Plus PS

Van De Pijp naar De Banne: 'Het was even slikken'

Begin dit jaar verhuisde journalist Janno Lanjouw (34) met zijn gezin van De Pijp naar De Banne. Verslag van zijn Noordshock. 'Er is vast wel ergens een kroeg op maandag open, jongen. Je moet 'm alleen nog vinden.'

Beeld Jan Dirk van der Burg

Tot mijn vijfde woonde ik er met mijn moeder. Daarna met mijn vader. En ten slotte met mijn vriendin. De 'knusse' 55 vierkante meter op tweehoog in de Van Ostadestraat was een heerlijk thuis, maar na de geboorte van onze twee kinderen was het ineens niet zo perfect meer.

Als onze dochter in een dolle bui door het huis denderde, vielen bij de benedenbuurvrouw de vaasjes uit de kast. En hoewel ik elk hoekje op die goeie, ouwe, steile rottrap voor altijd in mijn systeem heb zitten, was het toch elke keer een flinke horde.

Zeker met een slapende baby, een tas boodschappen en een woedende peuter. De achterbak van de auto deed dienst als schuurtje waarin we de kinderwagen konden opslaan. Het balkonnetje als tuin. Het kon gewoon niet meer.

Janno Lanjouw met zijn gezin Beeld Jan Dirk van der Burg

Toen we eind december een ruim nieuwbouwhuis konden huren in De Banne in Noord, overheerste vooral opluchting. Opeens hadden we 125 vierkante meter over drie verdiepingen. Ieder kind een eigen kamertje. Entree op de begane grond. Een zolder. Gratis parkeren voor de deur. Een tuin op het zuiden, een schuurtje en een achterommetje.

De koning te rijk en tegelijk voelde het behoorlijk burgerlijk. Maar ja: we zijn twee jonge dertigers met kleine kinderen. Omarm het maar.

Frisse afkeer
Maar toch. Het was even slikken. De Pijp is míjn wijk. Op de Albert Cuyp, waar mijn moeder jarenlang op zaterdag in een groentekraam werkte, ken ik de marktkoopmannen bij naam. Mijn kinderen gingen naar dezelfde crèche als waarop ik in 1983 deel uitmaakte van de eerste lichting. Ik ken het levensverhaal van de cynische Egyptische snackbarmedewerker. En als 'mijn' Turkse groenteman mij 'buurman' noemde, meende hij het.

Mijn wijk, mijn dorp, mijn basis. En nu, na bijna 34 jaar, verruil ik 'Leip in De Pijp' voor 'Noord gestoord'.

Over Noord had ik nooit echt gedacht als een plek om te wonen. Er rijden niet eens trams. Je ging misschien een keer naar een festival op de NDSM, en je reed erdoor als je de IJtunnel nam omdat je ergens in Noord-Holland moest zijn. De oude huizen zijn er laag en doen dorps aan, de nieuwe huizen zijn er hoog en lelijk.

Dankzij De Tuindorpers, een aflevering van het VPRO-programma De Hokjesman over Tuindorp Oostzaan, was ik me bewust van de eigen geschiedenis en het nogal gesloten karakter van dat deel van Noord. En ondanks de te verwachten frisse afkeer van stadse import zoals wij, zag ik ons er wel integreren.

Scootmobielen
Maar wij gingen niet naar een van de Tuindorpen, maar naar De Banne. Onze aankoopmakelaar stuurde ons een berichtje door over de serieuze problemen met een groep hangjongeren die vorig jaar zomer in de wijk tot een hoogtepunt waren gekomen.

Ruim veertig hangjongeren die brave wijkbewoners het leven meer dan zuur maakten. Van eieren en hondenpoep tegen de ruiten tot brandstichting. In de groep een stevige vertegenwoordiging van de top 600 'high-impact'-criminelen van de stad. De Banne leek opeens de gevaarlijkste wijk binnen de Ring te zijn. Wilden we dit wel?

Daar kwam bij dat verschillende kennissen min of meer gillend uit Noord waren vertrokken en er niet over peinsden ooit nog terug te gaan. Het beeld van een achterstandswijk ontstond, waar toch wel buitenproportioneel veel obese schreeuwlelijken in scootmobielen naar de supermarkt zwalken om van hun uitkering een nieuwe tray Schultenbräu in te slaan.

Oprechte ruwheid
Maar ja. Een paar jaar geleden had De Pijp een vergelijkbaar serieus hangjongerenprobleem in de Diamantbuurt en daar had ik me echt nooit onveilig gevoeld. En De Pijp was vroeger ook verpauperd, maar was de laatste decennia gegentrificeerd tot het summum van hipheid.

'Het is 's nachts zo stil dat we de eerste weken extreem diep slapen' Beeld Jan Dirk van der Burg

Ik merkte zelfs dat ik steeds vaker een klaagzang afstak over hoe er van 'de echte Pijp' steeds minder overbleef. Hipsters, ballen, expats en toeristen namen de terrassen over. Onze slager maakte plaats voor een gelikte pizzeria met houtoven en afgebikte bakstenen muren. En het tradi­tionele ochtendcafé De Regenboog (niet dat ik er ooit zat) bij ons op de hoek werd een goedlopende vin naturel-bar. Ik bedoel: je kunt er heerlijk op het terras zitten, maar je kunt er ook goed over zeuren.

Dus misschien was een beetje oprechte ruwheid ook wel lekker. En gangs en paupers in Amsterdam... We klagen er wel over, maar dat valt toch eigenlijk altijd mee. Bovendien deed het er niet toe: de ­kinderen groeiden op en het huis groeide niet mee.

Speeltuinjacht
Gaan dus. Verbouwen, verhuizen en daarna het oude huis netjes opleveren.
Tijdens de verbouwing neem ik elke dag de auto of de motor door de IJtunnel, want: wat een takke-eind fietsen! Tot aan het Mosplein gaat het wel, maar het laatste stuk over de Kamperfoelieweg door Floradorp valt me elke keer rauw op mijn dak.

Ik kom erachter hoe verwend ik mijn hele leven ben geweest door zo'n beetje in de navel van Amsterdam te wonen. Ik fietste nooit langer dan tien minuten. Maar fietsend van mijn oude tot mijn nieuwe deur ben ik wel veertig minuten onderweg.

Het eerste weekend na de verhuizing. Het huis is nog een zootje, dus gaan we op speeltuinjacht. In een klein exemplaar net in Floradorp, aan de andere kant van de ronduit pittoreske Buiksloterdijk, speelt onze vier jaar oude dochter met twee meisjes in roze badstoffen trainingspakjes. Ze worden begeleid door hun oma, die vanaf een bankje in plat Amsterdams waarschuwingen schreeuwt.

Floradorp Beeld Jan Dirk van der Burg

"Ik woon al mijn hele leven in Floradorp. Toen ik trouwde ben ik een keer ­verhuisd, maar dat was alleen het hoekje om," vertrouwt ze me vrolijk toe. Ik vraag hoe de wijk in al die tijd veranderd is. "De sfeer is een stuk minder geworden," raspt ze met doorrookte stem. "Vroeger zetten we nog weleens wat straten af voor een buurtfeest of een barbecue, maar dat gebeurt nu eigenlijk nooit meer." Ze is even stil en zegt: "Maar de faciliteiten zijn een stuk beter geworden. De winkelcentra enzo."

Hipsterbolwerk
Een vader van een ander meisje mengt zich in het gesprekje en wijst op het voetbalveldje naast de speeltuin. Een grote kale plek in het midden raakt langzaamaan weer bedekt met gras. "Die plek zit daar omdat hier met oud en nieuw het vreugdevuur van Floradorp brandde. Vroeger waren die vuren echt groot, maar dat is de afgelopen jaren allemaal een stuk netter geworden hoor."

Als ik vertel waar ik woon en waar ik vandaan kom, wordt er geknikt en gezwegen. Ik voel het: ik ben een aardige vent en prima welkom, maar ik ben ook de belichaming van de verandering van een hechte buurt naar een meer algemeen onderdeel van de stad.

En het gaat hard met de gedwongen integratie van Noord in de stad. De hipheid die in De Pijp geleidelijk aan vanuit het ­centrum zuidwaarts sijpelde, slingert zich met dezelfde centrifugale kracht noordwaarts.

Waar je een jaar geleden bij hipsterbolwerk Café de Ceuvel nog avantgarde kon zijn, neem je er tegenwoordig je ouders mee uit lunchen. Ook het Skatecafé is al mainstream aan het worden.

Verpesten wij de sfeer voor de originele bewoners van Noord, zoals de hippe horde studenten met rijke ouders De Pijp stukje bij beetje overneemt?

Buikslotermeerplein Beeld Jan Dirk van der Burg

Het is wennen. In ons straatje gebeurt niet veel. De werkenden vertrekken 's ochtends naar hun werk, veelal met de auto, en 's avonds komen ze thuis en draaien de luxaflex dicht. Het is 's nachts zo stil op straat en in de tuinen, dat we de eerste weken extreem diep slapen.

Ik mis De Pijp en voel me verwijderd van de plek waar alles gebeurt. Ik zie nog dagelijks op tegen de fietstocht naar de stad en terug. Ook ben ik teleurgesteld in mezelf: ik ging er altijd prat op dat ik een echte stadsfietser was. Maar na een halfuurtje vind ik het blijkbaar wel genoeg. Steeds gemakkelijker pak ik de motor of de auto.

Import Noordbewoners
Dat ik voortaan in het fantasieloze winkelcentrum De Banne Centrum mijn boodschappen moet doen, voelt als een flinke aderlating. Ik houd van koken en ik mis de toko's en diversiteit van de Cuyp. Gelukkig zijn er de markten op het Buikslotermeerplein en in de Van der Pekstraat.

Zeker de visafdeling haalt het niet bij de Cuyp, maar over de groenten ben ik best te spreken. En de sfeer is, met name op het Buikslotermeerplein eigenlijk erg goed. Mensen van verschillende kleuren en achtergronden lijken er opvallend veel met elkaar te praten. Ik vind het gezellig.

Langzaamaan ontmoeten we ook onze buren. Het zijn nieuwe huizen en er wonen ook veel nieuwe mensen. Import Noordbewoners, net zoals wij. Jonge stellen met kinderen, door ruimtegebrek en hysterisch opgedreven huizenprijzen de stad uit gejaagd.

We worden toegevoegd aan de Whats­appgroep van ons wijkje. Het zijn er twee: één voor dagelijkse tips en leenverzoekjes, en één voor 'spoed'. Als er verdachte types zijn gesignaleerd, wordt iedereen op de hoogte gesteld. Drie mannen gaan een blokje omlopen; er is niks aan de hand.

Tot vreugde van ons allemaal vindt mijn dochter een gelijkgestemd buurmeisje dat ook van prinsessenjurken houdt en bovendien een trampoline in de tuin heeft.

Liefdevol leedvermaak
Een van mijn beste vrienden is over uit Berlijn. Hij was een graag geziene drinkebroer in de Van Ostadestraat en komt met liefdevol leedvermaak kijken naar ons nieuwe burgerlijke geluk. Het huis is nog erg leeg, er hangen nog geen gordijnen en onze stemmen weerkaatsen tegen de kale betonnen muren. Het is gezellig, maar het is moeilijk om de warme sfeer van ons hol in de Van Ostade terug te vinden. Dus besluiten we een kroeg te zoeken.

Dat valt tegen. In de hele Banne is geen kop koffie te krijgen, laat staan een kroeg. Dat wist ik wel. Maar ik had wel verwacht dat er in de Van der Pekbuurt iets open zou zijn. Maar het is maandagavond en alles is dicht. En hoewel het nog net geen tien uur is, voelt het op straat als ver voorbij middernacht. Er is niemand.

Uiteindelijk komen we bij de Tolhuistuin terecht, waar we nog net een biertje kunnen krijgen - als we daarna maar weggaan. Mijn vriend lacht semigeruststellend: "Er is vast wel ergens een kroeg op maandag open, jongen. Je moet 'm alleen nog vinden. Of anders openen."

Voor het eerst komen we thuis van vakantie in ons nieuwe huis. Beginnersfout voor mensen die lang op tweehoog hebben gewoond: de sleutel zat nog in de achterdeur. Er is niks gebeurd, de tuinpoort zat dicht, maar toch. Misschien hebben we geluk gehad, maar voor mij heeft De Banne zijn gangsterdreiging definitief verloren.

Bulgaarse supermarkt op de Klaprozenweg Beeld Jan Dirk van der Burg
Buikslotermeerplein Beeld Jan Dirk van der Burg

Als ik terug ben in De Pijp, is het er fijn. Er zijn een hoop winkels waarvoor ik nog geen vervanging heb gevonden in Noord - de messenslijper bijvoorbeeld. Maar het is er ook druk. Vooral de toeristen vallen me meer op dan toen ik er nog woonde. Maar ook het verkeer, de benauwdheid en het lawaai.

Hoe anders is het in Noord als ik, op een van de eerste echt warme dagen van het jaar, mijn dochter van school haal. Vanwege het weer besluiten we een fietstochtje te maken. We fietsen via verschillende wijkjes, allemaal met hun eigen architectuur en karakter.

Besloten tuindorpen, ruim opgezette nieuwbouwwijken, luxe zelfbouwstads­villa's met aan de overkant van een drukke weg afgetrapte tapijthallen en de busremise. Wijds open dijkjes waar je de polder al ruikt.

We eindigen op de NDSM-werf waar we naar graffitiartiesten kijken die in de zon een piece zetten. Ik leg mijn dochter uit wat een duikboot is, terwijl we limonade en een biertje drinken aan het IJ. De lentezon schittert op het water, ik voel de open ruimte. Ook in mijn hoofd.

"Kom," zeg ik, "we gaan naar huis."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden