Plus

Van ANC tot We Are Here: ze kregen steun van XminY

XminY bestaat vijftig jaar. Het solidariteitsfonds dat begon met vrijwillige belasting voor ontwikkelingshulp, steunde een waaier aan radicale actievoerders: van het ANC tot We Are Here.

Protest in Amsterdam tegen de Irakoorlog (2003). Beeld Juan Vrijdag

Nee, toen na 2010 hard werd bezuinigd op ontwikkelingshulp kreeg XminY niet opeens meer geld overgemaakt. Nederland besloot nog maar 0,7 procent van het bruto nationaal product uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking, maar dat leidde niet tot meer donaties aan XminY.

Toch is het Amsterdamse actiefonds daar vijftig jaar geleden om begonnen: uit protest tegen de achterblijvende steun aan de derde wereld. Duizenden donateurs besloten dan maar zelf aan ontwikkelingshulp te gaan doen, met een fonds dat ze vulden door zichzelf een vrijwillige wereldbelasting op te leggen.

Duitse bruinkool
Daar komt ook de raadselachtige naam XminY vandaan. Die moeten we lezen als een wiskundige formule waarbij de X staat voor het bedrag dat rijke landen eigenlijk zouden moeten overmaken aan ontwikkelingshulp en de Y voor het percentage dat daar daadwerkelijk naartoe gaat.

Het verschil wilden de drieduizend deelnemers van het eerste uur uit eigen zak bijpassen door 1 procent van hun inkomen over te maken aan het eigen fonds.

In de begintijd was dat fonds nog vooral geïnspireerd op christelijke voorbeelden. Al in 1954 brachten de aanhangers van de op het Haagse Plein predikende katholieke pater Simon Jelsma -later een van de oprichters van de Novib en de Postcode Loterij - hun vrijwillige belasting in een stoet naar het ministerie van Financiën.

In 1968 riep de Wereldraad van Kerken individuele christenen op tot een 'self-tax' voor ontwikkelingshulp. Die campagne werd X-Y genoemd.

Actie tegen beurs-genoteerde bedrijven die actief waren in het door een omstreden militair bewind geleide Birma (1997). Beeld XminY

In de jaren die volgden werd het fonds dat onder die naam was gevuld, snel veel linkser. Een halve eeuw was het feitelijk een actiefonds dat er zelfs niet voor terugschrok militante onafhankelijkheidsbewegingen te steunen. Pas deze maand werd dat radicale karakter vastgelegd in de naam. XminY heet voortaan X-Y Actiefonds.

Als het aan voorzitter Ifor Schrauwen (35) had gelegen was de naamsverandering nog verder gegaan. "Van mij had dat hele XminY uitgefaseerd mogen worden. Het is in Nederland al een heel verhaal, maar ga die naam in Nicaragua maar eens uitleggen."

Nog steeds gaat het leeuwendeel van het geld naar acties in ontwikkelingslanden. In 2016 ging nog geen 10 procent naar Nederlandse actievoerders - naar het protest tegen de bruinkoolwinning in Duitsland bijvoorbeeld, maar ook naar de vluchtelingen die al krakend door de stad trekken onder het motto We Are Here.

Revolutionaire strijd
"Via ons netwerk van vrijwilligers komen aanvragen om steun vaak in een vroeg stadium binnen. Dat maakt de beoordeling ook zo arbeidsintensief," zegt Schrauwen. Met drie betaalde krachten en vijftig vrijwilligers werden in 2016 uit een veelvoud van aanvragen 135 acties uit 49 landen gehonoreerd, met gemiddeld 1700 euro.

Het actiekamp uit 2016 van de Amerikaanse Sioux­indianen bij Standing Rock tegen een oliepijplijn door hun gebied is een treffend voorbeeld. Al voordat hun protest wereldwijd de aandacht trok, werd het door XminY met duizend euro gesteund.

Zo ging er vanuit het fonds in 2016 onder meer ook geld naar het vakbondsprotest van naaisters in Argentinië, een sit-in voor homorechten in Sri Lanka en een actie tegen giftig afval van een suikerfabriek in Tanzania.

"We steunen ze in het stadium dat het grassrootsbewegingen zijn. En dan groeien ze door of het stopt, maar hoe dan ook zonder ons. Als zo'n beweging meer dan twintig- of dertigduizend euro per jaar te besteden heeft, zijn ze groot genoeg om hun middelen ergens vandaan te halen. Het ANC is nog het beste voorbeeld."

In 1975 kreeg de toen nog verboden antiapartheidsbeweging rond de latere president Nelson Mandela duizenden guldens van XminY, net als andere Afrikaanse groeperingen en bijvoorbeeld het verzet in landen als Bolivia, Eritrea, Oost-Timor en Nicaragua.

Het fonds kwam in het teken te staan van soms ronduit revolutionaire strijd; ontwikkelingshulp was een vies woord geworden, in de geest van de jaren zestig moest worden ingezet op bevrijding. Ook radicale bewegingen in Nederland konden toen putten uit het fonds, zoals de vredesbeweging en de kraakbeweging van de jaren tachtig.

Vergrijzende achterban
XminY stapte in de jaren tachtig en negentig ook steeds vaker zelf naar voren, met eigen acties tegen illegale naaiateliers en tegen beursgenoteerde bedrijven die actief waren in het door een omstreden militair bewind geleide Birma.

Na de millenniumwisseling kwam XminY met een uitzendbureau voor illegalen, Bureau Zwart-Werk. Ook liep het fonds eerste rang in demonstraties tegen de oorlog in Irak en tegen globalisering.

135

In 2016 werden 135 acties uit 49 landen gehonoreerd, met gemiddeld 1700 euro. De selectie wordt gemaakt door 3 betaalde krachten en 50 vrijwilligers.

In de jaren die volgden kreeg XminY het verwijt dat het sektarisch was geworden, uiterst links en vervreemd van de donateurs van het eerste uur. Schrauwen ziet dat anders: "Ik denk niet dat wij toen linkser werden. Ik denk dat de wereld rechtser is geworden."

Hoe dan ook is het fonds er niet groter op geworden. In 2013 had XminY nog 2366 donateurs, die 404.000 euro bijeenbrachten. Toen al werd opgemerkt dat de meeste donaties werden binnengebracht door een harde kern van de generatie die jong was in de jaren zestig. In 1973 waren er nog achtduizend donateurs.

In 2016 was het bijeengebrachte bedrag weer iets gedaald, naar 335.000 euro. Daar staan dan weer giften uit nalatenschappen tegenover.

Volgens Schrauwen zijn de overeenkomsten met de begintijd groter dan de verschillen: XminY steunt nog steeds concrete acties van onderop, zoals die tegen landroof in Midden-Amerika.

"De milieubeweging komt pas als de kap van het regenwoud op het punt van beginnen staat. Wij hebben daar dan al vijf jaar geld gegeven aan de stam die van zijn land dreigt te worden verdreven."

Conferentie van sekswerkers in Oeganda (2004). Beeld XminY
Sioux-indianen protesteren bij Standing Rock, North Dakota, tegen een oliepijplijn door hun gebied (2016). Beeld Scott Olson/AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden