. De Antwerpse handel viel stil en er begon een spectaculaire uittocht naar het noorden. Daarbij kwamen nog eens de duizenden Joodse immigranten uit Spanje en Portugal, op de vlucht gejaagd door de inquisitie.

De Marokkaanse boot die in 2014 meevoer in de Canal Parade tijdens Gay Pride Beeld Bram Belloni
Toerisme in 1920. Op de Dam staat 'de Stads Tour' klaar Beeld .

Het ging om zeker 100.000 à 150.000 immigranten, en dat op een totale Noord-Nederlandse bevolking van weinig meer dan een miljoen. Binnen twee generaties, tussen 1578 en 1622, verviervoudigde het aantal inwoners van de stad, van zo'n 25.000 inwoners tot ruim 100.000. Zelfs de taal veranderde: rond 1600 sprak al een derde van de Amsterdamse bevolking plat-Antwerps.

Bankiers en kooplieden
De kluchtenschrijver Bredero beschrijft in De Spaanse Brabander smakelijk alle botsingen en misverstanden tussen deze zeventiende-eeuwse allochtonen en autochtonen. Toch was het een welkome immigratiegolf: onder de nieuwkomers zaten talloze eminente lakenververs, cartografen, boekdrukkers, schilders, bankiers en kooplieden, en de stad had grote behoefte aan hun kennis en vaardigheden. Vlaamse ­immigranten als Dirck van Os, Isaac le Maire en Petrus Plancius hoorden, kort na hun aankomst, al tot de initiatiefnemers van de VOC.

De tweede Amsterdamse schaalsprong vond bijna drie eeuwen later plaats. Rond 1860 scharrelden er nog kippen op het huidige Rembrandtplein, er waren in totaal zo'n 250.000 Amsterdammers. Nog geen veertig jaar later was dat aantal verdubbeld tot ruim 500.000. Zo groot was de stad nog nooit geweest.

Nieuwkomers
Opnieuw was Amsterdam een stad van nieuwkomers - ditmaal vooral van migranten uit het straatarme Friese, Groningse, Overijsselse en Noord-Duitse platteland. Die tweede schaalsprong had alles te maken met de snelle industrialisatie van het grote achterland Duitsland, met de toegenomen winsten uit de verre Indische koloniën, met de vele spoorlijnen en kanalen die met al dat nieuwe geld konden worden aangelegd en bovenal met de aanleg van het Noordzeekanaal.

De economie veerde op, de ­havens werden vergroot en gemoderniseerd - het IJ werd eigenlijk één grote havenkom - en op aangeplempte eilanden voor het Damrak verscheen een gigantisch Centraal Station, met op de voorgevel de sleutelwoorden van die tijd: 'Electriciteit, Nijverheid, Stoom'.

Geert Mak (1946), historicus en oud-hoogleraar ­grootstedelijke problematiek. ­Publiceerde tal van boeken, als laatste De levens van Jan Six. Deze bijdrage schreef hij exclusief voor Het Parool Beeld ANP
Beeld van wethouder Floor Wibaut (1859-1936) door Han Wezelaar Beeld .
De Wolkenkrabber, Victorieplein, 1935, door T. de Vries Beeld Collectie Stadsarchief
Het miljoenste amsterdammertje om auto's te weren is in 2010 geplaatst Beeld .

Op de tentoonstelling hangt een enorm schilderij van Hobbe Smith uit 1913, Gezicht op het IJ met het Centraal Station. Het ademt exact dezelfde burgertrots als het werk van zijn zeventiende-eeuwse voorganger Berckheyde: hier is, opnieuw, iets groots verricht.

'Grote steden zijn in essentie wanordelijke plekken, oneindig veel moeilijker te besturen dan kleine steden of dorpen,' schrijft de Londense stedenexpert Peter Hall in zijn standaardwerk Cities in Civilization. Alleen al de omvang van grote steden maakt immers alles veel ingewikkelder, van het ophalen van afval en vuilnis tot het regelen en organiseren van het verkeer.

Grachtengordel
Het scheppen van orde is dan ook een permanente uitdaging voor de bestuurders van een grote stad - en trouwens ook voor de burgers. Dat geldt helemaal als er sprake is van een schaalsprong. Altijd en overal zie je dan ook steden - zij het meestal met enige vertraging - zoeken naar vormen van (her)ordening. Op allerlei terreinen - ook sociaal, ook cultureel.

Een van de beelden die Van der Laan uitkoos, is de oudste plattegrond van de stad, een prent van Cornelis Anthonisz van het nog bijna-dorp uit 1544. In 1600 was de oppervlakte van de stad nog altijd niet veel groter, maar er woonden wel drie à vier keer zoveel mensen. Het antwoord was de grachtengordel, nog altijd een indrukwekkend stedenbouwkundig project.

Brug over het IJ
De bouwactiviteiten werden strak geregeld en ook het verkeer werd aangepakt - koetsen werden geweerd, als eerste stad ter wereld kende Amsterdam zelfs eenrichtingsverkeer voor sommige straten. Voor de handel kwamen er beurzen, nieuwsbrieven en een wisselbank, extreme armoede werd bestreden met weeshuizen en andere gestichten. Allemaal vormen van ordening.

Beeld Amsterdam Museum
Beeld Amsterdam Museum

De bijzondere stadsontwerpen uit de negentiende eeuw - op de tentoonstelling bijvoorbeeld het ontwerp van een brug over het IJ, toen al! - spreken boekdelen: zo worstelden de toenmalige bestuurders en architecten met de tweede schaalsprong. Overal werd gezocht naar nieuwe ruimte.

De Plantagebuurt werd aangelegd, daarna De Pijp en Oud-West. In de lommerrijke lanen langs het nieuwe Vondelpark vestigde zich ondertussen de elite. Daar vlak in de buurt verrezen het Concertgebouw en het Rijksmuseum - ook de cultuur kende een herordening.

Stankproblemen
In diezelfde tijd werd het middeleeuwse Parijs grotendeels weggeveegd door de aanleg van grote, strakke boulevards. Die vorm van ordening bleef Amsterdam bespaard, de stad was er op dat moment, goddank, te arm voor. Wel kwamen er verkeersdoorbraken - Breitner schilderde bijvoorbeeld de doorgebroken Raadhuisstraat -, gedempte grachten en niet te vergeten riolen. Al die mensenmassa's veroorzaakten immers ook enorme stankproblemen - vooral Londen en Amsterdam waren berucht.

Er ontstonden groene voorsteden. Parijs, Londen, New York en elders kregen, mede daarom, ondergronds massavervoer. Daardoor werd de stad als het ware uitgesmeerd, de mensen konden zo steeds verder van het centrum gaan wonen en/of werken.

Onuitwisbaar stempel
In Amsterdam vervulde de tram een soortgelijke rol. De stad bleef ondertussen groeien, aanvankelijk opnieuw in ringen rond de grachtengordel. In 1915 brak de architect Berlage met dat idee. Hij kwam met het Plan-Zuid, voor die tijd ultramodern, met alle ruimte voor de auto. Daarna volgde het Algemeen Uitbreidingsplan van 1934 - mede daardoor kon de nijpende woningnood na de oorlog snel en slim worden aangepakt: Bos en Lommer, Nieuw-West, zo bleef de stad maar uitdijen.

Kaart van de uitgebreide grachtengordel, Daniel Stalpaert (rond 1662) Beeld Collectie Stadsarchief
Hollandse piepers van Chinees porselein, cadeau voor genaturaliseerde immigranten (2006) Beeld .
Maquette van de Bijlmer (1965) van de Dienst Publieke Werken Beeld .

Niet toevallig koos Van der Laan voor zijn ­tentoonstelling beelden en portretten van wethouders als Willem Treub, Floor Wibaut, Monne de Miranda, zijn leermeester Jan Schaefer, samen met de befaamde planologe Jacoba Mulder. Zij waren de grote trekkers van dat proces, ze zetten een onuitwisbaar stempel op de stad.

De derde schaalsprong, die van nu, staat helemaal in het teken van de 21ste eeuw. De sleutelwoorden zijn nu niet meer 'electriciteit, nijverheid en stoom', maar globalisering, digitali- sering en individualisering. Die sprong zal opnieuw grote gevolgen hebben, ook voor de vorm en het karakter van de stad.

Voor de ruimtevretende auto, een typisch twintigste-eeuws fenomeen, zal bijvoorbeeld weinig plaats meer zijn. 'Amsterdam is een van de winnaars van de globalisering,' schreef Van der Laan. 'Ook nu gaat die groei gepaard met heftige veranderingen.'

De stad heeft echter zijn zelfvertrouwen hervonden. Amsterdam heeft immers, aldus Van der Laan, vanaf de vroegste tijden, een paar ­eigenschappen die de stad ijzersterk maken, juist bij grote veranderingen: openheid, tolerantie en burgerschap.

Blijf die koesteren, dat is zijn onuitgesproken oproep achter deze tentoonstelling. Wees lief voor elkaar, en blijf ook jezelf, Amsterdammers!

Ook in 1955 voelde niet iedereen zich aangesproken door een parkeerverbod voor fietsen Beeld Ben Merk/Collectie Stadsarchief
Drukte, ook toen (1633), op de Dam, door Adriaen van Nieulandt Beeld Collectie Am
Studie voor het beeld van Spinoza, dat Van der Laan kon zien uit zijn kamer in de Stopera Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.