Plus

Van de troon gestoten: feiten en fabels over het tweede kind

Journalist Lynn Berger (34) schreef een boek over hoe het is om een tweede kind te krijgen - of te zijn. Haar zusje las mee. 'Ze vond het confronterend.'

Beeld Annelie Carlström

Toen Lynn Berger zwanger was van haar eerste kind, vond haar omgeving dat heel bijzonder. Oh, nou word je moeder, zei iedereen vol ontzag, en ze konden, toen het kind er eenmaal was, niet wachten met op kraamvisite ­komen. Bij de komst van de tweede klonk het: ik kom wel een keer kijken, en: nu ben je een gezin, sterkte.

Misschien is dat nog wel het grootste verschil tussen het krijgen van een eerste en een tweede kind, merkte Berger: het gebrek aan belangstelling. Tweede kind? Stukken minder interessant.

Niets te vinden
Waar ze bij haar eerste zwangerschap meer dan genoeg te kiezen had aan literatuur om haar soepel het moederschap in te helpen, was er over de komst van de tweede vrijwel niets te vinden.

En wat er was, had alarmerende titels als: The ­second baby survival guide, of: Peaceful parent, happy ­siblings: how to stop the fighting and raise friends for life. Geen woord over hoe het is om een tweede kind te krijgen - of te zijn. Nou, dacht Berger, journalist bij De Correspondent, dan schrijf ik het wel zelf.

Dinsdag verschijnt haar boek De Tweede - over het zijn en krijgen van een tweede kind. Berger liep tien jaar op universiteiten rond - ze studeerde in Maastricht en promoveerde in de amerikanistiek aan Columbia, New York - dus was het niet meer dan logisch dat ze begon met het uitpluizen van alle wetenschappelijke publicaties over dit onderwerp.

Rebelser en creatiever
Haar belangrijkste conclusie: we hebben wel allerlei aannames over wat het betekent om een eerste of een tweede kind te zijn, en die vertellen we ook graag aan elkaar door, maar op degelijke wetenschappelijke conclusies zijn die nauwelijks gebaseerd.

"Het eerste kind zou verantwoordelijker zijn, gehoorzamer en neurotischer," zegt Berger. "En ze zouden harder werken. Van jongste kinderen wordt ­gezegd dat ze rebelser en creatiever zijn. Deels komt dat door de rollen die een kind van oudsher kreeg opgelegd: de oudste was bijvoorbeeld mede de verzorger van de jongere broertjes en zusjes. Maar dat is allang niet meer zo: als je twee kinderen hebt, met twee, drie jaar leeftijdsverschil, gaat de oudste echt niet vanaf haar zesde koken."

Een studie in Engeland uit de negentiende eeuw toonde aan dat onder topwetenschappers eerstgeboren kinderen waren oververtegenwoordigd. De verklaring: voor de Victorianen was het doodnormaal om de oudste vaker te laten studeren en meer verantwoordelijkheid te geven.

Effect geboortevolgorde
Later werd dat 'geboortevolgorde-effect' gekoppeld aan persoonlijkheid. Eerste kinderen hebben een exclusieve relatie met hun ouders, dus als er een tweede komt - concurrentie! - worden ze neurotisch, was het idee. Het tweede kind daarentegen heeft nooit exclusieve aandacht van zijn ouders gehad, en wordt dus noodgedwongen creatiever en flexibeler. Kortom: je plek in het gezin is bepalend voor je persoonlijkheid. "Dat zijn we elkaar blijven vertellen. Er is ook onderzoek naar gedaan: soms werd het bevestigd, soms niet."

Als Berger de meest recente onderzoeken naast elkaar legt die aan de wetenschappelijke eisen voldoen, concludeert ze: er is eigenlijk geen bewijs voor het effect van geboortevolgorde op de persoonlijkheid. "Maar we zijn het allemaal wel gaan geloven. Het is een volkswijsheid geworden."

Wat dichter bij de waarheid lijkt te komen: eerste kinderen zijn cognitief iets beter ontwikkeld. Gemiddeld komt dat neer op een verschil van 3 IQ-punten - een verschil dat je in de praktijk alleen merkt bij het, eh, afnemen van een IQ-test. Een veelgehoorde verklaring: eerste kinderen krijgen de eerste jaren meer serieuze, kwalitatief hoogstaande, aandacht, namelijk van volwassenen - waar een tweede het vaak moet stellen met een peuter of kleuter als dagelijkse gesprekspartner. "En ouders nemen bij de eerste meer moeite om voor te lezen of het alfabet te oefenen."

Berger is zelf de oudste van twee. Is zij inderdaad slimmer? "Ik heb vwo gedaan, mijn zusje havo," antwoordt ze voorzichtig. "Dat is iets anders dan slimmer natuurlijk, maar qua schoolprestaties kloppen wij met het stereotype, waardoor het nog makkelijker voor mij was om aan te ­nemen dat het altijd zo werkt."

Oren omdraaien
Door het boek heen vervlecht ze anekdotes over en ­gesprekken met haar bijna drie jaar jongere zus over hoe het was, als tweede kind - al gaat het natuurlijk al snel over hoe het was als zus van Lynn. Als die in één woord moet ­samenvatten hoe het vroeger was tussen hen twee, dan is dat: oorlog. Fysiek: vechten, oren omdraaien. Buitensluiten. Een scène die haar nog helder voor ogen staat: zij aan de ene kant van de glazen keukendeur, haar zus aan de ­andere, en de ruit die in honderdduizend stukjes ging.

"Ze vond het boek confronterend, maar ook mooi. Ze heeft meegelezen; haar oordeel vond ik het spannendst. Ik geloof dat ze het wel prettig vond om een keer de erkenning te krijgen dat ik inderdaad niet de leukste zus was. Zij haalde het bloed onder mijn nagels vandaan en ik koeioneerde haar. Dat was de verhouding."

Rivaliteit
In een opmerkelijk onderzoek werd ouders gevraagd wie van hun kinderen het best deed op school. De meerderheid wees hun oudste kind aan - ook al kon je dat op ­basis van de rapportcijfers niet zo zeggen. "Maar een jaar later waren de oudsten wel meer vooruitgegaan dan de jongsten. Waarschijnlijk werden zij door hun ouders onbewust meer gestimuleerd." Bergers conclusie: verwachtingen die ouders hebben van hun kinderen hebben weinig te maken met die kinderen, maar hebben wel effect op ze.

Kern van veel opvoedboeken is hoe je om moet gaan met de jaloezie tussen broers en zussen. Volgens Freud, zegt Berger, is de komst van een broertje of zusje het begin van alle ellende: het oertrauma waar je de rest van je leven ­tegen moet vechten. Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt dat niet: lang niet alle kinderen zijn jaloers, en degenen die dat wel zijn, zijn daar meestal na een aantal maanden overheen. Kinderen die opeens weer gaan kruipen terwijl ze al konden lopen, bijvoorbeeld, staan na een paar maanden gewoon weer overeind.

"Ik dacht van tevoren dat rivaliteit een enorm probleem was, maar dat viel dus mee," zegt Berger. "En ik dacht dat de tweede een beetje zieliger was dan de eerste. Minder overdonderend, en zonder exclusieve aandacht. Ik had medelijden met de eerste omdat zij van de troon werd ­gestoten, en ik had medelijden met de tweede omdat hij er nooit op gezeten heeft."

Lynn Berger: De Tweede - over het zijn en krijgen van een tweede kind, De Correspondent, €20,00.

Beeld Annelie Carlström
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden