Vals

BOB FROMMÉ

Als een auteur valsheid in geschrifte pleegt, zijn er twee mogelijkheden. Hij kan doen alsof een tekst van hemzelf is terwijl die van een ander is. Hij is een plagiator. En hij kan doen alsof de tekst van een ander is terwijl die van hemzelf is. Hij is een vervalser.

De plagiator is net zo interessant als een dopinggebruiker in de Tour de France. Beiden roepen een verbijsterde vraag op: hoe denkt zo'n schrijver of renner daarmee weg te komen?

De vervalser maakt tenminste zijn eigen teksten. Hij schrijft De dagboeken van Hitler of hij doet alsof hij echt gesprekken heeft gevoerd met een sjamaanse indiaan (Carlos Castaneda) of hij schrijft ' Schotse bardenzangen uit vervlogen tijden' en geeft ze in 1760 uit als The songs of Ossian (James McPherson). Toch knap.

Maar er is nog een derde mogelijkheid. Inderdaad, daar wil ik heen. Ik ken iemand die geen plagiator is en geen vervalser, en toch ' valse' gedichten schrijft. Hij schrijft naast gedichten die duidelijk van hemzelf zijn, ook gedichten in de stijl van een ander, terwijl die ander niet eens bestaat. Hij vertelt die dingen er niet bij.

Hij vertelt het er niet bij om een gezellig soort verwarring te stichten en omdat het flauw is een mop uit te leggen. Maar als je hem ernaar vraagt, zou hij meteen toegeven dat zijn gedichten niet authentiek zijn. Hij is geen oplichter zoals McPherson.

Eloy BGM Everwijn schreef de minibundel Buitenlandse gedichten, uitgegeven door het Tukker & Everwijn Instituut. Eerder verzon hij al aforismen die zogenaamd citaten waren (Het rijk van de geest is zo groot, dat niemand er alleenheerser kan zijn, Voltaire).

Lees zijn gedicht Het oude heden van de Amerikaan Angwusnasomtaqa (Crow Mother Spirit), ' vertaald uit het Amerikaans door Peter Engelbert': Mijn voorouders droegen geen verentooi/ Ze jaagden niet op bisons/ Ze dansten geen zonnedans/ Ze vochten niet met de blanken// Mijn voorouders teelden maïs/ Ze bakten prachtige potten/ Ze weefden rijkversierde kleren/ En maakten machtige Kachina-poppen// Ik leef in de Bronx/ Ga elke dag naar kantoor/ Speel golf met mijn vrienden/ Maar de Zon weet dat ik Hopi ben//

Dat ziet er verdomd authentiek uit, zou ik zeggen. Of lees Nachtdroom van de Namibische dichter Xane Gwi, ' vertaald uit het Naron door Oscar Julien': De mierengod kruipt/ mijn hart binnen/ Ik word vele levens// Ik word/ voedster/ soldaat// Ik word voortbrenger van leven// Verlaat mij nooit//

Nog één dan, De journalist, een uiterst nuchtere van de Deen Povl Nyborg Christensen: Hoe ben ik in dit vak/ terechtgekomen?// Mijn grootvader/ veegde zijn billen af/ met krantenpapier// U weet nu dat die gedichten niet echt zijn. Maar zijn het daarom slechte of zelfs géén gedichten?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden